Wijzigingen Officiële bron
Uitvoeringsregeling Wet identificatie bij dienstverleningUitvoeringsregeling Wet identificatie bij dienstverlening en Wet melding ongebruikelijke transactiesDe Minister van Financiën,

Gelet op artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 5°, 6° en 7°, artikel 2, vierde lid, artikel 3, eerste lid, onder d, en vierde lid, artikel 4, derde, vierde en vijfde lid, en artikel 5, vijfde lid, van de Wet identificatie bij financiële dienstverlening 1993;

Besluit:

De Minister van Financiën, W.Kok

Het bedrag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 5°, van de Wet identificatie bij dienstverlening, wordt vastgesteld op € 1 134,45 per jaar indien het een periodieke premie betreft en op € 2 268,90 indien het een eenmalige premie betreft.

Het bedrag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 8(, "8(," moet zijn "8°,"van de Wet identificatie bij dienstverlening, wordt vastgesteld op € 15 000.

Als document in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wet identificatie bij dienstverlening wordt aangewezen:

Vervallen

artikel 4, derde lid, onder c, van de Wet identificatie bij dienstverlening is van overeenkomstige toepassing:

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Wet identificatie bij dienstverlening en Wet melding ongebruikelijke transacties.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop de Wet identificatie bij dienstverlening in werking treedt.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.