U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-03-1999.

Wet · BWBR0006548

Wet op de openluchtrecreatie

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 25 maart 1994, houdende regels ten behoeve van de openluchtrecreatie Wet op de openluchtrecreatieWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, mede ter uitvoering van artikel 22, derde lid, van de Grondwet, regels te stellen ten behoeve van de openluchtrecreatie, alsmede, in het kader van het regeringsstreven naar vermindering en vereenvoudiging van overheidsregelingen, de wettelijke regelen inzake het kamperen te herzien;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage 25 maart 1994 Beatrix De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, P. Bukman De Staatssecretaris van Economische Zaken, Y. C. M. T. van Rooy de achtentwintigste april 1994 De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, of een ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, intrekken indien:

Provinciale staten kunnen in het belang van de natuur- en landschapsbescherming een of meer gebieden aanwijzen waarvoor geen ontheffing als bedoeld in artikel 13 kan worden verleend gedurende een daarbij te bepalen periode of waarvoor een aantal kampeermiddelen ten aanzien waarvan een ontheffing als bedoeld in artikel 13 kan worden verleend op een daarbij te bepalen maximum aantal wordt gesteld gedurende een daarbij te bepalen periode.

Provinciale staten kunnen in het belang van de natuur- en landschapsbescherming een of meer gebieden aanwijzen waarvoor het verbod van artikel 15 onverkort geldt of waarvoor het aantal kampeermiddelen, bedoeld in dat artikel, op een daarbij te bepalen lager aantal wordt gesteld gedurende een daarbij te bepalen periode.

Met betrekking tot jachthavens is het bepaalde in de artikelen 18 en 19 van overeenkomstige toepassing.

Voor zover een kampeerovereenkomst afwijkt van het reglement als bedoeld in artikel 9, ten nadele van degene die het kampeermiddel plaatst of geplaatst houdt, kan deze laatste zich rechtstreeks beroepen op het reglement.

Het is verboden zonder voorafgaande verklaring van geen bezwaar van burgemeester en wethouders een volkstuincomplex te vestigen.

De aanvraag voor een verklaring als bedoeld in artikel 24, gaat vergezeld van een rapport waarin wordt aangegeven of, en zo ja, in welke mate de bodem van het terrein waarop de aanvrager voornemens is een volkstuincomplex te vestigen, verontreinigd is.

Burgemeester en wethouders weigeren in ieder geval een verklaring van geen bezwaar indien uit het rapport, bedoeld in artikel 25, blijkt dat vestiging van een volkstuincomplex op het desbetreffende terrein uit het oogpunt van volksgezondheid bezwaar ontmoet.

Er is een structuurschema dat in ieder geval inzicht geeft in de ruimtelijke aspecten van het rijksbeleid inzake openluchtrecreatie. Het structuurschema is een plan als bedoeld in artikel 2a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De in de artikelen 33 en 34 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner.

Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan een krachtens artikel 33 of 34 aangewezen ambtenaar.

De rechten en plichten, voortspruitende uit een kampeerovereenkomst welke van kracht is op het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 21 tot en met 23 worden te rekenen vanaf een jaar na dat tijdstip beheerst door de bepalingen van deze wet, of zoveel eerder als partijen dat overeenkomen.

De Kampeerwet wordt ingetrokken op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet op de openluchtrecreatie.