Ministeriële regeling · BWBR0006648

Regeling grenswaarden voor cadmium in afvalwater

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van 29 april 1994, houdende grenswaarden voor cadmium voorkomend in afvalwater dat in oppervlaktewateren wordt gebrachtRegeling grenswaarden voor cadmium in afvalwaterDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op richtlijn nr. 83/513/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 september 1983 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van cadmium (PbEG L 291), alsmede op artikel 1a, eerste, tweede en derde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Stb. 1992, 628);

Besluit:

Deze regeling zal in het Staatsblad worden geplaatst.

's-Gravenhage29 april 1994De Ministervan Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,J. G. M. Aldersde vierentwintigste mei 1994De Ministervan Justitie,E. M. H. Hirsch Ballin

In deze regeling wordt verstaan onder:

Voor een nieuw bedrijf gelden, als de hoogst toelaatbare gewichtshoeveelheid en concentratie cadmium voorkomend in afvalwater dat wordt geloosd, de grenswaarden die overeenkomen met de waarden die het resultaat zijn van toepassing van de beste bestaande technieken, met dien verstande dat voor een nieuw bedrijf behorende tot een van de in bijlage I vermelde bedrijfstakken, die gewichtshoeveelheid en concentratie in ieder geval niet hoger is dan de in die bijlage opgenomen grenswaarde de op de betrokken bedrijfstak van toepassing is.

Voor een bestaand bedrijf gelden als de hoogst toelaatbare gewichtshoeveelheid en concentratie cadmium voorkomend in afvalwater dat wordt geloosd:

De wijze van meting van de gewichtshoeveelheid en concentratie cadmium, bedoeld in de artikelen 2 en 3, dient ten minste te voldoen aan de in bijlage II daaraan gestelde eisen.

De regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 2 augustus 1985, houdende regelen met betrekking tot grenswaarden voor cadmium (Stb. 455) wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling grenswaarden voor cadmium in afvalwater.

a. Voor de onder 2 tot en met 6 genoemde bedrijfstakken worden de grenswaarden voor lozing van cadmium uitgedrukt in gram cadmium per kilogram verwerkt cadmium. Indien de hoeveelheid verwerkt cadmium niet kan worden bepaald, wordt uitgegaan van de hoeveelheid cadmium indien het bedrijf kan worden verwerkt. b. De grenswaarden gelden op het punt waar het cadmium bevattende afvalwater het bedrijfsterrein verlaat. Alle afvalstromen die verontreinigd kunnen zijn met cadmium, dienen bij de beoordeling of aan de grenswaarden wordt voldaan, betrokken te zijn. c. De grenswaarden geven de hoogst toelaatbare gewichtshoeveelheid en concentratie cadmium aan, die gemiddeld per maand mag worden geloosd. Daarbij geldt dat de hoogst toelaatbare gewichtshoeveelheid en concentratie op één dag ten hoogste twee maal de in de tabel aangegeven waarden mag bedragen.

b. De grenswaarden gelden op het punt waar het cadmium bevattende afvalwater het bedrijfsterrein verlaat. Alle afvalstromen die verontreinigd kunnen zijn met cadmium, dienen bij de beoordeling of aan de grenswaarden wordt voldaan, betrokken te zijn. c. De grenswaarden geven de hoogst toelaatbare gewichtshoeveelheid en concentratie cadmium aan, die gemiddeld per maand mag worden geloosd. Daarbij geldt dat de hoogst toelaatbare gewichtshoeveelheid en concentratie op één dag ten hoogste twee maal de in de tabel aangegeven waarden mag bedragen.

Vereisten waaraan de wijze van meting van de gewichtshoeveelheid en concentratie cadmium, bedoeld in de artikelen 2 en 3, ten minste dient te voldoen.

1. Het nemen van monsters en het meten van het lozingsdebiet geschiedt op het punt waar het cadmium bevattende afvalwater het terrein van het betrokken bedrijf verlaat. Het nemen van monsters en het meten van het lozingsdebiet mag geschieden op een punt dat ligt vóór het punt waar de grenswaarden gelden, indien al het van het bedrijf afkomstige water dat met de betrokken stof verontreinigd kan zijn bij die metingen in aanmerking wordt genomen en indien uit regelmatige controlemetingen blijkt dat de metingen een goed beeld geven van de hoeveelheden die worden geloosd op het punt waar de grenswaarden gelden of altijd een hogere uitkomst geven.

2. Voor de meting van de geloosde hoeveelheid afvalwater (in m3/dag) wordt een methode gehanteerd, waarvan de onnauwkeurigheid in de debietmeting kleiner is dan 10%. Dit kan door ijking worden vastgesteld.

3. De bemonstering van het afvalwater wordt zodanig uitgevoerd dat een monster wordt verkregen dat representatief is voor de geloosde totale hoeveelheid afvalwater gedurende 24 uur.

4. De frequentie van meting en bemonstering is zodanig dat een representatief beeld wordt verkregen van de concentratie en van de totale hoeveelheid cadmium die gedurende een maand wordt geloosd.

5. Het monster wordt in behandeling genomen zonder dat daaruit bezinkbare of opdrijvende bestanddelen zijn verwijderd.

De referentiemethode voor het meten van cadmium is de atomaire absorptiespectrometrie, toegepast na een passende conservering en voorbehandeling van het monster. Daarbij wordt voor cadmiumconcentraties lager dan 0,05 mg/l gebruik gemaakt van de grafietoventechniek, voor cadmiumconcentraties vanaf 0,05 mg/l wordt de vlamtechniek toegepast. De analyse moet zodanig worden uitgevoerd dat wordt voldaan aan de volgende eisen ten aanzien van de precisie en de systematische afwijking:

a. de precisie: tweemaal de waarde van de standaardafwijking van een serie meetuitkomsten is kleiner dan, of gelijk aan 20%. (*)

b. de systematische afwijking: het verschil tussen de werkelijke waarde en de waarde van het rekenkundig gemiddelde van een serie meetuitkomsten is kleiner dan, of gelijk aan 20%. (*)

Voor de vaststelling van de precisie en de systematische afwijking van de toegepaste meetmethode wordt gebruik gemaakt van een oplossing waarin cadmium voorkomt in nauwkeurig bekende concentraties die ten hoogste 10% mogen afwijken van 0,1 mg/l cadmium bij toepassing van de vlamtechniek en van 0,001 mg/l bij toepassing van de grafietoventechniek. De serie meetuitkomsten als bedoeld onder a. en b. bestaat uit ten minste 10 enkelvoudige meetuitkomsten. Deze meetuitkomsten worden verkregen uit metingen, verricht door dezelfde waarnemer, met dezelfde middelen en dezelfde hulpstoffen, onder zoveel mogelijk gelijke omstandigheden.