Regeling · BWBR0006654
Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken van 27 september 1993, nr. FO93/U 1991, directie Bestuurlijke en Financiële Organisatie, afdeling Financiële Organisatie Binnenlands Bestuur;
Gelet op de artikelen 189, vierde lid, en 190 van de Provinciewet en de artikelen 185, vierde lid en 186 van de Gemeentewet;
Gezien het advies van de commissie voor de provinciale en gemeentelijke comptabiliteitsvoorschriften (advies van 7 september 1993, nr. GCV/YA/93/11);
De Raad van State gehoord (advies van 21 februari 1994, nr. WO4.93.0642);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken van 22 april 1994, nr. FO94/425;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage3 mei 1994BeatrixDe Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,D. IJ. W. de Graaff-Nautade zevende juni 1994De Minister van Justitie,E. M. H. Hirsch BallinIn dit besluit wordt verstaan onder:
- a.
Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken;
- b.
algemeen bestuur: provinciale staten, onderscheidenlijk de gemeenteraad;
- c.
dagelijks bestuur: gedeputeerde staten, onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders;
- d.
organisatie: provincie, onderscheidenlijk gemeente;
- e.
begroting: de begroting, bedoeld in artikel 193, eerste lid, van de Provinciewet, onderscheidenlijk artikel 189, eerste lid, van de Gemeentewet;
- f.
jaarrekening: de rekening, bedoeld in artikel 201, eerste lid, van de Provinciewet, onderscheidenlijk artikel 197, eerste lid, van de Gemeentewet;
- g.
jaarverslag: het jaarverslag, bedoeld in artikel 201, eerste lid, van de Provinciewet, onderscheidenlijk artikel 197, eerste lid, van de Gemeentewet;.
- h.
hoofdfuncties en functies: zorggebieden, gerangschikt overeenkomstig de indeling, opgenomen in bijlage 1, behorende bij dit besluit;
- i.
subfunctie: een door het algemeen bestuur verbijzonderd onderdeel van een functie;
- j.
categorieën: rubrieken van de indeling van baten en lasten en van balansmutaties naar soorten, ongeacht hun bestemming, zoals opgenomen in bijlage 2 van dit besluit;
- k.
kostenplaats: een organisatie-eenheid waarvan de lasten en de baten aan onderscheiden functies en aan relevante balansposten worden doorberekend.
Onze Minister is bevoegd nadere regels te stellen voor de inrichting van de begroting, de meerjarenraming, de jaarrekening en het jaarverslag.
De begroting, de meerjarenraming, de jaarrekening en de toelichtingen geven volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en de lasten.
Voor de begroting, de meerjarenraming en de jaarrekening wordt het stelsel van baten en lasten gehanteerd.
De baten en de lasten van het begrotingsjaar worden in de begroting en in de rekening opgenomen, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar leiden, onderscheidenlijk hebben geleid.
Als baten en lasten worden niet aangemerkt de neutrale uitgaven en inkomsten, gedefinieerd in bijlage 3 bij dit besluit.
Onverminderd het tweede lid worden alle baten en lasten geraamd, respectievelijk verantwoord tot hun brutobedrag.
Terugbetalingen in hetzelfde begrotingsjaar op baten en van lasten worden in mindering gebracht op de functie en de categorie, waarop de oorspronkelijke boeking is opgenomen.
Alle baten en lasten worden ingedeeld naar de hoofdfuncties, de functies en de categorieën, gedefinieerd in de bijlagen 1 en 2 bij dit besluit.
De indeling naar categorieën, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing voor de meerjarenraming.
De bijlagen, genoemd in het eerste lid, kunnen bij regeling van Onze Minister worden gewijzigd.
De onderscheidene functies worden zo ver gesplitst als nodig is ter verkrijging van een overzichtelijk beeld van het te voeren beleid.
De bepaling van de baten en de lasten geschiedt voorts met inachtneming van de regels die in paragraaf 5 van hoofdstuk VIII worden gegeven voor de waardering.
Slechts om gegronde redenen mogen de waardering van de activa en de passiva en de bepaling van de baten en de lasten geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar.
De indeling van de begroting, de meerjarenraming en de jaarrekening mag slechts om gegronde redenen afwijken van die van het voorafgaande begrotingsjaar; in de toelichting worden de verschillen aangegeven en worden de redenen die tot de afwijking hebben geleid, uiteengezet.
De begroting en de toelichting geven duidelijk en stelselmatig de omvang van alle begrote baten en lasten van het begrotingsjaar, alsmede het saldo daarvan weer.
De begroting bestaat uit:
- a.
een raming van de baten en de lasten;
- b.
een recapitulatie van de totaalbedragen per hoofdfunctie.
In de raming van baten en lasten worden per hoofdfunctie en per functie opgenomen het gerealiseerde bedrag van het voorvorige begrotingsjaar, het geraamde bedrag van het vorige begrotingsjaar na wijziging en het geraamde bedrag van het begrotingsjaar.
In de recapitulatie van de totaalbedragen worden per hoofdfunctie opgenomen de baten en de lasten, alsmede het nadelige of batige saldo.
In de besluiten tot wijziging van de begroting worden per functie de verlaging, dan wel de verhoging, en het nieuwe geraamde bedrag genoemd.
Overboekingen tussen functies zijn niet toegestaan.
