Wijzigingen Officiële bron
Regeling aanwijzing gebieden, terreinen en planten aardappelmoeheidRegeling aanwijzing gebieden, terreinen en planten aardappelmoeheidDe Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op de artikelen 5, 6 en 7 van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid;

Gezien de adviezen van het Landbouwschap en het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten;

Besluit:

's-Gravenhage13 april 1994 De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, J.D.Gabor

In deze regeling wordt verstaan onder:

Minister:

Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

besluit:

Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991;

A.M.-resistent aardappelras:

aardappelras, dat door de Minister op de door hem in de Staatscourant bekend te maken ‘Naamlijst van A.M.-resistente aardappelrassen’ is geplaatst;

Gebieden en terreinen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, mogen worden beteeld met A.M.-resistente rassen, mits ten genoegen van een ambtenaar van de Plantenziektenkundige Dienst kan worden aangetoond dat het betreffende ras resistent is tegen de besmetting op het betreffende gebied of terrein en de planten tevens met de ondergrondse delen worden gerooid en niet zijn bestemd om te worden uitgeplant.

Als planten bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel c, van het besluit die gevaar kunnen opleveren voor de verspreiding of vermeerdering van het aardappelcystenaaltje worden aangewezen aardappel en tomaat, alsmede bedrijfsmatig en in de open grond geteelde planten voorzover die kennelijk worden geteeld met het doel de gehele of gescheurde plant of ondergrondse delen daarvan uit te planten of voor wederuitplant in het verkeer te brengen.

Van het verbod, gesteld in artikel 5, eerste lid, van het besluit, wordt vrijstelling verleend ten aanzien van de gebieden welke op kaarten met topografische achtergrond, behorende bij deze regeling, worden aangegeven.

Van het verbod, gesteld in artikel 6, eerste lid, van het besluit wordt voor de teelt van de in artikel 6 genoemde planten, vrijstelling verleend, indien:

Van het in artikel 6, eerste lid, van het besluit gestelde verbod tot het bewaren van aardappelen op zodanige wijze dat zij in aanraking komen met de grond van de aangewezen gebieden en terreinen wordt vrijstelling verleend voor niet voor wederuitplant bestemde aardappelknollen.

Het bepaalde in de artikelen 4, 8 en 9 is niet van toepassing binnen de gebieden, genoemd in artikel 7.

De volgende regelingen worden ingetrokken:

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te ’s-Gravenhage, de Plantenziektenkundige Dienst te Wageningen en is gepubliceerd op www.minlnv.nl/pd.