U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2004.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 9 maart 1994, houdende vervanging van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf door de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de wetgeving moet worden aangepast aan de richtlijn nr. 92/49/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en houdende wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG en 88/357/EEG (PbEG L 228) alsmede aan de richtlijn nr. 92/96/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 november 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe levensverzekeringsbedrijf en tot wijziging van de Richtlijnen 79/267/EEG en 90/619/EEG (PbEG L 360), en dat het naar aanleiding daarvan wenselijk is de Wet toezicht verzekeringsbedrijf opnieuw vast te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage 9 maart 1994 Beatrix De Minister van Financiën, W. Kok de veertiende april 1994 De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin

Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wijzen als Pensioen- & Verzekeringskamer een rechtspersoon aan, die voldoet aan de volgende eisen:

Van een aanwijzing als bedoeld in artikel 3 en de intrekking daarvan wordt in de Staatscourant mededeling gedaan.

De raad van toezicht van de Pensioen- & Verzekeringskamer stelt jaarlijks voor 1 november een begroting vast voor het volgende jaar. De begroting behoeft de goedkeuring van Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gezamenlijk.

Onze Minister kan de Pensioen- & Verzekeringskamer voorschriften geven ter implementatie van richtlijnen op het gebied van toezicht op het verzekeringsbedrijf van de Raad van de Europese Unie dan wel van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie gezamenlijk.

Deze wet is, tenzij daaruit anders voortvloeit, van toepassing op:

Het schadeverzekeringsbedrijf wordt onderscheiden naar branches, die de volgende benamingen dragen en waartoe de daaronder vermelde risico’s behoren.

Het levensverzekeringsbedrijf wordt onderscheiden naar branches, die de volgende benamingen dragen.

Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt het beheer over collectieve pensioenfondsen als uitoefening van het levensverzekeringsbedrijf beschouwd indien het wordt gevoerd door verzekeraars die ook overigens het levensverzekeringsbedrijf uitoefenen.

Ter uitvoering van een tussen de Unie en een staat, die niet een lid-staat is, gesloten overeenkomst betreffende de toegang tot en de uitoefening van het verzekeringsbedrijf, kan bij algemene maatregel van bestuur en zonodig onder het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur stellen van nadere regels worden bepaald dat en in hoeverre voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde die staat wordt gelijkgesteld met een lid-staat.

Deze wet is onder bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet van toepassing op de volgende categorieën schadeverzekeraars:

Vervallen

De verzekeraars, verenigd onder de naam Lloyd's, te Londen, Verenigd Koninkrijk, worden voor de toepassing van deze wet te zamen als een verzekeraar beschouwd.

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op verzekeraars met zetel buiten Nederland voor wat betreft het verrichten van diensten naar Nederland.

De personen die het dagelijks beleid van een verzekeraar bepalen, verrichten hun werkzaamheden in verband daarmee vanuit Nederland.

De geschiktheid van de houders van een gekwalificeerde deelneming in de onderneming van de aanvrager dient naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer voldoende te zijn met het oog op een gezonde, prudente en integere bedrijfsvoering van de verzekeraar. Onder integere bedrijfsvoering wordt in dit artikel verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995.

De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt de Commissie van de Europese Gemeenschappen in kennis van de verlening van een vergunning aan een dochtermaatschappij met zetel in Nederland van een onderneming met zetel buiten de Unie, onder opgave van de formele zeggenschapsstructuur van de groep waartoe de dochtermaatschappij behoort.

De aanvrager van een vergunning dient te beschikken over:

Indien de stukken die bij de aanvraag van een vergunning zijn overgelegd, de Pensioen- & Verzekeringskamer aanleiding geven tot het maken van opmerkingen, stelt zij de aanvrager in de gelegenheid op deze opmerkingen binnen een door haar te stellen termijn te antwoorden.

