Regeling · BWBR0006519

Besluit vergoeding dienstreizen politie

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 16 maart 1994, tot regeling van de vergoeding voor dienstreizen ten behoeve van de politieBesluit vergoeding dienstreizen politieWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 18 november 1993, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Politie, hoofdafdeling Personeel, Onderwijs en Informatievoorziening, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid, nr. EA93/U3220;

Gelet op artikel 50, eerste lid, van de Politiewet 1993;

De Raad van State gehoord (advies van 7 februari 1994, nr. WO4.93 0767);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 11 maart 1994, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Politie, hoofdafdeling Personeel, Onderwijs en Informatievoorziening, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid, nr. EA94/420;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage16 maart 1994BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken,E. van Thijnde negenentwintigste maart 1994De Minister van Justitie a.i.,E. van Thijn

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Indien voor de dienstreis van een eigen fiets of bromfiets gebruik wordt gemaakt, wordt hiervoor een vergoeding verleend volgens door Onze Minister vast te stellen regels.

Het bevoegd gezag kan bepalen dat ter uitvoering van een dienstreis gebruik wordt gemaakt van een dienstvoertuig. In dat geval vindt geen vergoeding plaats van de reiskosten.

Indien het dienstbelang dit vereist, of andere bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, kan het gebruik van een gehuurd vervoermiddel worden toegestaan. De ambtenaar wordt in dat geval een vergoeding verleend volgens door Onze Minister vast te stellen regels.

Indien een ambtenaar ingevolge artikel 62 of 64 van het Besluit algemene rechtspositie politie op een andere plaats van tewerkstelling werkzaam is, heeft hij voor het afleggen van het traject tussen de woning en de andere plaats van tewerkstelling aanspraak op een vergoeding van reiskosten volgens de bepalingen die bij of krachtens dit besluit worden vastgesteld.

Indien de reiskosten, bedoeld in artikel 5, vierde lid, in het buitenland worden gemaakt, worden deze kosten evenals de kosten van plaatselijk vervoer aangemerkt als verblijfkosten en derhalve niet afzonderlijk vergoed, tenzij deze kosten noodzakelijkerwijze voortvloeien uit het gebruik van een eigen motorvoertuig met toestemming van het bevoegd gezag, of een dienstvoertuig.

Het bevoegd gezag kan regels vaststellen ten aanzien van:

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 1994.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vergoeding dienstreizen politie.