Ministeriële regeling · BWBR0006134

Warenwetregeling persoonlijke beschermingsmiddelen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling houdende nadere regels ten aanzien van persoonlijke beschermingsmiddelenWarenwetregeling persoonlijke beschermingsmiddelenDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,

Gelet op de artikelen 4, vijfde en zesde lid, 5, derde lid, 12, eerste lid, eerste zin, en 16, tweede lid, van de Wet op de gevaarlijke werktuigen, artikel 11, derde lid, van het Besluit persoonlijke beschermingsmiddelen, artikel 25, eerste lid, onderdeel a, van de Warenwet;

Besluiten:

’s-Gravenhage7 september 1993 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,B. deVriesDe Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,H. J.Simons

In deze regeling wordt verstaan onder:

Een aanwijzing als aangewezen aangemelde instelling als bedoeld in artikel 6d van het besluit, kan geschieden indien de aanvragende instelling voldoet aan de criteria, vastgelegd in het Schema voor Aanwijzing en Toezicht op de instellingen voor overeenstemmingsbeoordelingsprocedures voor het Warenwetbesluit persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals opgenomen in de bijlage bij de regeling.

De dossiers en de briefwisseling die betrekking hebben op de certificeringsprocedures, bedoeld in het besluit, worden gesteld in de Nederlandse taal, of in een andere door de aangewezen aangemelde instelling aanvaarde taal.

Vervallen

Deze regeling wordt aangehaald als: Warenwetregeling persoonlijke beschermingsmiddelen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Document: WDA&T-EU-PBM

Onder beheer van:

Ministerie van SZW

Postbus 90801

2509 LV Den Haag

www.minszw.nl

Voor persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) zijn er wettelijke verplichte conformiteit beoordelingsprocedures vastgesteld. De procedures zijn ontleend aan de Europese Warenwet (PBM 89/686/EEG)1. De Richtlijn is geïmplementeerd in het Warenwetbesluit persoonlijke beschermingsmiddelen. Voor elk product dat onder de Richtlijn PBM valt moet een EG-verklaring van Overeenstemming worden opgesteld. Hierin verklaart de fabrikant dat zijn product voldoet aan alle essentiële eisen van veiligheid en gezondheid uit de Richtlijn. De fabrikant of diens gemachtigde in de EU ondertekent de verklaring en stuurt deze mee met het product. Ook brengt de fabrikant de CE markering op het product aan. Aangewezen (aangemelde) keuringsinstellingen die door de minister zijn aangewezen doen productkeuringen. Deze aangewezen (aangemelde) instellingen worden bij de Europese Commissie aangemeld, als zogenaamde Notified Bodies (NoBo).

Dit document voor aanwijzing en toezicht bevat eisen waar keuringsinstellingen aan moeten voldoen alvorens de minister van SZW tot aanwijzing Warenwetbesluit persoonlijke beschermingsmiddelen overgaat.

Zie de definities in de Richtlijn 89/686/EEG2, de verordening (EG) Nr. 764/20083, de verordening (EG) Nr. 765/20084en het besluit Nr. 768/2008/EG5van 9 juli 2008.

Binnen dit document gelden verder de volgende definities:

Dit werkveldspecifieke document voor aanwijzing en toezicht binnen de werkvelden voor persoonlijke beschermingsmiddelen in de handelsfase en is door de minister van SZW vastgesteld. De minister van SZW kan na overleg met belanghebbenden wijzigingen aanbrengen in de vastgestelde documenten. Dit vastgestelde document vervangt eerdere versies. Op- en/of aanmerkingen over dit document kunnen worden ingediend bij het ministerie van SZW.

De keuringsinstelling dient in alle gevallen haar werkzaamheden op integere, onpartijdige en onafhankelijke wijze uit te voeren en zal daarbij rekening houden met de mogelijke risico’s in de volgende gebieden:

Enkele voor de hand liggende risico’s voor keuringsinstellingen zijn:

Voor de beoordeling door de Raad voor Accreditatie van keuringsinstellingen die zijn of willen worden aangewezen door de minister van SZW, hanteert de Raad voor Accreditatie de eisen uit dit schema voor aanwijzing en toezicht. Voor zover in dit schema voor aanwijzing en toezicht geen nadere invulling wordt gegeven, zijn de eisen uit de betreffende accreditatienormen, te weten:

Het beoordelen en aanwijzen van een aangewezen (aangemelde) keuringsinstelling geschiedt op basis van het volgende normenstelsel:

Voor productkeuring zijn met name van belang: artikelen 10 (EG-typeonderzoek), 11A (EG-garantiesysteem voor de kwaliteit van het eindproduct) en B (EG-kwaliteitsgarantiesysteem van de productie met toezicht).

Persoonlijke beschermingsmiddelen die berusten op een eenvoudig ontwerp en die bescherming bieden tegen zeer geringe risico’s, zijn vrijgesteld van het EG-typeonderzoek (art. 8 van de Richtlijn).

Het goederenpakket is van toepassing, in het bijzonder het Besluit en de Verordening, en vervangt het Besluit van de Raad van 22 juli 1993 betreffende de modules voor de verschillende fasen van de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming.

Voor deze vakbekwaamheidseisen geldt in algemene zin MBO/HBO ‘of gelijkwaardig’, waarbij die gelijkwaardigheid per geval door de instelling gemotiveerd moet zijn vastgelegd en door de Raad voor Accreditatie zal worden getoetst. In zijn algemeenheid geldt dat de (kandidaat) instelling over een gedegen kennis van 'nieuwe aanpak' richtlijnen beschikt, in het bijzonder op de onderhavige Richtlijn.

De conformiteitbeoordelende keuringsinstelling wordt in het kader van haar aanwijzing op grond van Hoofdstuk 5 het Warenwetbesluit persoonlijke beschermingsmiddelen getoetst. Onderstaande aanvullende criteria komen voort uit nationale regels omdat de (aangemelde) aangewezen keuringsinstelling als een zelfstandig bestuursorgaan wordt aangemerkt.

De (aangemelde) aangewezen keuringsinstelling dient de verplichtingen na te komen op grond Hoofdstuk 5 van het Warenwetbesluit persoonlijke beschermingsmiddelen en artikel 4 van de Warenwetregeling persoonlijke beschermingsmiddelen.

In aanvulling hierop wordt ten behoeve van het toezicht op de conformiteitbeoordelende instantie geëist:

Indien de aangewezen instelling niet meer voldoet aan de eisen in dit schema kan dit gevolgen hebben voor de aanwijzing. Zie beleidsmaatregel maatregelenbeleid certificering Arbeidsomstandighedenwet en Warenwet, Stcrt. 2010, nr. 10839 van 14 juli 2010.