Het algemeen bestuur kan het dagelijks bestuur machtigen tot overschrijving van begrotingsbedragen tussen functies onder de volgende voorwaarden:
- a.
overschrijvingen zijn alleen toegestaan indien deze passen binnen het vastgestelde beleid;
- b.
overschrijvingen mogen het begrotingssaldo niet beïnvloeden;
- c.
het algemeen bestuur wijst van te voren clusters van functies aan waarbinnen overschrijvingen mogen plaatsvinden;
- d.
het algemeen bestuur bepaalt van te voren tot welk maximaal bedrag of percentage de overschrijvingen mogen geschieden.
De toelichting bij de begroting bevat ten minste:
- a.
de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en, in geval van aanmerkelijk verschil met de raming van het vorig begrotingsjaar, de oorzaken van het verschil;
- b.
een uiteenzetting over de financiële positie van de organisatie;
- c.
een risicoparagraaf;
- d.
een investerings- en financieringsstaat;
- e.
een kostenverdeelstaat;
- f.
een overzicht kapitaallasten;
- g.
een overzicht personele sterkte en personeelslasten;
- h.
een verzamel- en consolidatiestaat;
- i.
een financieringsparagraaf.
In de risicoparagraaf, genoemd in artikel 14, onder c, noemt het dagelijks bestuur alle risico's die tot het moment van aanbieden van de begroting en de meerjarenraming bij hem bekend zijn en licht deze toe.
Het algemeen bestuur bevestigt bij de vaststelling van de begroting alle risico's naar de laatste stand van zaken.
Onder risico's, bedoeld in de vorige leden, worden verstaan alle voorzienbare risico's waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd of die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie.
De investerings- en financieringsstaat, genoemd in artikel 14, onder d, geeft weer de stand per 31 december van het begrotingsjaar van en de begrote mutaties in de vaste activa, het onderhanden werk inzake grondexploitatie, het eigen vermogen, de opgenomen langlopende geldleningen en de voorzieningen.
Onverminderd de artikelen 193 van de Provinciewet, onderscheidenlijk 189 van de Gemeentewet, kunnen de mutaties, genoemd in het eerste lid, ten laste of ten bate van de organisatie slechts worden gerealiseerd tot de bedragen die het algemeen bestuur heeft vastgesteld.
De vaststelling van de bedragen, bedoeld in het tweede lid, kan op een ander tijdstip plaatsvinden dan de vaststelling van de bedragen van de begroting.
De kostenverdeelstaat, genoemd in artikel 14, onder e, bevat de toerekening van de lasten en van de baten van de kostenplaatsen aan functies, investeringen, reserves en voorzieningen.
In de kostenverdeelstaat worden afzonderlijk of geaggregeerd de kostenplaatsen opgenomen die worden gehanteerd bij het toerekenen van lasten en baten aan meer dan één functie.
De kostenplaatsen worden zo ver geaggregeerd als nodig is ter verkrijging van een overzichtelijk beeld van de toerekening van de lasten en de baten.
De lasten en de baten van de kostenplaatsen worden gespecificeerd volgens de categorieën, genoemd in bijlage 2.
Bij de kostenverdeelstaat behoort een toelichting waarin de kwantitatieve grondslagen van de verdeling, bedoeld in het tweede lid, worden vermeld.
De lasten in het overzicht van de kapitaallasten, genoemd in artikel 14, onder f, worden onderscheiden in:
- a.
rente gespecificeerd naar:
- 1°.
rente en premies van aangegane langlopende geldleningen;
- 2°.
rente van de in de kas van de organisatie gestorte langlopende waarborgsommen;
- 3°.
rente van aangegane kortlopende geldleningen;
- 4°.
toegerekende rente over eigen vermogen;
- 5°.
rente op overig vreemd vermogen;
- 1°.
- b.
overige goederen en diensten gespecificeerd naar:
- 1°.
toegerekende kosten van het sluiten van geldleningen en disagio;
- 2°.
kosten van uitbetaling van aflosbaar gestelde obligaties en vervallen rentecoupons;
- 1°.
- c.
toevoegingen aan fondsen voor premieleningen;
- d.
overgeboekte rente wegens het aantrekken van extra kasmiddelen;
- e.
afschrijvingen.
De baten in het overzicht van de kapitaallasten, genoemd in artikel 14, onder f, worden onderscheiden in:
- a.
rente van verstrekte kortlopende geldleningen;
- b.
overgeboekte rente wegens belegging van overtollige kasmiddelen;
- c.
vrijval uit fondsen voor premieleningen;
- d.
doorberekende kapitaallasten aan functies, kostenplaatsen en investeringen.
Voor de personele sterkte, bedoeld in artikel 14, onder g, worden op basis van de organisatiestructuur voor de begroting opgenomen het aantal personeelsleden in dienst van de organisatie en hetzelfde aantal, omgerekend naar fulltime-eenheden. Voorts wordt deze informatie ook verstrekt voor de begroting van het vorige begrotingsjaar.
Onder de personeelslasten, bedoeld in artikel 14, onder g, worden voor de organisatie als geheel afzonderlijk opgenomen de totaalbedragen van:
- a.
salarissen;
- b.
sociale-verzekeringspremies;
- c.
pensioenpremie;
- d.
niet in premieverband betaalde sociale lasten van het eigen personeel;
- e.
salarissen van het tijdelijk personeel.
