Ministeriële regeling · BWBR0006178
Regeling positiemeldingen tijdens gecontroleerde IFR-vluchten
Handelend in overeenstemming met de Minister van Defensie;
Gelet op de artikelen 9 en 36 van het Luchtverkeersreglement:
Besluit:
's-Gravenhage11 oktober 1993De Minister van Verkeer en Waterstaat, J. R. H.Maij-WeggenDeze regeling is van toepassing op gecontroleerde IFR-vluchten in het vluchtinformatiegebied Amsterdam die de luchtverkeersroutes volgen.
Deze regeling berust op artikel 21 van het Besluit luchtverkeer 2014.
Bij het in de lucht tot stand brengen van tweezijdige radioverbinding met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst na het wisselen van frequentie wordt reeds bij de eerste oproep de actuele vlieghoogte gemeld, tijdens stijg- of daalvlucht aangevuld met de toegewezen vlieghoogte volgens de laatst ontvangen klaring.
Daarop volgende positiemeldingen op dezelfde frequentie beperken zich tot de positie en passeertijd, aangevuld met actuele vlieghoogte tenzij dit laatste gegeven tijdens horizontale vlucht reeds eerder gemeld is op de desbetreffende frequentie.
Na ontvangst van een klaring voor een wijziging in vlieghoogte wordt gemeld:
- a.
het verlaten van de vorige toegewezen vlieghoogte
en
- b.
het bereiken van de laatstelijk toegewezen vlieghoogte.
Het besluit van de Directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst, de Chef van de Marinestaf en de Chef van de Luchtmachtstaf van 5 november 1985, nr. LVB/L25695, Stcrt. 1985, 226 wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarij zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling positiemeldingen tijdens gecontroleerde IFR-vluchten.