Ministeriële regeling · BWBR0006379

Regeling vangstbeperking

Wijzigingen Officiële bron
Regeling vangstbeperkingRegeling vangstbeperkingDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op de artikelen 3, 4 en 6 van het Reglement zee- en kustvisserij 1977;

Na overleg met het Produktschap voor Vis en Visprodukten;

Besluit:

's-Gravenhage27 december 1993 De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,Voor deze: De directeur-generaal Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, J.F. deLeeuw

Het is verboden vis van de soorten die zijn aangewezen krachtens artikel 1, tweede lid, onderdeel a, van de Visserijwet 1963 te verhandelen indien de vis niet is gevangen met een vissersvaartuig.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Deze regeling kan worden aangehaald als Regeling vangstbeperking.

Voor de omschrijving van de FAO en CECAF deelgebieden en sectoren wordt verwezen naar bijlage 2 van verordening (EG) nr. 2597/95 van de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 1995 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van Lid-Staten in bepaalde gebieden buiten de Noordatlantische Oceaan (PbEG L 270).

Voor de omschrijving van de Antarctische wateren wordt verwezen naar artikel 2 van verordening (EG) nr. 601/2004 van de Raad van de Europese Unie van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde controlemaatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 3940/90, (EG) nr. 66/98 en (EG) nr. 1721/1999 (PbEU L 97).

Internationale wateren zijn de wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van enige staat vallen.

1 Waarvan tot 68% mag worden gevangen in de Noorse Economische Zone en in de visserijzone van Jan Mayen.

2 Waarvan tot 27% mag worden gevist in de wateren van de Faroer.

3 Een minimummaat van 100 cm moet in acht genomen worden.

4 Waarvan niet meer dan 11.803 ton mag worden gevangen in de Noorse wateren ten noorden van 62° NB en de visserijzone rond Jan Mayen.

5 Waarvan niet meer dan 490 ton mag worden gevangen in de ICES gebieden IVb,c.

6 Van deze hoeveelheid mag niet meer dan 8.723 ton worden gevangen in de periode van 1 januari tot en met 15 februari en van 1 oktober tot en met 31 december in de EG wateren van ICES gebied Iva.

7 Vangsten van de Koekoeksrog (Leucoraja naevus) (RJN/2C4-C), Stekelrog (Raja Clavata) (RJC/2AC4-C), Blonde rog (Raja brachyuran)(RJH/2AC4-C), Gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/2AC4-C) en de Sterrog (Amblyraja radiate) RJR/2AC4-C) moeten afzonderlijk worden gerapporteerd.

8 Voor vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15 meter geldt dat deze soort niet meer dan 25% levend gewicht mag bedragen van het totaal van de vangsten aan boord.

9 Vangsten van de Koekoeksrog (Leucoraja naevus) (RJN/67AKXD), Stekelrog (Raja Clavata) (RJC/67AKXD), Blonde rog (Raja brachyuran)(RJH/67AKXD), Gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/67AKXD), de Kleinoogrog (Raja micoocellata)(RJE/67AKXD), de Zandrog (Leucoraja circularis)(RJI/67AKXD) en de Shagreenrog (Leucoraja fullonica) RJF/67AKXD) moeten afzonderlijk worden gerapporteerd.

10 Vangsten van de Koekoeksrog (Leucoraja naevus) (RJN/07D), Stekelrog (Raja Clavata) (RJC/07D), Blonde rog (Raja brachyuran)(RJH/07D), Gevlekte rog (Raja montagui) (RJM//07D) en de sterrog (Amblyraja radiate) RJR/07D) moeten afzonderlijk worden gerapporteerd.

11 Andere soorten dan: haring, kabeljauw, koolvis, leng, makreel, schelvis, schol en wijting.

Vervallen