Voorts worden opgenomen het totaalbedrag dat met de personeelslasten is gemoeid en het totaalbedrag van de personeelslasten uit de begroting van het vorige begrotingsjaar.
In de verzamel- en consolidatiestaat, bedoeld in artikel 14, onder h, worden opgenomen:
- a.
de baten en de lasten per functie uit de raming van baten en lasten, bedoeld in artikel 10;
- b.
de baten en de lasten uit het overzicht kapitaallasten bedoeld in artikel 14, onder f;
- c.
de baten en de lasten uit de kostenverdeelstaat, bedoeld in artikel 17;
- d.
de mutaties uit de investerings- en financieringsstaat, bedoeld in artikel 16.
De baten en de lasten, alsmede de mutaties uit de investerings- en financieringsstaat worden gerubriceerd naar de categorieën, genoemd in bijlage 2.
De financieringsparagraaf, bedoeld in artikel 14, onderdeel i, bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer.
De meerjarenraming en de toelichting geven voor elk jaar duidelijk en stelselmatig de omvang van de geraamde baten en lasten, alsmede het saldo daarvan weer.
In de meerjarenraming worden ten minste tot uitdrukking gebracht de financiële gevolgen van het beleid dat ten grondslag ligt aan de bedragen, opgenomen in de begroting, voor zover die gevolgen voor de periode van de meerjarenraming voorzienbaar zijn.
De meerjarenraming biedt inzicht in de jaarlijkse kapitaallastenontwikkeling.
De meerjarenraming biedt inzicht in de jaarlijkse ontwikkeling van de stand van de reserves.
De toelichting op de meerjarenraming bevat de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en, in geval van aanmerkelijk verschil met de raming van het begrotingsjaar en tussen de ramingen van de opeenvolgende jaren, de oorzaken van het verschil.
Bij de toepassing van het eerste lid wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de gehanteerde percentages en aan de loon- en prijsniveaus.
De verslaglegging van de organisatie bestaat uit de jaarrekening en het jaarverslag.
De jaarrekening bestaat uit:
- a.
de rekening van baten en lasten en de toelichting daarop;
- b.
een recapitulatie van de totaalbedragen per hoofdfunctie;
- c.
een balans en de toelichting daarop.
De jaarrekening wordt vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële positie op de balansdatum is gebleken tussen het moment van opmaken van de jaarrekening en het tijdstip van vaststelling daarvan, voor zover deze aanvullende informatie onontbeerlijk is voor het in artikel 3 bedoelde inzicht.
Het jaarverslag gaat in op de financiële positie op de balansdatum, de gang van zaken gedurende het begrotingsjaar van de organisatie en van de deelnemingen, waarvan de financiële gegevens in haar jaarrekening zijn opgenomen.
Het jaarverslag geeft aan in hoeverre het beleid dat aan de begroting ten grondslag heeft gelegen, is gerealiseerd.
Het jaarverslag besteedt aandacht aan de bestemming danwel dekking van het rekeningsaldo.
Het jaarverslag bevat een financieringsparagraaf waarin informatie wordt gegeven over de realisatie van de beleidsvoornemens die zijn opgenomen in de financieringsparagraaf bij de begroting, bedoeld in artikel 14, onderdeel i.
De rekening van baten en lasten en de toelichting geven getrouw, duidelijk en stelselmatig de omvang van alle baten en alle lasten, alsmede het saldo daarvan weer.
In de rekening van baten en lasten worden per hoofdfunctie en per functie opgenomen het geraamde bedrag van het begrotingsjaar na wijziging, het gerealiseerde bedrag van het begrotingsjaar en het gerealiseerde bedrag van het vorige begrotingsjaar.
In de rekening worden de baten en de lasten van de onderscheidene functies, alsmede de nadere splitsing daarvan, op dezelfde wijze gerangschikt als in de begroting zoals deze luidt na wijzigingen.
In de recapitulatie van de totaalbedragen worden per hoofdfunctie opgenomen de baten en de lasten, alsmede het nadelige of batige saldo.
Het saldo van de rekening van baten en lasten wordt afzonderlijk opgenomen in de balans.
De bestemming van het saldo vindt plaats nadat de jaarrekening is vastgesteld.
De toelichting bij de rekening van baten en lasten bevat ten minste:
- a.
een analyse per functie van de afwijkingen tussen de begroting en de rekening;
- b.
een toelichting per functie op de belangrijke afwijkingen tussen de rekening over het vorige begrotingsjaar en die van het begrotingsjaar;
- c.
een kostenverdeelstaat;
- d.
een overzicht kapitaallasten;
- e.
een overzicht personele sterkte en personeelslasten;
- f.
een verzamel- en consolidatiestaat.
De artikelen 17 tot en met 20 zijn van toepassing op de toelichting bij de rekening met dien verstande dat artikel 20, eerste lid, onder d, wordt vervangen door artikel 40.
De balans met toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de financiële positie en de samenstelling daarvan in actief- en passiefposten op het einde van het begrotingsjaar weer.
De balans bevat ook de cijfers van het voorafgaande begrotingsjaar.
Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van de organisatie al dan niet duurzaam te dienen.
Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa en de geactiveerde tekorten.
Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, de vorderingen, de effecten, de liquide middelen en de overlopende activa.
Onder de passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voorzieningen, de langlopende schulden en de vlottende passiva.
Onder de vlottende passiva worden afzonderlijk opgenomen de kortlopende schulden en de overlopende passiva.
Onder immateriële vaste activa worden begrepen die vaste activa die niet stoffelijk van aard zijn, niet onder de financiële vaste activa worden begrepen, en niet kunnen worden aangemerkt als ongedekte tekorten.
In de toelichting op de balans worden de immateriële vaste activa onderscheiden naar:
- a.
kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en disagio;
- b.
kosten van onderzoek en ontwikkeling;
- c.
bijdragen aan activa in eigendom van derden;
- d.
overige immateriële vaste activa.
In de toelichting op de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
- a.
gronden en terreinen;
- b.
woonruimten;
- c.
bedrijfsgebouwen;
- d.
grond-, weg- en waterbouwkundige werken;
- e.
vervoermiddelen;
- f.
machines, apparaten en installaties;
- g.
overige materiële vaste activa.
In de toelichting op de balans wordt vermeld tot welke belangrijke, niet in de balans opgenomen, financiële verplichtingen de organisatie voor een aantal toekomstige jaren is verbonden, zoals die welke voortvloeien uit langlopende overeenkomsten.
In de toelichting op de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
- a.
leningen aan woningbouwcorporaties;
- b.
overige langlopende leningen;
- c.
aandelen in gemeenschappelijke regelingen alsmede deelnemingen;
- d.
effecten.
Van een deelneming is sprake indien de organisatie aan een derde-rechtspersoon een kapitaalverschaffing heeft gedaan of daarop aanspraken heeft.
In de toelichting op de balans wordt informatie verstrekt over de omvang en de aard van de deelneming(en).
Het bruto-verloop van de vaste activa, bedoeld in de artikelen 36, 37 en 39, gedurende het begrotingsjaar wordt in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken, voor zover van toepassing:
- a.
de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar;
- b.
de uitbreidingen, gespecificeerd naar categorieën en functies/kostenplaatsen;
- c.
de afschrijvingen gespecificeerd naar functies/kostenplaatsen;
- d.
de overige verminderingen, gespecificeerd naar categorieën en functies/kostenplaatsen;
- e.
de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar.
Voorts wordt voor elke geactiveerde post, behorende tot de vaste activa, vermeld de som van afschrijvingen en waardeverminderingen op de balansdatum.
Voor zover onder de materiële vaste activa, bedoeld in artikel 37, in uitvoering zijnde investeringswerken zijn begrepen, wordt in de toelichting op de balans aangegeven hoe de werkelijke investeringsuitgaven in het begrotingsjaar zich verhouden tot de daarvoor door het algemeen bestuur vastgestelde bedragen, bedoeld in artikel 16, tweede lid.
In de toelichting op de balans worden de stille reserves van niet-bedrijfsgebonden activa, die tot het moment van aanbieden van de jaarrekening bekend zijn, opgenomen.
Onder een stille reserve wordt verstaan het verschil tussen de actuele waarde en de boekwaarde, waarbij de eerste materieel hoger uitvalt dan de tweede.
In de toelichting op de balans worden onder de tot de vlottende activa behorende voorraden afzonderlijk opgenomen:
- a.
grond- en hulpstoffen gespecificeerd naar:
- 1°.
niet in exploitatie genomen bouwgronden;
- 2°.
overige grond- en hulpstoffen;
- 1°.
- b.
onderhanden werk;
- c.
gereed produkt en handelsgoederen;
- d.
vooruitbetalingen op voorraden.
Met betrekking tot het onderhanden werk inzake grondexploitatie, mede bedoeld in artikel 42, onder b, worden voor het totaal van de in exploitatie zijnde complexen aangegeven:
- a.
de boekwaarde per 1 januari;
- b.
de bestedingen in het jaar gespecificeerd naar investeringen en overige vermeerderingen;
- c.
de opbrengsten in het jaar;
- d.
de verminderingen in het jaar wegens afsluitingen van complexen;
- e.
de boekwaarde per 31 december;
- f.
de geraamde nog te maken kosten;
- g.
de geraamde opbrengsten van nog uit te geven gronden ten behoeve van woningbouw;
- h.
de geraamde opbrengsten van overige nog uit te geven gronden;
- i.
de geraamde bijdragen van derden;
- j.
de geraamde bijdrage tot het sluitend maken van de exploitatie;
- k.
het geraamde eindresultaat.
De investeringen en overige vermeerderingen, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden gespecificeerd in:
- a.
grondaankopen;
- b.
interne doorberekeningen binnen de organisatie;
- c.
rentebijschrijving;
- d.
overige bestedingen.
De opbrengsten, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden gespecificeerd naar:
- a.
verkopen;
- b.
afschrijvingen;
- c.
ontvangen subsidies van het Rijk;
- d.
ontvangen subsidies van overige organisaties;
- e.
overige verminderingen/opbrengsten.
Van de afgesloten complexen, bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt per complex het resultaat vermeld.
Van de nog niet in exploitatie genomen gronden wordt in de toelichting op de balans de boekwaarde per m2 vermeld.
In de toelichting op de balans worden onder de tot de vlottende activa behorende vorderingen afzonderlijk opgenomen:
- a.
vorderingen op andere publiekrechtelijke lichamen;
- b.
verstrekte kasgeldleningen;
- c.
rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen;
- d.
overige vorderingen.
