U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 12-12-2020.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 2 december 1993, houdende regeling van de rechtspositie van ministers en staatssecretarissenWet rechtspositie ministers en staatssecretarissenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de rechtspositie van ministers en staatssecretarissen wettelijk te regelen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage2 december 1993BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken,C. I. Dalesde dertigste december 1993De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

Na het overlijden van een minister of staatssecretaris wordt op de voet van hetgeen voor de ambtenaren die op grond van een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties daaromtrent in een collectieve arbeidsovereenkomst is overeengekomen een uitkering toegekend.

Onverschuldigd betaalde bezoldiging of uitkeringen als bedoeld in artikel 1, derde lid, artikel 2, eerste lid, en artikel 3 kunnen worden teruggevorderd.

Voor de toepassing van de artikelen 475b, tweede en derde lid, en 475d, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden, onverminderd artikel 5a, tweede lid, en artikel 5b, derde lid, verrekening en korting gelijkgesteld met beslag.

Indien verscheidene schuldeisers uit hoofde van beslag of korting aanspraak hebben op een deel van de bezoldiging geschiedt de verdeling naar evenredigheid der inschulden, voor zover niet de ene schuldeiser voorrang heeft boven de anderen.

Betaling of afgifte aan een gemachtigde, nadat een volmacht tot voldoening of invorderingen van bezoldiging is geëindigd, ontlasten de Staat, indien een gegeven opdracht tot de betaling of afgifte niet meer tijdig kon worden ingetrokken, toen de Staat van het eindigen van de volmacht kennis kreeg.

Beslag omvat in deze wet ook de invordering, bedoeld in artikel 19 van de Invorderingswet 1990.

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen.