Ministeriële regeling · BWBR0006554

Regeling mobiele eenheid

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie van 25 maart 1994, nrs. EA94/U900 en 430248/594/GBJ, houdende regels voor de mobiele eenheidRegeling mobiele eenheidDe Ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie,

Gelet op de artikelen 6, 12, en 17, derde lid, van het Besluit Beheer Regionale Politiekorpsen en artikel 48, eerste lid van de Politiewet 1993;

Besluiten:

Deze regeling zal met toelichting worden geplaatst in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad.

's-Gravenhage25 maart 1994De Minister van Binnenlandse Zaken, E. vanThijnDe Minister van Justitie, E.M.H.Hirsch Ballin

De mobiele eenheid bestaat uit basiseenheden, aanhoudingseenheden, eenheden te water en teams van een waterwerper.

Een basiseenheid kan bestaan uit één of meer groepen, secties, pelotons en compagnies.

De aanvraag van de korpsbeheerder voor bijstand van de mobiele eenheid wordt slechts ingewilligd indien hij de mobiele eenheid van zijn regio volledig heeft ingezet.

De korpsbeheerder draagt er zorg voor dat de binnen zijn regio aanwezige eenheden die op basis van bijlage 1 voor de bijstand beschikbaar moeten zijn, binnen anderhalf uur inzetbaar zijn voor vertrek. Indien meer dan één peloton op basis van bijlage 1 voor de bijstand beschikbaar moet zijn, dan moet in ieder geval het eerste peloton binnen anderhalf uur inzetbaar zijn voor vertrek. De overige pelotons of secties moeten binnen vier uur inzetbaar zijn voor vertrek.

Een aanhoudingseenheid kan bestaan uit één of meer groepen of secties of één peloton.

De korpsbeheerder draagt al dan niet tezamen met een of meer korpsbeheerders van andere regionale politiekorpsen zorg voor een voorziening van aanhoudingseenheden.

De korpsbeheerder maakt op basis van de organisatiestructuur van de mobiele eenheid voor het grootschalig optreden een verbindingsschema voor het gebruik van de verbindingsmiddelen.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken, in overeenstemming met de Minister van Justitie voor zover het de aanhoudingseenheden betreft, kan nadere regels geven voor:

De korpsbeheerder wijst een ambtenaar aan die wordt belast met de coördinatie van de mobiele eenheid in het regionaal politiekorps.

De korpsbeheerder draagt er zorg voor dat binnen het regionaal politiekorps voldoende opvang wordt gegeven aan de ingezette leden na een optreden van de mobiele eenheid.

De burgemeester maakt, in overeenstemming met de officier van justitie, van elk grootschalig optreden door de mobiele eenheid waarbij ernstige verstoring van de openbare orde is ontstaan, een evaluatierapport op, dat door tussenkomst van de korpsbeheerder aan de ministers wordt toegezonden.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 1994.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling mobiele eenheid.

De navolgende politieregio's hebben voor bijstand een geoefend peloton mobiele eenheden beschikbaar dat tevens geschikt is om op te treden rond of aan boord van vaartuigen: