Regeling · BWBR0006390
Verordening op de proeve van bekwaamheid
Overwegende dat het noodzakelijk is nadere regelen te stellen ten aanzien van de proeve van bekwaamheid en de EG-verklaring;
Gelet op het besluit van 15 juni 1994 (Staatsblad 1994, 457);
Gelet op artikel 11 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's en artikel 5 van de Regeling EG-verklaring advocaten van 11 december 1996;
Gelet op de adviezen van de Examencommissie en het Curatorium;
Stelt de navolgende verordening vast:
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
EG-verklaring: de verklaring als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's;
- b.
proeve van bekwaamheid: de proeve van bekwaamheid als bedoeld in artikel 10, lid 3 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's.
De Algemene Raad bepaalt bij reglement:
- a.
uit welke onderdelen de proeve van bekwaamheid bestaat;
- b.
wat de inhoud van de verschillende onderdelen is;
- c.
de omvang van de examens en de wijze waarop de examens worden afgenomen;
- d.
de hoogte van de cursus- en examengelden;
- e.
de termijn waarbinnen aan de aanvullende opleidingseisen moet zijn voldaan.
De Algemene Raad stelt bij reglement nadere regels vast omtrent de vorm en de inhoud van de EG-verklaring.
De Algemene Raad kan bepalen aan de afgifte van de EG-verklaring kosten zijn verbonden en stelt in dat geval de hoogte daarvan vast.
Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Verordening op de proeve van bekwaamheid’.
de Algemene Raad bepaalt het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening*.