Effecten die niet bestemd zijn om de uitoefening van de werkzaamheid van de organisatie duurzaam te dienen, worden in de toelichting op de balans afzonderlijk onder de vlottende activa opgenomen.
Onder de liquide middelen worden opgenomen de kas-, bank- en girosaldi.
Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het saldo van de rekening van baten en lasten, bedoeld in artikel 30, eerste lid.
In de toelichting op de balans worden de reserves onderscheiden naar:
- a.
de algemene reserve;
- b.
bestemmingsreserves.
Tot de algemene reserve worden gerekend alle reserves, niet zijnde een bestemmingsreserve.
Onder een bestemmingsreserve wordt verstaan een reserve waaraan door het algemeen bestuur een bepaalde bestemming is gegeven.
Tot de bestemmingsreserves worden ook gerekend:
- a.
de nog niet bestede verkregen middelen, verkregen van derden onder stringente condities voor de richting van de aanwending;
- b.
de egalisatierekeningen die dienen om ongewenste schommelingen op te vangen in de tarieven die aan derden in rekening worden gebracht wegens door de organisatie geleverde prestaties;
- c.
de egalisatierekeningen voor investeringsbijdragen die zijn bedoeld om ontvangen investeringsbijdragen gedurende de gebruiksduur van het investeringsgoed in jaarlijkse termijnen ten gunste van de rekening van baten en lasten te laten komen.
In de toelichting op de balans worden elke reserve en de wijze van aanwending van de in verband met die reserve ontvangen rente afzonderlijk vermeld en toegelicht.
Per reserve wordt het bruto verloop gedurende het begrotingsjaar in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken:
- a.
het saldo aan het begin van het jaar;
- b.
de rentebijschrijving rechtstreeks aan de reserve in het jaar;
- c.
toevoegingen van het saldo van de begroting/rekening of van bijschrijvingen ten laste van de rekening van baten en lasten of ten laste van andere reserves in het jaar;
- d.
vermeerderingen in het jaar door ontvangen subsidies;
- e.
vermeerderingen in het jaar door overige ontvangsten van derden;
- f.
verminderingen in het jaar, al dan niet door vrijval, ten gunste van:
- 1°.
de rekening van baten en lasten;
- 2°.
andere reserves;
- 3°.
de balansposten vaste activa;
- 1°.
- g.
aanwending in het jaar;
- h.
saldo aan het einde van het jaar.
Voorzieningen worden gevormd wegens:
- a.
verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;
- b.
op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;
- c.
kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.
Waardevermindering van een actief wordt niet door vorming van een voorziening tot uitdrukking gebracht.
In de toelichting op de balans wordt elke voorziening afzonderlijk vermeld en toegelicht.
Per voorziening wordt het bruto verloop gedurende het begrotingsjaar in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken:
- a.
het saldo aan het begin van het jaar;
- b.
toevoegingen in het jaar ten laste van de rekening van baten en lasten;
- c.
vermeerderingen in het jaar door ontvangen subsidies;
- d.
vermeerderingen in het jaar door overige ontvangsten van derden;
- e.
vrijgevallen bedragen in het jaar;
- f.
aanwending in het jaar;
- g.
saldo aan het einde van het jaar.
Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan.
Het verbod, neergelegd in het eerste lid, is niet van toepassing indien de voorziening tegen contante waarde is gewaardeerd.
Onder langlopende schulden worden verstaan de schulden met een oorspronkelijke looptijd van twee jaar of langer.
In de toelichting op de balans worden onder de langlopende schulden afzonderlijk opgenomen:
- a.
obligatieleningen;
- b.
onderhandse leningen;
- c.
door derden belegde reserves gespecificeerd naar:
- 1°.
reserves van woningbouwcorporaties;
- 2°.
overige reserves.
- 1°.
- d.
waarborgsommen.
Voor elk van de categorieën onder het tweede lid wordt de rentelast voor het begrotingsjaar vermeld.
Aan de passiefzijde van de balans wordt buiten de balanstelling opgenomen het bedrag waartoe waarborgen zijn verstrekt voor nog uitstaande geldleningen van andere instellingen.
In de toelichting op de balans wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, gespecificeerd naar de aard van de geldleningen.
Per groep geldleningen worden vermeld:
- a.
het oorspronkelijk bedrag van de aangegane geldlening;
- b.
het percentage van het leningbedrag waarvoor borg verleend is;
- c.
het restantbedrag van de lening bij aanvang van het begrotingsjaar;
- d.
het restantbedrag van de lening aan het eind van het begrotingsjaar;
- e.
het totaalbedrag van de betalingen die inzake de garantstelling zijn gedaan tot en met het eind van het begrotingsjaar.
In de toelichting op de balans worden onder de tot de vlottende passiva behorende kortlopende schulden afzonderlijk opgenomen:
- a.
schulden aan publiekrechtelijke lichamen;
- b.
kasgeldleningen;
- c.
bank- en girosaldi;
- d.
overige rekening-courantsaldi;
- e.
overige schulden.
Bij de toepassing van de waarderings- en afschrijvingsmethoden wordt het toerekeningsbeginsel in acht genomen.
Activa en passiva worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
De methoden volgens welke de afschrijvingen zijn berekend worden in de toelichting op de balans uiteengezet.
Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt in beginsel jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.
Voor de als immateriële vaste activa opgenomen kosten van het sluiten van geldleningen en disagio is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan de looptijd van de lening.
De overige immateriële vaste activa worden afgeschreven in ten hoogste tien jaar.
Van de maximale afschrijvingsduur, genoemd in het vierde lid, mag slechts worden afgeweken indien het materiële vaste activa in eigendom van derden betreft, en het nuttigheidscriterium, bedoeld in het tweede lid, dit rechtvaardigt.
Waardeverminderingen van activa worden onafhankelijk van het resultaat van het begrotingsjaar in aanmerking genomen.
Bij de waardering van de vaste activa wordt rekening gehouden met een vermindering van hun waarde, indien deze vermindering naar verwachting duurzaam is.
In afwijking van artikel 58 zijn voor voorraden, vorderingen, effecten, schulden, voorzieningen en liquide middelen andere waarderingsgrondslagen van toepassing.
Voorraden worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
Vorderingen worden, onder aftrek van eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid, tegen de nominale waarde gewaardeerd.
Effecten bedoeld in artikel 34, worden tegen de marktwaarde gewaardeerd, indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgingsprijs.
Schulden worden tegen de nominale waarde gewaardeerd.
Voorzieningen worden, met uitzondering van hetgeen in artikel 53, tweede lid, is bepaald, gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde waarbij rekening wordt gehouden met de te verwachten verliezen.
Een geconsolideerde begroting, onderscheidenlijk een geconsolideerde meerjarenraming, is een begroting, onderscheidenlijk een meerjarenraming, waarin de baten en de lasten van de organisatie en van één of meer deelnemingen, bedoeld in artikel 39, tweede lid, als één geheel worden opgenomen.
Een geconsolideerde begroting, onderscheidenlijk een geconsolideerde meerjarenraming vormt een onderdeel van de toelichting op onderscheidenlijk de begroting en de meerjarenraming.
Een geconsolideerde jaarrekening is een jaarrekening waarin de activa, de passiva, de baten en de lasten van de organisatie en van één of meer deelnemingen, bedoeld in artikel 39, tweede lid, als één geheel worden opgenomen.
Een geconsolideerde jaarrekening is onderdeel van het verslag.
Indien tot consolidatie wordt overgegaan, worden in de toelichtingen op de begroting en op de meerjarenraming onderscheidenlijk in het verslag opgenomen:
- a.
de grondslagen van de consolidatie;
- b.
de derde-rechtspersonen die in de consolidatie zijn betrokken.
Vervallen
In afwijking van artikel 4 kunnen de lasten wegens rente van door de gemeenten vóór 1 januari 1985 opgenomen langlopende geldleningen in het begrotingsjaar worden verantwoord overeenkomstig de bedragen die op de onderscheidene vervaldata van die leningen in het desbetreffende begrotingsjaar verschuldigd onderscheidenlijk opvorderbaar worden.
In afwijking van artikel 4 kunnen de lasten wegens rente van door de provincies vóór 1 januari 1995 opgenomen langlopende geldleningen in het begrotingsjaar worden verantwoord overeenkomstig de bedragen die op de onderscheidene vervaldata van die leningen in het desbetreffende begrotingsjaar verschuldigd onderscheidenlijk opvorderbaar worden.
In afwijking van artikel 58 worden activa die vóór 1 januari 1995 tegen actuele waarde zijn gewaardeerd volgens de op dat moment aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven als waren zij gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
De Provinciale comptabiliteitsvoorschriften 1979 en de Gemeentelijke comptabiliteitsvoorschriften worden ingetrokken, met dien verstande, dat zij van kracht blijven voor de begrotingen en de rekeningen over de aan 1995 voorafgaande begrotingsjaren.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1995.
Artikel 66, eerste lid, werkt terug tot en met 1 januari 1994.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995.
Onderdeel A, Functies van de provincies
De voorgeschreven functionele indeling voor provincies is als volgt:
1. ALGEMEEN BESTUUR |
1.0. Provinciale staten |
1.1. Gedeputeerde staten |
1.2. Kabinetszaken |
1.3. Bestuurlijke organisatie |
1.4. Financieel toezicht op de gemeenten |
1.5. Uitvoering van overige wettelijke regelingen |
1.6. Overige zaken betreffende algemeen bestuur |
1.7. Overige baten en lasten |
2. OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID |
2.0. Openbare orde en veiligheid, algemeen |
2.1. Burgerlijke verdediging |
2.2. Overige beschermende maatregelen |
3. VERKEER EN VERVOER |
3.0. Verkeer en vervoer, algemeen |
3.1. Landwegen |
3.2. Boot- en veerdiensten |
3.3. Waterwegen |
3.4. Vervoer |
4. WATERHUISHOUDING |
4.0. Waterhuishouding, algemeen |
4.1. Waterschapsaangelegenheden |
4.2. Waterkeringen |
4.3. Kwantitatief beheer oppervlaktewater |
4.4. Kwantitatief beheer grondwater |
4.5. Landaanwinning |
5. MILIEUBEHEER |
5.0. Milieubeheer, algemeen |
5.1. Kwalitatief beheer oppervlaktewater |
5.2. Kwalitatief beheer grondwater en bodem |
5.3. Bestrijding luchtverontreiniging |
5.4. Bestrijding geluidhinder |
5.5. Vergunningverlening en handhaving |
5.6. Ontgrondingen |
6. RECREATIE EN NATUUR |
6.0. Recreatie en natuur, algemeen |
6.1. Recreatie |
6.2. Natuur |
7. ECONOMISCHE EN AGRARISCHE ZAKEN |
7.0. Algemene economische aangelegenheden |
7.1. Bevordering economische activiteiten |
7.2. Nutsvoorzieningen |
7.3. Agrarische aangelegenheden |
8. WELZIJN |
8.0. Welzijn, algemeen |
8.1. Educatie |
8.2. Lichamelijke vorming en sport |
8.3. Kunst en oudheidkunde |
8.4. Sociaal-cultureel werk en ontwikkeling |
8.5. Maatschappelijke voorzieningen |
8.6. Volksgezondheid |
8.7. Ouderenzorg |
8.8. Jeugdhulpverlening |
9. RUIMTELIJKE ORDENING EN VOLKSHUISVESTING |
9.0. Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting, algemeen |
9.1. Ruimtelijke ordening |
9.2. Volkshuisvesting |
9.3. Stads- en dorpsvernieuwing |
0. FINANCIERING EN ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN |
0.0. Kasvoorzieningen |
0.1. Beleggingen |
0.2. Algemene dekkingsmiddelen |
0.3. Onvoorziene uitgaven |
Onderdeel B, Functies van de gemeenten
De voorgeschreven functionele indeling voor gemeenten is als volgt:
0 ALGEMEEN BESTUUR |
001 Bestuursorganen |
002 Bestuursondersteuning |
003 Burgerzaken |
1 OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID |
110 Politie |
120 Brandweer en rampenbestrijding |
140 Overige beschermende maatregelen |
2 VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT |
210 Wegen, straten en pleinen |
211 Verkeersmaatregelen te land |
212 Openbaar vervoer |
213 Overig vervoer te land |
214 Parkeren |
220 Zeehavens |
221 Binnenhavens en waterwegen |
222 Verkeersmaatregelen te water |
223 Veerdiensten |
224 Overig vervoer te water |
230 Luchtvaart |
240 Waterkering, afwatering en landaanwinning |
3 ECONOMISCHE ZAKEN |
310 Handel en ambacht |
320 Industrie |
330 Nutsbedrijven |
340 Agrarische produktie en ontginning |
341 Overige agrarische zaken, jacht en visserij |
4 ONDERWIJS |
420 Openbaar basisonderwijs |
421 Bijzonder basisonderwijs |
430 Openbaar (voortgezet) speciaal onderwijs |
431 Bijzonder (voortgezet) speciaal onderwijs |
440 Openbaar algemeen voortgezet en voorbereidend wetenschappelijk |
onderwijs |
441 Bijzonder algemeen voortgezet en voorbereidend wetenschappelijk |
onderwijs |
450 Openbaar voorbereidend beroepsonderwijs en/of beroepsonderwijs in de zin van de Wet educatie en beroepsonderwijs |
451 Bijzonder voorbereidend beroepsonderwijs en/of beroepsonderwijs in de zin van de Wet educatie en beroepsonderwijs |
460 Openbare scholengemeenschappen voor meer dan één van voorgaande |
functies |
461 Bijzondere scholengemeenschappen voor meer dan één van voorgaande |
functies |
470 Openbaar hoger onderwijs |
471 Bijzonder hoger onderwijs |
480 Gemeenschappelijke baten/lasten van het onderwijs |
482 Volwasseneneducatie |
5 CULTUUR EN RECREATIE |
510 Openbaar bibliotheekwerk |
511 Vormings- en ontwikkelingswerk |
530 Sport |
540 Kunst |
541 Oudheidkunde/musea |
550 Natuurbescherming |
560 Openbaar groen en openluchtrecreatie |
580 Overige recreatieve voorzieningen |
6 SOCIALE VOORZIENINGEN EN MAATSCHAPPELIJKE DIENSTVERLENING |
610 Bijstandverlening |
611 Werkgelegenheid |
612 Inkomensvoorzieningen |
613 Overige sociale zekerheidsregelingen |
620 Maatschappelijke begeleiding en advies |
630 Sociaal-cultureel werk |
640 Bejaardenoorden |
641 Overige tehuizen |
650 Kinderdagopvang |
651 Dagopvang gehandicapten |
7 VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU |
710 Basisgezondheidszorg |
711 Ambulancevervoer |
712 Verpleeginrichtingen |
713 Overige volksgezondheid |
720 Slachthuizen |
721 Afvalverwijdering en -verwerking |
722 Riolering en waterzuivering |
723 Milieubeheer |
724 Lijkbezorging |
8 RUIMTELIJKE ORDENING EN VOLKSHUISVESTING |
810 Ruimtelijke ordening |
