Ministeriële regeling · BWBR0006055
Examenreglement instructeur 1993
Gelet op artikel 15, eerste lid, van de Brandweerwet 1985;
Besluit:
's-Gravenhage 1 juli 1993 De Minister van Binnenlandse Zaken, C. I.DalesIn deze ministeriële regeling wordt verstaan onder:
a.de opleiding:de opleiding instructeur, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2, van het Besluit rijksexamen brandweeropleidingen;
b.de module:elke onderwijseenheid over een samenhangend deel van de leerstof, die zowel presentatie, verwerking als toetsing omvat en die flexibel programmeerbaar is in het systeem, waarvan het een onderdeel is;
c.het module-examen:elk examen ter afsluiting van een module, dat bestaat uit een schriftelijk deel, een praktisch deel, een projectopdracht of een combinatie daarvan;
d.het studiepunt:de eenheid, waarin de omvang van de module wordt uitgedrukt en die gemiddeld tien contact- of zelfstudie-uren vertegenwoordigt.
De opleiding bestaat uit de module instructeur.
De module instructeur, bedoeld in artikel 2, omvat twaalf studiepunten.
Tot het module-examen instructeur wordt toegelaten degene die:
- a.
in het bezit is van ten minste het diploma onderbrandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement onderbrandmeester of een daaraan gelijkwaardig diploma;
- b.
- 1º
in het bezit is van ten minste het diploma hoofdbrandwacht, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement hoofdbrandwacht, of een daaraan gelijkwaardig diploma, alsmede van het certificaat van of de vrijstelling voor de module sociale vaardigheden, bedoeld in artikel 2, onder e, van het Examenreglement onderbrandmeester; en
- 2º
is aangesteld in ten minste de rang van hoofdbrandwacht, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; of
- 1º
- c.
- 1º
de opleiding voor adjunct-hoofdbrandmeester bij het Nederlands instituut voor brandweer en rampenbestrijding volgt; en
- 2º
in het bezit is van het certificaat van of de vrijstelling voor de module basis-repressie II, bedoeld in artikel 2, onderdeel i, van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993.
- 1º
Het module-examen instructeur bestaat uit een schriftelijk deel en een praktisch deel.
Het schriftelijk deel bestaat uit het beantwoorden van vragen over de onderwerpen, bedoeld in deel A van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.
Het praktisch deel bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in deel A van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.
Het cijfer voor het module-examen instructeur is gelijk aan het gemiddelde van het cijfer behaald voor het schriftelijk deel en het cijfer behaald voor het praktisch deel, waarbij een half punt of meer naar boven en minder dan een half punt naar beneden wordt afgerond.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van het Algemeen brandweerexamenreglement 1994 wordt het diploma instructeur afgegeven, indien de kandidaat het module-examen, bedoeld in artikel 5, met ten minste het cijfer zes heeft afgesloten.
Vervallen
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 1993.
Deze regeling wordt aangehaald als: Examenreglement instructeur 1993.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Deel A, examenprogramma module instructeur
Opleiding: instructeur
Module: instructeur
no. leerdoel | inhoud | gedragsniveau | weegfactor |
De inrichting van het brandweeronderwijs kennen | |||
1. | In eigen woorden omschrijven van de:
| i | 2 |
2. | Opzoeken van de plaats en functie van de examenreglementen en de reglementen overeenkomstig de plaats en functie gebruiken voor het afleiden van lesdoelen | k1 | 1 |
Inzicht hebben in het leren van volwassenen | |||
3. | Toepassen van grondprincipes die het leren van volwassenen bevorderen | t | 2 |
4. | Beschrijven van de diverse leerstijlen aan de hand waarvan volwassenen leren | t | 2 |
Groepsprocessen | |||
5. | Onderscheiden van verschillende groepsprocessen die in leergroepen kunnen voorkomen en handelen overeenkomstig het groepsproces in kwestie, aan de hand van de volgende punten:
| s2 | 2 |
Geven van onderwijs | |||
6. | Toepassen van de systematiek en methodiek van lesvoorbereiding, dat wil zeggen het opstellen van een lesplan dat de keuzes met betrekking tot onderstaande onderwerpen verantwoord:
| t+p | 3 |
7. | Toepassen van de systematiek en methodiek van lesuitvoering met inachtneming van de volgende aandachtspunten:
| t+s2 | 3 |
Deel B
Code | Betekenis |
K | Kennis |
k1 | kunnen opzoeken |
k2 | kunnen herkennen |
k3 | uit het hoofd kunnen noemen |
i | inzicht
|
t | toepassen |
2 | kunnen gebruiken van standaardbegrippen, -principes, -regels, -methoden, en -technieken |
p | probleem oplossen kunnen kiezen of ontwikkelen van andere dan standaardbegrippen, -principes, -regels, -methoden, en -technieken |
m1 | Motorische vaardigheden kunnen verrichten van motorische/zintuiglijke vaardigheden |
m2 | bedreven zijn in bepaalde motorische zintuiglijke vaardigheden |
s1 | Sociale vaardigheden beschikken over bepaalde sociale vaardigheden |
s2 | beheersen van bepaalde sociale vaardigheden |
Deze bijlage behoort bij het Examenreglement instructeur 1993.
De Minister van Binnenlandse ZakenC.I.Dales