Ministeriële regeling · BWBR0006549
Regeling vaststelling regels politiespeurhonden en politiesurveillancehonden
Besluit:
's-Gravenhage25 maart 1994De Minister van Justitie, E.M.H.Hirsch BallinDe Regeling politiespeurhonden is van overeenkomstige toepassing op het Korps landelijke politiediensten met dien verstande dat:
- a.
artikel 1, eerste lid, onder a, luidt: hiervoor toestemming is verkregen van de korpschef van het Korps landelijke politiediensten;
- b.
artikel 5 onder a luidt: ambtenaar van politie, werkzaam bij het Korps landelijke politiediensten zijn, en;
- c.
in artikel 12, eerste lid, ‘korpsbeheerder’ wordt vervangen door: korpschef van het Korps landelijke politiediensten.
De Regeling politiesurveillancehonden is van overeenkomstige toepassing op het Korps landelijke politiediensten met dien verstande dat:
- a.
artikel 1, onder a, luidt: geleider: de ambtenaar van het Korps landelijke politiediensten die toestemming heeft van de korpschef van het Korps landelijke politiediensten om politiedienst te doen met een politiesurveillancehond;
- b.
in artikel 1, onder b, ‘een politieregio’ wordt vervangen door: het Korps landelijke politiediensten.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 1994.
Deze regeling zal in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst.