U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2011.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 16 december 1993, tot vaststelling van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966 te vervangen door een wet ingevolge welke de motorrijtuigenbelasting voor personenauto's, bestelauto’s en motorrijwielen ter zake van het houden van die motorrijtuigen wordt geheven en voor andere motorrijtuigen ter zake van het rijden op de weg;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage16 december 1993BeatrixDe Staatssecretaris van Financiën,M. J. J. van Amelsvoortde elfde januari 1994De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

In deze wet en in de daarop gebaseerde regelingen wordt verstaan onder:

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ingevolge welke met een motorrijwiel worden gelijkgesteld motorrijtuigen op meer dan twee wielen die uit hoofde van hun bouw overeenkomst vertonen met een motorrijwiel.

In deze wet en in de daarop gebaseerde regelingen wordt verstaan onder weg: elke voor het openbaar rijverkeer of ander verkeer openstaande weg en elk zodanig pad, de in de weg of het pad liggende bruggen en duikers alsmede de tot de weg behorende paden en bermen of zijkanten.

De belasting voor een personenauto, een bestelauto, een motorrijwiel en een vrachtauto wordt geheven van degene die bij de aanvang van een tijdvak het motorrijtuig houdt.

Als degene die het motorrijtuig waarvoor geen kenteken is opgegeven feitelijk ter beschikking heeft wordt beschouwd degene ten aanzien van wie het gebruik van de weg met het motorrijtuig is geconstateerd. Degene ten aanzien van wie het gebruik van de weg is geconstateerd, wordt geacht tot het moment waarop voor het motorrijtuig een kenteken is opgegeven, het motorrijtuig feitelijk ter beschikking te hebben, tenzij is gebleken dat dit onjuist is.

Het tijdvak waarover de belasting moet worden betaald is drie maanden.

Voor een motorrijtuig waarvoor geen kenteken is opgegeven vangt het tijdvak aan met ingang van de dag waarop het gebruik van de weg met het motorrijtuig wordt geconstateerd en, zolang voor dat motorrijtuig nog geen kenteken is opgegeven, telkenmale drie maanden later.

De belasting moet op aangifte worden voldaan.

De belasting voor een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven kan in één keer worden betaald over vier aaneensluitende tijdvakken.

Bij beëindiging van een schorsing geldt als kort tijdvak waarover de belasting moet worden betaald het tijdvak dat aanvangt met ingang van de dag waarop de schorsing is opgeheven en dat eindigt met de dag voorafgaande aan de eerste dag van het tijdvak met ingang waarvan de belasting voor het eerst na beëindiging van die schorsing moet worden betaald op de voet van artikel 11, eerste lid.

Op de belasting die wordt geheven voor een bestelauto is artikel 23 van overeenkomstige toepassing.

Voor een motorrijwiel bedraagt de belasting over een tijdvak van drie maanden € 18,83.

Voor een motorrijtuig dat wordt gebruikt in de uitoefening van de detailhandel en dat is voorzien van een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte die blijvend is ingericht als winkel en uitsluitend als zodanig wordt gebruikt, bedraagt de belasting, in afwijking van het in deze afdeling bepaalde en onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, met overeenkomstige toepassing van artikel 22, over een tijdvak van drie maanden € 53,55, vermeerderd met € 5,36 per 1000 kg toegestane maximum massa boven 11 000 kg.

Voor een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig dat in Nederland feitelijk ter beschikking staat van een houder die niet in Nederland zijn hoofdverblijf heeft of is gevestigd, bedraagt de belasting:

De belasting bedraagt ten minste € 11.

Bij wijziging van de tenaamstelling van een kentekenbewijs wegens wisseling van de houder van het motorrijtuig en bij beëindiging van een schorsing bedraagt de belasting voor het motorrijtuig over het korte tijdvak een evenredig gedeelte van de belasting over een tijdvak van drie maanden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een maand gesteld op dertig dagen.

De belasting die in één keer over vier aaneensluitende tijdvakken wordt betaald voor een personenauto, een bestelauto, een motorrijwiel of een vrachtauto waarvoor een kenteken is opgegeven, wordt per tijdvak van drie maanden verminderd met € 3.

