U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 27-04-2005.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 21 maart 1994, houdende enkele rechtspositionele voorschriften ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenarenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie a.i. van 19 november 1992, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 263321/92/6;

Gelet op de artikelen 12, vijfde lid, 14, derde lid, 15, vijfde lid, en 16, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;

De Raad van State gehoord (advies van 26 januari 1993, nr. W03.92.0584);

Gezien het nader rapport van de Minister van Justitie van 14 maart 1994, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 428976/94/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage 21 maart 1994 Beatrix De Minister van Justitie a.i., E. van Thijn de negenentwintigste maart 1994 De Minister van Justitie a.i., E. van Thijn

In dit besluit wordt verstaan onder:

De Sectorcommissie is bevoegd aan de voorzitter van het overleg onderwerpen ter plaatsing op de agenda op te geven.

De deelnemers aan het overleg kunnen omtrent het in de vergadering verhandelde geheimhouding overeenkomen.

In dit hoofdstuk wordt onder rechterlijk ambtenaar mede verstaan: rechterlijk ambtenaar in opleiding.

De artikelen 13 tot en met 15 zijn van overeenkomstige toepassing op de gewezen rechterlijk ambtenaar voorzover het zijn aanspraken op basis van dit hoofdstuk betreft.

Indien de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar zowel op grond van de aanstelling ter zake waarvan hij krachtens artikel 17, artikel 18 of artikel 26 aanspraken heeft als op grond van een of meer andere betrekkingen een ZW-uitkering dan wel een WAO-uitkering geniet, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk onder ZW-uitkering onderscheidenlijk WAO-uitkering verstaan, de ZW-uitkering onderscheidenlijk de WAO-uitkering voor zover deze, naar rato van de bezoldiging uit hoofde van die aanstelling en die andere betrekking of betrekkingen, wordt toegerekend aan die aanstelling.

Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in de artikelen 18 en 26, wordt in voorkomende gevallen gewijzigd overeenkomstig een algemene salariswijziging.

De Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk is op de rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 1:

Bij een reorganisatie zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing.

De rechterlijk ambtenaar benoemd in vaste dienst, wiens functie in verband met een reorganisatie is opgeheven, wordt aangewezen als herplaatsingskandidaat.

De rechterlijk ambtenaar wordt omtrent zijn aanwijzing als herplaatsingskandidaat zo spoedig mogelijk geïnformeerd.

De naar het oordeel van Onze Minister of het gerechtsbestuur meest geschikte herplaatsingskandidaat, voor wie de functie als passend wordt aangemerkt, kan bij koninklijk besluit worden benoemd of door Onze Minister of het gerechtsbestuur worden verplaatst.

De rechterlijk ambtenaar die in het kader van een reorganisatie wordt herplaatst in een functie bij een parket of gerecht of anderszins binnen het gezagsbereik van Onze Minister waaraan een lagere bezoldiging is verbonden dan aan zijn oorspronkelijke rang, behoudt zijn oorspronkelijke bezoldiging gedurende de periode waarin hij die andere functie vervult.

Onverminderd het bepaalde in artikel 36k, eerste lid, is de herplaatsingskandidaat verplicht al het mogelijke te doen om een passende functie te vinden.

Aan de herplaatsingskandidaat kan een premie ter grootte van maximaal drie maandsalarissen in het vooruitzicht worden gesteld, indien aan hem binnen 18 maanden nadat hij is aangewezen als herplaatsingskandidaat op zijn aanvraag eervol ontslag als bedoeld in artikel 94 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, zoals dat luidde op 31 maart 1994, indien het een niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar betreft, dan wel ontslag op eigen verzoek als bedoeld in artikel 46h, eerste lid, van de wet, indien het een voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar betreft, is verleend.

Onze Minister of het gerechtsbestuur kan de artikelen 36p, 36q, 36r en 36t toepassen op de rechterlijk ambtenaar wiens functie binnen afzienbare tijd wordt opgeheven of de rechterlijk ambtenaar die binnen afzienbare tijd als overtollig zal worden aangemerkt.

In de artikelen 36y tot en met 36ab wordt onder rechterlijk ambtenaar verstaan: niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar.

Op de voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar, die in het kader van een reorganisatie op eigen verzoek wordt benoemd in een functie bij een ander gerecht of elders binnen het gezagsbereik van Onze Minister, zijn de artikelen 36n, 36q, en 36r van overeenkomstige toepassing.

Ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren bij de rechtbanken en de gerechtshoven, worden de bevoegdheden in de ingevolge artikel 16 van de wet overeenkomstige bepalingen, behoudens de daarin aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toegekende bevoegdheden en met uitzondering van de regelgevende bevoegdheden, uitgeoefend door de functionele autoriteit.

Onze Minister kan regels stellen ten aanzien van het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de taakvervulling in de woning van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding.

Onze Minister kan regels stellen ten aanzien van de vergoeding van de literatuur die voor de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding naar het oordeel van de functionele autoriteit noodzakelijk is voor een correcte uitoefening van de taakvervulling.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 1994.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

Vervallen