U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2001.

Wet · BWBR0006620

Kaderwet bestuur in verandering

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 21 april 1994, houdende voorzieningen ter bevordering van de totstandkoming van regionaal bestuur in daartoe aangewezen gebieden Kaderwet bestuur in veranderingWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is voorzieningen te treffen ter bevordering van de totstandkoming van regionaal bestuur in daartoe aangewezen gebieden;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage 21 april 1994 Beatrix De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, D. IJ. W. de Graaff-Nauta De Minister van Binnenlandse Zaken, E. van Thijn de veertiende juni 1994 De Minister van Justitie, A. Kosto

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Deze wet is van toepassing op:

Artikel 5, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, is niet van toepassing ten aanzien van een wijziging van een krachtens artikel 3, eerste lid, vastgesteld samenwerkingsgebied.

Indien krachtens artikel 3, eerste lid, een samenwerkingsgebied is vastgesteld dat in meer dan één provincie is gelegen, wordt bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 3, eerste lid, bepaald welk van de betrokken provinciale besturen binnen dat samenwerkingsgebied de bevoegdheden met betrekking tot gemeenschappelijke regelingen uitoefent die bij of krachtens de wet aan het provinciaal bestuur zijn toegekend.

In afwijking van artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, voorziet een regeling in de instelling van een openbaar lichaam.

In een regeling kan worden bepaald dat artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen niet van toepassing is. In dat geval voorziet de regeling anderszins in de beslechting van geschillen omtrent de toepassing, in de ruimste zin, van de regeling, voorzover zij niet behoren tot die, vermeld in artikel 112, eerste lid, van de Grondwet of tot die, waarvan de beslissing krachtens artikel 112, tweede lid, van de Grondwet is opgedragen hetzij aan de rechterlijke macht, hetzij aan gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren.

In afwijking van artikel 30, eerste lid, onderdeel a, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, kan aan het bestuur van het regionaal openbaar lichaam de bevoegdheid worden overgedragen de baatbelasting, genoemd in artikel 222 van de Gemeentewet, te heffen.

Vervallen

Indien bij de besturen van de in een samenwerkingsgebied gelegen gemeenten bezwaren van overwegende aard bestaan tegen opneming in de regeling van één of meer van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 14 tot en met 18, kan Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, op gezamenlijk verzoek van die besturen besluiten:

Onverminderd het bepaalde in artikel 107, eerste lid, van de Provinciewet, kan het provinciaal bestuur bevoegdheden van regeling en bestuur, gevorderd bij of krachtens een andere wet dan de Provinciewet, voor het samenwerkingsgebied overdragen aan het bestuur van een regionaal openbaar lichaam, voor zover die bevoegdheden zich naar hun aard en schaal daartoe lenen en het bestuur van dat regionaal openbaar lichaam daarmee instemt. Artikel 107, tweede tot en met achtste lid, van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing.

Indien het bestuur van een in het samenwerkingsgebied liggende gemeente beroep tegen een besluit van het bestuur van een regionaal openbaar lichaam instelt, is artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Tegen een besluit als bedoeld in de artikelen 24 en 26 en tegen een aanwijzing als bedoeld in de artikelen 27, eerste lid, en 28, derde lid, kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Minister van Binnenlandse Zaken deelt binnen zes maanden na ontvangst van de in artikel 32, eerste lid, bedoelde rapportage zijn standpunt omtrent de rapportage aan beide Kamers der Staten-Generaal mede.

De Minister van Binnenlandse Zaken zendt jaarlijks aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Dit hoofdstuk is van toepassing voor het samenwerkingsgebied waarin de gemeente Rotterdam is gelegen.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Er is een commissie reorganisatie bestuur regio Rotterdam.

De commissie bevordert waar nodig de integratie van gemeenschappelijke regelingen met de regeling. Zij bevordert tevens de aanpassing van gemeenschappelijke regelingen, die ten gevolge van de inwerkingtreding van een wet die voorziet in een regeling van de bestuurlijke organisatie noodzakelijk is.

Onze Minister treft in overleg met de betrokken besturen voorzieningen ten behoeve van het secretariaat van de commissie.

De kosten verbonden aan de werkzaamheden van de commissie worden voor twee-zesde deel gedragen door Onze Minister, voor twee-zesde deel door het bestuur van het regionaal openbaar lichaam, voor een-zesde deel door het bestuur van de gemeente Rotterdam en voor een-zesde deel door het bestuur van de provincie Zuid-Holland.

Het beheer van het archief van de commissie geschiedt met inachtneming van de bepalingen van het Besluit Algemene secretarie-aangelegenheden rijksadministratie op overeenkomstige wijze als bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het archief wordt bij opheffing van de commissie overgedragen aan het hoofd van de algemene secretarie van dat ministerie.

Vervallen

Artikel 32 is niet van toepassing.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Een krachtens deze wet vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.

Deze wet kan worden aangehaald als: Kaderwet bestuur in verandering.