Vervallen

In afwijking van het in deze afdeling bepaalde bedraagt de belasting nihil voor een motorrijtuig dat is ingericht en bestemd om uitsluitend te worden aangedreven door een elektromotor mits de elektrische energie uitsluitend door een batterij of door een brandstofcel wordt geleverd, of door een verbrandingsmotor die kan worden gevoed met waterstof.

Vervallen

Indien

wordt de belasting waarvan krachtens artikel 20, tweede lid, teruggaaf is verleend alsmede de te weinig geheven belasting nageheven.

In de gevallen, bedoeld in de artikelen 24a, 24b, 33, 34, 35, 35a, onderdeel b, en 36, is artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.

Voor de toepassing van het in dit hoofdstuk bepaalde, wordt de toegestane maximum massa van een aanhangwagen afgerond tot het naaste duizendtal kilogrammen, met dien verstande dat een gedeelte van 1000 kg naar beneden wordt afgerond.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ten aanzien van de wijze en het tijdstip waarop de in dit hoofdstuk genoemde verzoeken worden ingediend, ten aanzien van de in de verzoeken te verstrekken gegevens, en ten aanzien van het overigens in dit hoofdstuk bepaalde.

De belasting voor een autobus wordt geheven van degene die het motorrijtuig houdt.

De artikelen 7, 8 en 9 zijn van overeenkomstige toepassing.

In afwijking van het in deze afdeling bepaalde bedraagt de belasting nihil voor een autobus die is ingericht en bestemd om uitsluitend te worden aangedreven door een elektromotor mits de elektrische energie uitsluitend door een batterij of door een brandstofcel wordt geleverd, of door een verbrandingsmotor die kan worden gevoed met waterstof.

Vervallen

Voor een in het buitenland geregistreerde autobus van een houder die niet in Nederland zijn hoofdverblijf heeft of is gevestigd dat in Nederland feitelijk ter beschikking staat is artikel 26 van overeenkomstige toepassing.

De belasting over een tijdvak van twaalf maanden bedraagt het viervoud van die over een tijdvak van drie maanden, verminderd met € 3 per tijdvak van drie maanden.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De belasting voor een kenteken als bedoeld in artikel 37, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 wordt geheven van degene op wiens naam het kenteken is gesteld.

De artikelen 14, 15 en 16 zijn van overeenkomstige toepassing.

De aanvraag om afgifte van een kentekenbewijs behorende bij een kenteken als bedoeld in artikel 62 wordt aangemerkt als het doen van aangifte. De aangifte geldt voor de tijdvakken dat het bijzondere kenteken te naam is gesteld in het kentekenregister als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Wegenverkeerswet 1994.

Voor een kenteken als bedoeld in artikel 62 bedraagt de belasting over een tijdvak van drie maanden het bedrag, opgenomen in artikel 23, eerste lid, voor een personenauto met een eigen massa van 1000 kg.

De belasting die voor een kenteken als bedoeld in artikel 62 in één keer over vier aaneensluitende tijdvakken wordt betaald, wordt per tijdvak van drie maanden verminderd met € 3.

In het geval, bedoeld in artikel 69, is artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.

Vrijstelling van belasting wordt, onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen, verleend voor motorrijtuigen die:

Vervallen

Op eerste vordering van ambtenaren van de rijksbelastingdienst of van opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering is de bestuurder van een motorrijtuig verplicht dat te doen stilstaan.

De artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn van overeenkomstige toepassing op de in de artikelen 23, 24, 24a, 24b, 25, 25a, 25b, 37c, eerste lid, en 47, eerste lid, vermelde bedragen.

Het bedrag aan belasting en de daarop geheven toeslagen en opcenten tezamen wordt naar beneden afgerond op gehele euro’s. Bedragen met betrekking tot een teruggaaf van belasting worden naar boven afgerond op gehele euro’s.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter verzekering van een juiste toepassing van de wet nadere regels worden gesteld ter aanvulling van in deze wet geregelde onderwerpen.

De inwerkingtreding van deze wet wordt bij wet geregeld.

Deze wet kan worden aangehaald als Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.