U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2002.

Regeling · BWBR0006517

Besluit bezoldiging politie

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 16 maart 1994, houdende vaststelling van regels ten aanzien van de bezoldiging van de politie Besluit bezoldiging politieWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 16 november 1993, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Politie, hoofdafdeling Personeel, Onderwijs en Informatievoorziening, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid, nr. EA93/U3219;

Gelet op artikel 50, eerste lid, van de Politiewet 1993;

De Raad van State gehoord (advies van 7 februari 1994, nummer WO4.93.0763;

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 11 maart 1994, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Politie, hoofdafdeling Personeel, Onderwijs en Informatievoorziening, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid, nr. EA94/419;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage 16 maart 1994 Beatrix De Minister van Binnenlandse Zaken, E. van Thijn de negenentwintigste maart 1994 De Minister van Justitie a.i., E. van Thijn

De bepaling van de salarisschaal, de waardering van de functie, de vaststelling, de toekenning, de intrekking, de verhoging onderscheidenlijk de vermindering van het salaris, de toelagen, de vergoedingen, de uitkeringen, de tegemoetkoming in de representatiekosten, het salaris van de aspirant, en de gratificatie geschieden door het bevoegd gezag.

De ambtenaar ontvangt geen bezoldiging over de tijd gedurende welke hij opzettelijk nalaat zijn dienst te verrichten.

Het salaris van de ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris bij een volledige betrekking.

Bij bijzondere prestaties kan een gratificatie worden toegekend.

Vervallen

Vervallen

Aan de ambtenaar kan een toelage worden toegekend om reden van werving of behoud tot een maximum van € 45 400,- per kalenderjaar.

Aan de ambtenaar kan als tegemoetkoming in de representatiekosten een toelage worden toegekend tot een maximum van 5% van het salaris.

Een krachtens artikel 16, 19 of 21 toegekende toelage wordt ingetrokken, indien de gronden waarop de toelage wordt toegekend niet meer aanwezig zijn, tenzij het bevoegd gezag van oordeel is dat er omstandigheden zijn om de toelage geheel of gedeeltelijk te handhaven.

Artikel 23 is mede van toepassing op de gewezen ambtenaar die ingevolge artikel 42 nog bezoldiging geniet.

Onze Minister stelt regels vast terzake van een maaltijdvergoeding bij overwerk, voor zover de ambtenaar ingevolge het Besluit vergoeding dienstreizen politie ter zake geen aanspraak op vergoedingen voor maaltijden heeft.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Indien de betrokkene de gegevens die noodzakelijk zijn voor het verminderen van het non-activiteitsinkomen niet, niet volledig of onjuist verstrekt, kan worden bepaald dat het non-activiteitsinkomen, zolang zulks het geval is, niet of slechts gedeeltelijk wordt uitbetaald.

Vervallen

De ambtenaar die als militair in werkelijke dienst is, behoudt over de tijd van deze dienst het genot van de aan zijn ambt verbonden bezoldiging slechts voor zover hem bij of krachtens de artikelen 33 tot en met 37 daarop aanspraak is verleend. Voor zover die werkelijke dienst wordt vervuld in de aan hem toegekende vakantie, behoudt hij in ieder geval het genot van de volle aan zijn ambt verbonden bezoldiging.

Indien de ambtenaar als militair in werkelijke dienst zijnde overlijdt, wordt de uitkering, bedoeld in artikel 46, verminderd met het bedrag van de overeenkomstige uitkering die uit hoofde van de militaire dienst ter zake van dit overlijden wordt gedaan.

De artikelen 32 tot en met 36 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Na het overlijden van de gewezen ambtenaar, die op de dag van zijn overlijden op grond van artikel 42 in het genot was van doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, wordt aan de in artikel 46 bedoelde personen en met overeenkomstige toepassing van dat artikel een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging welke de gewezen ambtenaar op de dag van zijn overlijden genoot, berekend over een tijdvak van drie maanden. Op deze uitkering worden in mindering gebracht het bedrag van de uitkering op grond van artikel 35 van de Ziektewet of op grond van artikel 53 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen.

Voor gevallen, waarin dit besluit niet of niet naar billijkheid voorziet, wordt door Onze Minister een bijzondere regeling getroffen.

De artikelen 6 tot en met 10, 14 tot en met 17b, 18, 20, 27 tot en met 30 zijn niet van toepassing op de aspirant met dien verstande dat de artikelen 14, 18, 27, 27a en 28 wel van toepassing zijn op de aspirant gedurende het praktisch opleidingsdeel.

De bedragen, genoemd in een van de bijlagen, behorende bij dit besluit, alsmede de bedragen, genoemd in de artikelen 3a, 14, 18, 23, 25b, 27 en 29 kunnen bij regeling van Onze Minister worden gewijzigd, met dien verstande dat met uitzondering van de bedragen, genoemd in de artikelen 14, 18 en 27, deze bedragen altijd worden aangepast overeenkomstig een algemene salarismaatregel in de sector Politie.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 1994.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bezoldiging politie.

Vervallen

Vervallen