De Pensioen- & Verzekeringskamer verleent een vergunning aan ieder die te haren genoegen heeft aangetoond dat hij aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen voor het verkrijgen van de vergunning voldoet, behoudens voor zover artikel 179, vierde lid, aanhef en onderdeel b, toepassing vindt.

Indien de stukken die bij de aanvraag van een vergunning zijn overgelegd, de Pensioen- & Verzekeringskamer aanleiding geven tot het maken van opmerkingen, stelt zij de verzekeraar in de gelegenheid op deze opmerkingen binnen een door haar te stellen termijn te antwoorden.

De Pensioen- & Verzekeringskamer verleent een vergunning aan ieder die te haren genoegen heeft aangetoond dat hij aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen voor het verkrijgen van de vergunning voldoet.

Dit hoofdstuk is, behoudens de artikelen 51, 53 en 55 tot en met 57, niet van toepassing op verzekeraars met zetel buiten Nederland voor wat betreft het verrichten van diensten naar Nederland.

Een levensverzekeraar draagt er zorg voor dat in individuele overeenkomsten van levensverzekering die een looptijd van meer dan zes maanden hebben, uitdrukkelijk wordt bepaald dat de verzekeringnemer beschikt over een termijn van ten minste twee weken, gerekend vanaf het tijdstip waarop de verzekeringnemer ervan in kennis wordt gesteld dat de overeenkomst is gesloten, om de overeenkomst met onmiddellijke ingang schriftelijk op te zeggen. De kennisgeving van de verzekeraar geschiedt schriftelijk binnen vier weken na het sluiten van de overeenkomst. De opzegging door de verzekeringnemer heeft ten gevolge dat hij en de verzekeraar met ingang van het tijdstip waarop de verzekeraar deze opzegging heeft ontvangen, worden ontheven van alle uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen.

Bij of krachtens de in de artikelen 70a en 98a bedoelde algemene maatregel van bestuur kan worden voorgeschreven dat verzekeraars bepaalde gegevens ter zake van de integere bedrijfsvoering aan de Pensioen- & Verzekeringskamer melden. Onder integere bedrijfsvoering wordt in dit artikel verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995.

De toezichthoudende autoriteit van een andere lid-staat stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer van haar voornemen in kennis ten behoeve van het financiële toezicht op een in Nederland gelegen bijkantoor van een verzekeraar met zetel in die lid-staat gegevens te verifiëren. Degene bij wie gegevens worden geverifieerd verleent aan de toezichthoudende autoriteit en diens functionarissen alle medewerking die nodig is voor een goede uitvoering van die verificatie. De Pensioen-& Verzekeringskamer kan aan die verificatie deelnemen of door personen, door haar bij uitdrukkelijke en bijzondere machtiging aangewezen, doen deelnemen.

Een verzekeraar die de branche Rechtsbijstand uitoefent, draagt er zorg voor dat de inhoud van de rechtsbijstanddekking wordt opgenomen in hetzij een afzonderlijke overeenkomst hetzij een afzonderlijk hoofdstuk van de overeenkomst van verzekering indien deze tevens risico’s van andere branches dekt.

Een verzekeraar die overeenkomstig artikel 58, eerste, tweede of vierde lid, de branche Rechtsbijstand uitoefent, draagt er zorg voor dat uitdrukkelijk in de overeenkomst van verzekering wordt bepaald dat het de verzekerde in ieder geval vrij staat een advocaat of een andere rechtens bevoegde deskundige te kiezen indien:

Een verzekeraar als bedoeld in artikel 60 draagt er zorg voor dat uitdrukkelijk in de overeenkomst van verzekering wordt voorzien in een scheidsrechterlijke procedure of een andere procedure die vergelijkbare garanties inzake objectiviteit biedt, teneinde te bepalen welke gedragslijn er bij verschil van mening tussen de verzekeraar dan wel het juridisch zelfstandige schaderegelingskantoor en de verzekerde zal worden gevolgd voor de regeling van het geschil waarvoor een beroep op rechtsbijstandverzekering wordt gedaan.

Een verzekeraar als bedoeld in artikel 60 dan wel een juridisch zelfstandig schaderegelingskantoor als bedoeld in artikel 58, tweede of vierde lid, draagt er zorg voor dat, telkens wanneer zich een belangenconflict voordoet of er een verschil van mening bestaat over de regeling van het geschil, de verzekerde op de hoogte wordt gebracht van het in artikel 60 bedoelde recht onderscheidenlijk van de mogelijkheid gebruik te maken van de in artikel 61 bedoelde procedure.

De artikelen 58 tot en met 62 zijn niet van toepassing op:

Een levensverzekeraar doet binnen twee weken na het voor de eerste maal sluiten van een nieuw type overeenkomst van verzekering aan de Pensioen- & Verzekeringskamer opgave van de technische grondslagen voor de berekening van het desbetreffende tarief en van de desbetreffende technische voorzieningen.

In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt – voor zover niet anders blijkt – verstaan onder:

De bevoegdheden die de Pensioen- & Verzekeringskamer op grond van deze paragraaf heeft jegens de in artikel 69c bedoelde verzekeraars laten onverlet dat zij haar overige bevoegdheden die zij op grond van deze wet heeft, kan toepassen.

Indien een verzekeraar met zetel in Nederland en een of meer verzekeraars met zetel in een andere lid-staat dan Nederland als moederonderneming dezelfde verzekeringsholding, verzekeraar met zetel buiten de Unie, herverzekeraar of gemengde verzekeringsholding hebben, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer met die andere toezichthoudende autoriteit in overleg treden met het doel overeenstemming te bereiken over de vraag wie het toezicht, bedoeld in artikel 69c, zal uitoefenen.

Een verzekeraar die aan het toezicht, bedoeld in artikel 69c, eerste lid, is onderworpen, beschikt over adequate interne controleprocedures om de gegevens en informatie te verschaffen die relevant zijn voor de uitoefening van dat toezicht.

Op een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die de jaarrekening van een verzekeraar controleert, is artikel 72a, tweede tot en met vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

De verzekeraar legt elke voorgenomen wijziging in de aard van de risico’s van schadeverzekering of in de aard van de overeenkomsten van levensverzekering ten opzichte van de opgave, bedoeld in artikel 77, eerste lid, aan de Pensioen- & Verzekeringskamer over. Artikel 77, tweede tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

In geval van communautaire co-assurantie zijn de artikelen 77 en 78 slechts van toepassing op de verzekeraar die als eerste verzekeraar optreedt.

Alvorens de Pensioen- & Verzekeringskamer ten behoeve van het financiële toezicht op een in een andere lid-staat gelegen bijkantoor ter plaatse inzage als bedoeld in artikel 57, eerste lid, neemt of doet nemen, stelt zij daaromtrent de toezichthoudende autoriteit van die lid-staat in kennis.

Een levensverzekeraar doet binnen twee weken na het voor de eerste maal sluiten van een nieuw type overeenkomst van verzekering aan de Pensioen- & Verzekeringskamer opgave van de technische grondslagen voor de berekening van het desbetreffende tarief en van de desbetreffende technische voorzieningen.

Vervallen

Een verzekeraar met zetel buiten de Unie voert hier te lande de administratie met betrekking tot de bijkantoren in Nederland en bewaart hier te lande de desbetreffende zakelijke gegevens en bescheiden.

De verzekeraar legt elke voorgenomen wijziging in de aard van de risico’s van schadeverzekering of in de aard van de overeenkomsten van levensverzekering ten opzichte van de opgave, bedoeld in artikel 105, eerste lid, aan de Pensioen- & Verzekeringskamer over. Artikel 105, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

In geval van communautaire co-assurantie zijn de artikelen 105 en 106 slechts van toepassing op de verzekeraar die als eerste verzekeraar optreedt.

Een verzekeraar met zetel buiten Nederland mag uitsluitend diensten verrichten naar Nederland in branches tot de uitoefening waarvan hij in de staat van de betrokken vestiging bevoegd is.

Artikel 112 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de Pensioen- & Verzekeringskamer haar verzoek richt aan de toezichthoudende autoriteit van de lid-staat waar zich het betrokken bijkantoor van de verzekeraar bevindt.

Artikel 114 is van overeenkomstige toepassing.

Een verzekeraar met zetel buiten de Unie die zijn rechten en verplichtingen uit of krachtens een of meer overeenkomsten van schadeverzekering, door hem bij het verrichten van diensten naar Nederland gesloten, met toestemming van de bevoegde buitenlandse autoriteit aan een andere verzekeraar heeft overgedragen, doet van de overdracht in Nederland mededeling op door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen wijze. De inhoud van de publikatie behoeft de voorafgaande toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer.

De artikelen 121 tot en met 126 zijn niet van toepassing ten aanzien van de overdracht van rechten en verplichtingen uit overeenkomsten van herverzekering.

Een verzekeraar met zetel buiten de Unie die zijn rechten en verplichtingen uit een of meer overeenkomsten van levensverzekering, door hem bij het verrichten van diensten naar Nederland gesloten, met toestemming van de bevoegde buitenlandse autoriteit aan een andere verzekeraar heeft overgedragen, doet van de overdracht in Nederland mededeling op door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen wijze. De inhoud van de publikatie behoeft de voorafgaande toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer.

De artikelen 129 tot en met 134 zijn niet van toepassing ten aanzien van de overdracht van rechten en verplichtingen uit overeenkomsten van herverzekering.

Een verzekeraar wiens solvabiliteitsmarge niet voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen, doet aan de Pensioen- & Verzekeringskamer binnen de door haar te bepalen termijn en op de door haar te bepalen wijze opgave van de in artikel 67 bedoelde waarden en van de wijzigingen die daarin vervolgens optreden.

Artikel 137a is van overeenkomstige toepassing op verzekeraars met zetel buiten de Unie.

Een verzekeraar wiens solvabiliteitsmarge niet voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen dan wel de in een andere lid-staat dan Nederland gestelde eisen indien een voordeelregeling overeenkomstig artikel 49 van toepassing is, doet aan de Pensioen- & Verzekeringskamer binnen de door haar te bepalen termijn en op de door haar te bepalen wijze opgave van de in artikel 95 bedoelde waarden en van de wijzigingen die daarin vervolgens optreden.

De statuten van de opvanginstelling, met inbegrip van wijzigingen daarin, behoeven de voorafgaande toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer.

De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een verzoek tot het verlenen of tot het intrekken van een machtiging bij de rechtbank indienen zonder tussenkomst van een procureur.

Tot het instellen van beroep in cassatie tegen de beschikkingen van de rechtbank uit hoofde van dit hoofdstuk is, buiten de Pensioen- & Verzekeringskamer, de verzekeraar bevoegd, ongeacht of deze bij de rechtbank is verschenen.

De Pensioen- & Verzekeringskamer kan de verzekeraar en de opvanginstelling instructies geven in het belang van de goede werking van het opvanginstrument. De verzekeraar en de opvanginstelling volgen de instructies van de Pensioen- & Verzekeringskamer op. De instructies van de Pensioen- & Verzekeringskamer kunnen geen betrekking hebben op de voorwaarden van het herverzekeringscontract, bedoeld in artikel 147d, tweede lid, laatste volzin.

De vergunning van een verzekeraar waarvan de portefeuille ingevolge de bepalingen van dit hoofdstuk is overgedragen, wordt ingetrokken met inachtneming van de artikelen 149, 150 en 153.

De intrekking van de vergunning verplicht de verzekeraar het betrokken gedeelte van het bedrijf af te wikkelen, tenzij de intrekking gepaard gaat met de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 11 van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf. De verzekeraar die verplicht is zijn bedrijf af te wikkelen, blijft onderworpen aan de bepalingen van deze wet.

