U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 11-11-2005.

Ministeriële regeling · BWBR0006585

Spaarloonregeling rijkspersoneel

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken tot vaststelling van bepalingen met betrekking tot het gebruik van de mogelijkheid van spaarloon als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel h, onder 2°, van de Wet op de loonbelasting binnen de sector RijkspersoneelSpaarloonregeling rijkspersoneelDe Minister van Binnenlandse Zaken,

Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de Ministerraad;

Besluit:

's-Gravenhage6 april 1994 De Minister van Binnenlandse Zaken, E. vanThijn

In deze regeling wordt verstaan onder:

Bij het in artikel 2 bedoelde verzoek doet het personeelslid opgave van tenminste de volgende gegevens:

Het bevoegd gezag stort het op het salaris van het personeelslid ingehouden spaarbedrag onmiddellijk op het door het personeelslid opgegeven bank-of gironummer van de financiële instelling ten gunste van de spaarloonrekening van het personeelslid resp. ten gunste van de afgesloten levensverzekering.

Het is het personeelslid niet toegestaan rechtstreeks stortingen op zijn spaarloonrekening te verrichten.

In afwijking van artikel 8, eerste lid, onderdeel a, kunnen de spaarbedragen over 2001 tot en met 2004 worden opgenomen.

Voor het opnemen van spaarbedragen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b, c en d, heeft het personeelslid de schriftelijke machtiging van het bevoegd gezag nodig.

Het is het personeelslid niet toegestaan het tegoed op zijn spaarloonrekening resp. de afgesloten levensverzekering op enigerlei wijze in onderpand te geven of zijn rechten hierop over te dragen.

Deze regeling treedt in werking op 1 mei 1994.

Deze regeling wordt aangehaald als:

Spaarloonregeling rijkspersoneel.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.