Wet · BWBR0006642
Wet vaststelling Wet verevening pensioenrechten bij scheiding
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een wettelijke regeling te treffen met betrekking tot de verevening van pensioenrechten bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed en in verband hiermee enige andere wetten te wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage28 april 1994BeatrixDe Staatssecretaris van Justitie,A. KostoDe Minister van Binnenlandse Zaken a.i.,E. M. H. Hirsch BallinDe Minister van Defensie,A. L. ter BeekDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J. Wallagede negentiende mei 1994De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch BallinDe volgende bepalingen worden vastgesteld, die kunnen worden aangehaald alsWet verevening pensioenrechten bij scheiding:
Wijzigt Boek 1 Burgerlijk Wetboek.
Wijzigt de Pensioen- en Spaarfondsenwet.
Wijzigt de Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds.
Wijzigt de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.