De intrekking van een vergunning door de toezichthoudende autoriteit van een andere lid-staat dan Nederland, verplicht de verzekeraar met zetel in die lid-staat de uitoefening van zijn bedrijf door middel van een bijkantoor in Nederland of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland af te wikkelen. Hij blijft daarbij onderworpen aan de bepalingen van deze wet.

Vervallen

Indien een machtiging is gegeven als bedoeld in artikel 156, derde lid, aanhef en onderdelen b of c:

De rechter-commissaris houdt toezicht op de overdracht onderscheidenlijk de vereffening, bedoeld in artikel 156, derde lid.

Op verzoek van de bewindvoerders benoemt de rechtbank een van haar leden tot rechter-commissaris die toezicht houdt op de vereffening welke plaats heeft ingevolge artikel 163a. Met betrekking tot de beschikkingen van de rechter-commissaris, gegeven ter uitvoering van het in de eerste volzin bepaalde, zijn de artikelen 66 en 67, eerste lid, van de Faillissementswet van overeenkomstige toepassing. Het tweede lid van artikel 67 van die wet is van overeenkomstige toepassing voor zover de daarin opgesomde artikelen in artikel 163a van overeenkomstige toepassing zijn verklaard. Hetgeen in de genoemde artikelen is bepaald met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde is van toepassing op de bewindvoerders onderscheidenlijk de verzekeraar dan wel het bijkantoor.

Vervallen

Vervallen

Ingevolge de hun verleende machtiging kunnen de bewindvoerders, ongeacht hetgeen daaromtrent bij de statuten van de verzekeraar is bepaald:

In geval van overdracht van rechten en verplichtingen ingevolge de machtigingen, bedoeld in artikel 156, derde lid, aanhef en onderdelen a en c, of de bijzondere machtiging, bedoeld in artikel 165, eerste lid, draagt de verzekeraar de waarden over die dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor zover deze voorzieningen betrekking hebben op de verplichtingen die worden overgedragen.

Een overdracht van rechten en verplichtingen ingevolge de machtigingen, bedoeld in artikel 156, derde lid, aanhef en onderdelen a en c, mag geen nadeel toebrengen aan de rechten van de overblijvende schuldeisers.

Vervallen

Voor de toepassing van de artikelen 194, 342 en 343 van het Wetboek van Strafrecht wordt met faillissement gelijkgesteld de rechtstoestand waarin een verzekeraar verkeert zolang te zijnen aanzien de noodregeling als bedoeld in artikel 156 van kracht is.

Vervallen

De bewindvoerders brengen tijdens de noodregeling telkens na verloop van drie maanden, alsmede na beëindiging van de noodregeling zo spoedig mogelijk verslag omtrent hun werkzaamheden uit aan de rechtbank. Een afschrift van dit verslag zenden de bewindvoerders aan Onze Minister en aan de Pensioen- & Verzekeringskamer.

De beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel, de saneringsmaatregel zelf en de rechtsgevolgen van de saneringsmaatregel worden beheerst door het recht van de lid-staat van herkomst, tenzij de wet anders bepaalt.

Indien degene die zowel schuldeiser als schuldenaar is van de verzekeraar bevoegd is zijn schuld te verrekenen met de vordering op de verzekeraar op grond van het recht dat van toepassing is op de vordering van de verzekeraar, laat de beslissing tot vaststelling van de saneringsmaatregel de bedoelde bevoegdheid onverlet.

De artikelen 171c tot en met 171e staan er niet aan in de weg dat een vordering wordt ingesteld tot nietigheid, vernietiging of het niet kunnen worden tegengeworpen van een rechtshandeling wegens de benadeling van het geheel van schuldeisers welke van die rechtshandeling het gevolg is.

In afwijking van artikel 171b worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor arbeidsovereenkomsten en andere rechtsverhoudingen ter zake van het verrichten van arbeid uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat op die overeenkomst of rechtsverhouding van toepassing is.

In afwijking van artikel 171b worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor een overeenkomst die het recht geeft op het genot of de verkrijging van een onroerende zaak uitsluitend beheerst door het recht van de lid-staat op het grondgebied waarvan de onroerende zaak is gelegen.

In afwijking van artikel 171b worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor de rechten van de verzekeraar op een registergoed beheerst door het recht van de lid-staat onder het gezag waarvan het register wordt gehouden.

In afwijking van artikel 171b wordt de rechtsgeldigheid van een rechtshandeling, onder bezwarende titel aangegaan door de verzekeraar na het tijdstip tot vaststelling van een saneringsmaatregel, waarmee hij beschikt over een registergoed of effecten of andere waardepapieren waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een wettelijk voorgeschreven register of op een wettelijk voorgeschreven rekening veronderstelt, of die zijn geplaatst in een door het recht van een lid-staat beheerst gecentraliseerd effectendepot, beheerst door het recht van de lid-staat onder het gezag waarvan het register, de rekening of het depot wordt gehouden dan wel, indien het een onroerende zaak betreft, door het recht van de lid-staat waar de onroerende zaak is gelegen.

In afwijking van artikel 171b worden de gevolgen van de saneringsmaatregel voor een aanhangige rechtsvordering betreffende een goed waarover de verzekeraar het beheer en de beschikking heeft verloren, uitsluitend beheerst door het recht van de lid-staat waar het rechtsgeding aanhangig is.

Artikel 171b is niet van toepassing op regels betreffende de nietigheid, de vernietigbaarheid van voor het geheel van schuldeisers nadelige rechtshandelingen en evenmin op de regels die bepalen of dergelijke rechtshandelingen kunnen worden tegengeworpen, indien degene die voordeel heeft gehad bij die rechtshandeling bewijst dat:

Op verzoek van een bewindvoerder uit een andere lid-staat dan Nederland worden de gegevens met betrekking tot een saneringsmaatregel, vastgesteld in een andere lid-staat dan Nederland door de griffier van de rechtbank te 's-Gravenhage ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, van de Faillissementswet.

Vervallen

Het is verboden in Nederland te bemiddelen bij of op andere soortgelijke wijze mee te werken aan de voorbereiding of de totstandkoming van overeenkomsten van verzekering met een verzekeraar die:

In afwijking van artikel 182 kunnen in een noodregeling gegevens of inlichtingen die geen betrekking hebben op derden die betrokken zijn bij pogingen de verzekeraar in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten, door de bewindvoerder worden opgenomen in de verslagen, bedoeld in artikel 170, indien een machtiging is verleend als bedoeld in artikel 156, derde lid, aanhef en onderdeel b, of, indien een machtiging is verleend als bedoeld in artikel 156, aanhef en derde lid, onderdeel c, activa van de verzekeraar te gelde zijn gemaakt met het oogmerk de opbrengst te verdelen onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden.

In afwijking van artikel 182 is artikel 183a van overeenkomstige toepassing op gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op derden die betrokken zijn bij pogingen de verzekeraar in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten, ongeacht of de verleende machtiging een machtiging is als bedoeld in artikel 156, derde lid, aanhef en onderdeel a, b of c, en ongeacht of activa te gelde zijn gemaakt met het oogmerk de opbrengst te verdelen onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden.

Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zenden in 2005 en vervolgens telkens na vijf jaar aan de Staten-Generaal een gezamenlijk verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de Pensioen- & Verzekeringskamer.

Degene jegens wie door Onze Minister, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer voor zover zij bevoegd is een boete op te leggen, een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat hem wegens een overtreding een boete zal worden opgelegd, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.

De werkzaamheden in verband met het opleggen van een dwangsom of van een boete worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van de overtreding en het daaraan voorafgaande onderzoek.

De Pensioen- & Verzekeringskamer kan, in afwijking van artikel 182, teneinde de naleving van deze wet te bevorderen ter openbare kennis brengen:

Degene jegens wie door de Pensioen- & Verzekeringskamer een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat de Pensioen- & Verzekeringskamer zijn handelen of nalaten op grond van artikel 188n ter openbare kennis zal brengen, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.

De beschikking om op grond van artikel 188n een feit ter openbare kennis te brengen vermeldt in ieder geval:

Tenzij de bevordering van de naleving van deze wet geen uitstel toelaat, wordt de werking van de beschikking om op grond van artikel 188n een feit ter openbare kennis te brengen opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.

In afwijking van artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht treedt de beschikking in werking op de dag waarop het feit ter openbare kennis is gebracht zonder dat de werking voor de duur van de beroepstermijn of, indien beroep is ingesteld, van het beroep wordt opgeschort, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen.

De werkzaamheden in verband met het op grond van artikel 188n ter openbare kennis brengen van een feit worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van het feit en het daaraan voorafgaande onderzoek.

Ten aanzien van overeenkomsten van verzekering die met een onderlinge waarborgmaatschappij zijn gesloten voor 26 juli 1976 en waaruit de rechten en verplichtingen na het in werking treden van deze wet worden overgedragen, geldt artikel 62, aanhef en onderdeel a, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van de overdracht af, zulks in afwijking van artikel 47, tweede lid, van de Overgangswet voor het nieuwe Burgerlijk Wetboek.

De artikelen 85, 86, 86a, 86b 88 en 89 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn vanaf 1 januari 1986 van overeenkomstige toepassing op een vruchtgebruik van en een pandrecht op aandelen in het waarborgkapitaal van een onderlinge waarborgmaatschappij, gevestigd voor die datum.

Ten aanzien van de kosten, verbonden aan de uitvoering van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf, voor zover deze op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet zijn verhaald, blijft het bepaalde bij of krachtens artikel 85 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf van toepassing.

Ingeval voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet beroep is ingesteld tegen een beslissing, genomen ingevolge de Wet toezicht verzekeringsbedrijf, wordt de zaak geheel afgedaan met toepassing van de voorschriften die voor dat tijdstip golden.

Ingeval voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet de faillietverklaring van een verzekeraar is uitgesproken of een machtiging als bedoeld in artikel 66 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf is verleend, blijven op het faillissement en op de vereffening of de overdracht van verbintenissen de bepalingen van toepassing die voor dat tijdstip golden.

Ingeval voor 1 juni 1987 de faillietverklaring is uitgesproken van een levensverzekeraar die in het bezit was van een verklaring als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Wet op het Levensverzekeringbedrijf, Stb. 1922, 716, blijven op het faillissement de bepalingen van toepassing die voor die datum golden.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald onder welke beperkingen of voorschriften de bestaande voorzieningen die getroffen zijn voor 4 december 1985 en die in strijd zijn met artikel 13, vierde lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, onderdelen b en c, onderdeel d, onder 2°, en onderdeel e, onder 2°, kunnen worden voortgezet.

Indien een andere lid-staat dan Nederland de richtlijn nr. 92/49/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en houdende wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG en 88/357/EEG (PbEG L 228) of de richtlijn nr. 92/96/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 november 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe levensverzekeringsbedrijf en tot wijziging van de Richtlijnen 79/267/EEG en 90/619/EEG (PbEG L 360) niet of onvolledig heeft uitgevoerd, kan Onze Minister bepalen dat en in hoeverre de Pensioen- & Verzekeringskamer op verzekeraars met zetel in die lid-staat deze wet of de Wet toezicht verzekeringsbedrijf toepast, zoals laatstgenoemde wet gold voor de inwerkingtreding van deze wet.

Een verzekeraar die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet ingevolge de Wet toezicht verzekeringsbedrijf verplicht is tot afwikkeling van het betrokken gedeelte van zijn bedrijf is gedurende de afwikkeling onderworpen aan de bepalingen van deze wet.

Een verzekeraar met zetel in een andere lid-staat dan Nederland die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet het verzekeringsbedrijf vanuit een bijkantoor in Nederland uitoefent, geeft binnen een maand na dit tijdstip aan de Verzekeringskamer het adres van het bijkantoor op waaraan mededelingen aan de vertegenwoordiger kunnen worden gestuurd.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

De Wet van 18 december 1986, Stb. 637, tot wijziging van de Wet toezicht schadeverzekeringsbedrijf wordt ingetrokken.

De Wet van 23 februari 1989, Stb. 52, tot aanvulling van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf met bepalingen omtrent hulpverlening op reis wordt ingetrokken.

De Wet van 23 mei 1990, Stb. 285, tot aanvulling van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf met bepalingen omtrent rechtsbijstandverzekering wordt ingetrokken.

De Wet van 20 juni 1990, Stb. 337, tot wijziging van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf in verband met de tweede richtlijn schadeverzekering wordt ingetrokken.

De Wet van 27 juni 1990, Stb. 341, tot wijziging van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf wordt ingetrokken.

De Wet van 15 april 1992, Stb. 203, tot wijziging van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf en de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen in verband met de richtlijn 90/618/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 8 november 1990 wordt ingetrokken.

De Wet van 1 juli 1992, Stb. 441, tot wijziging van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf in verband met de tweede richtlijn levensverzekering wordt ingetrokken.

De Wet van 23 december 1992, Stb. 719, tot wijziging van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf in verband met de richtlijn inzake de toepassing van de overeenkomst tussen de EEG en Zwitserland betreffende het directe schadeverzekeringsbedrijf wordt ingetrokken.

De Wet toezicht verzekeringsbedrijf wordt ingetrokken.

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 juli 1994.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.

Voor de overtredingen genoemd in tabel 1 en tabel 2, begaan na het tijdstip van inwerkingtreding van Hoofdstuk XI B van deze wet, zijn de boetebedragen vastgesteld als volgt:

1. Indien een boete wordt opgelegd voor het overtreden van een bepaling als genoemd in tabel 1 1, is bij de vaststelling van de hoogte van deze boete de volgende categorie-indeling naar balanstotaal van toepassing met de daarbij behorende factor:

Categorie-indeling normgeadresseerden

Categorie I: schadeverzekeraars met een balanstotaal van minder dan € 4 538 000 en levensverzekeraars met een balanstotaal van minder dan € 13 613 000; factor: 1;

Categorie II: schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 4 538 000 maar minder dan € 22 689 000 en levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 13 613 000 maar minder dan € 68 067 000; factor: 2;

Categorie III: schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 22 689 000 maar minder dan € 113 445 000 en levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 68 067 000 maar minder dan € 340 335 000; factor: 3;

Categorie IV: schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 113 445 000 maar minder dan € 453 780 000 en levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 340 335 000 maar minder dan € 1 361 340 000; factor: 4;

Categorie V: schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 453 780 000 en levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 1 361 340 000; factor: 6.

2. De boete wordt vastgesteld door het bedrag, bedoeld in artikel 1, te vermenigvuldigen met de factor behorende bij de categorie naar balanstotaal, bedoeld in het eerste lid.

3. Indien de gegevens omtrent het balanstotaal niet aan Onze Minister of de Pensioen- & Verzekeringskamer beschikbaar zijn gesteld, kan Onze Minister of de Pensioen- & Verzekeringskamer aan degene aan wie de boete wordt opgelegd, verzoeken deze gegevens binnen een door hem onderscheidenlijk haar te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.

Indien het een overtreding betreft waarvoor tariefnummer 1 is vastgesteld en waarop de tabellen 1 of 2 van toepassing zijn of waarvoor tariefnummer 2 is vastgesteld indien tabel 2 van toepassing is, behoeft op grond van artikel 188f, tweede lid, de betrokkene niet in de gelegenheid te worden gesteld om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd.

Tabel 1

Tabel 2