820 Woningexploitatie/woningbouw |
821 Stads- en dorpsvernieuwing |
822 Overige volkshuisvesting |
830 Bouwgrondexploitatie |
9 FINANCIERING EN ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN |
911 Geldleningen |
913 Beleggingen |
920 Belastingen |
921 Algemene uitkeringen |
922 Algemene baten en lasten |
990 Saldo van kostenplaatsen |
992 Saldo van de rekening van baten en lasten |
De voorgeschreven uitgaven- en inkomstencategorieën zijn voor de provincies als volgt:
Uitgavencategorieën | |
1.0. Salarissen en sociale lasten | |
Goederen en diensten | 2.0. Aankoop van onroerende zaken2.1. Uitbestede investeringen |
2.2. Aankoop van duurzame roerende zaken | |
2.3. Overige goederen en diensten | |
3.0. Belastingen | |
Overdrachten | 4.0. Inkomensoverdrachten |
4.1. Vermogensoverdrachten | |
5.0. Rente | |
6.0. Administratieve boekingen | |
7.0. Kredietverleningen en deelnemingen | |
8.0. Toegerekende apparaatskosten | |
Inkomstencategorieën | |
Heffingen | 1.0. Belastingopbrengsten |
1.1. Leges en andere rechten | |
Goederen en diensten | 2.0. Verkoop van onroerende zaken 2.1. Verkoop van duurzame roerende zaken |
2.2. Huren en pachten | |
2.3. Overige goederen en diensten | |
3.0. Dividenden en winsten | |
Overdrachten | 4.0. Inkomensoverdrachten |
4.1. Vermogensoverdrachten | |
5.0. Rente | |
6.0. Administratieve boekingen | |
7.0. Kredietverleningen en deelnemingen |
De voorgeschreven uitgaven- en inkomstencategorieën zijn voor de gemeenten als volgt:
Uitgavencategorieën | |
0.0. Niet in te delen uitgaven | |
1.0. Salarissen en sociale lasten | |
2.0. Rente en afschrijvingen | |
Goederen en diensten | 3.0. Personeel van derden3.1. Energie |
3.3. Duurzame zaken | |
3.4. Overige goederen en diensten | |
Overdrachten | 4.1. Overdrachten aan het Rijk |
4.2. Overige inkomensoverdrachten | |
4.3. Overige vermogensoverdrachten | |
5.0. Kredietverleningen en deelnemingen | |
Verrekeningen | 6.0. Reserveringen |
6.1. Kapitaallasten | |
6.2. Kostenplaatsen | |
Inkomstencategorieën | |
0.0. Niet in te delen inkomsten | |
2.0. Rente en afschrijvingen | |
Goederen en diensten | 3.0. Vergoeding voor personeel 3.2. Huren en pachten |
3.3. Duurzame zaken | |
3.4. Overige goederen en diensten | |
Overdrachten | 4.0. Belastingopbrengsten |
4.1. Overdrachten van het Rijk | |
4.2. Overige inkomensoverdrachten | |
4.3. Overige vermogensoverdrachten | |
5.0. Kredietverleningen en deelnemingen | |
Verrekeningen | 6.0. Reserveringen |
6.1. Kapitaallasten | |
6.2. Kostenplaatsen |
Neutrale uitgaven en inkomsten
- A.
Provincies
Als neutrale uitgaven en inkomsten zijn voor de provincies uitsluitend te beschouwen:
- a.
de voor anderen, op salarissen en lonen ingehouden gelden, te weten:
- -
loonbelasting;
- -
premies A.O.W. en A.W.W. van arbeidscontractanten;
- -
ingehouden en ter belegging doorgegeven spaargelden van deelnemers aan premiespaarregelingen;
- -
bijdragen in het personeelsfonds;
- -
vakbondscontributies en andere voor de provinciale ambtenaren af te dragen bedragen aan derden;
- -
- b.
de voor het Rijk geïnde bedragen, te weten:
- -
omzetbelasting op geleverde goederen en diensten indien de provincie ter zake belastingplichtig is;
- -
rechten ingevolge de Warenwet welke zijn verantwoord buiten de bedrijfsrekening van de provinciale keuringsdienst van Groningen, Friesland en Drenthe;
- -
- c.
de ten onrechte in de provinciale kas gestorte bedragen. Hiertoe behoren bijvoorbeeld niet de door de provincies te verdelen rijksbijdragen aan waterschappen in de kosten van waterhuishouding en waterkeringen.
De neutrale uitgaven en inkomsten dienen uiteraard wel in de administratie te worden verantwoord. De per balansdatum nog niet afgewikkelde bedragen worden in de balans tot uitdrukking gebracht.
- a.
- B.
Gemeenten
Als neutrale uitgaven en inkomsten zijn voor de gemeenten uitsluitend te beschouwen:
- a.
de voor anderen op salarissen en lonen ingehouden bedragen te weten:
- -
loonbelasting;
- -
premies A.O.W. en A.W.W.;
- -
bijdragen van het gemeentelijk personeel in een personeelsfonds;
- -
vakbondscontributies en andere voor het gemeentelijk personeel af te dragen bedragen aan derden;
- -
- b.
de voor het Rijk en provincies geïnde bedragen, te weten:
- -
door of namens vreemdelingen gestorte waarborgsommen en de terugbetaling daarvan;
- -
omzetbelasting op geleverde goederen en diensten indien de gemeente ondernemer is in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968;
- -
- c.
de van het Rijk en anderen ontvangen en aan derden doorbetaalde bedragen, te weten:
- -
aan militairen uit te betalen kostwinners- en inkomstenvergoedingen;
- -
aan gerechtigden uit te betalen schadeloosstellingen ingevolge het Inkwartieringsbesluit en uitkeringen ter zake van oorlogs- en rampschade.
- -
- d.
de ten onrechte in de gemeentekas gestorte bedragen.
De neutrale uitgaven en inkomsten dienen uiteraard wel in de administratie te worden verantwoord. De per balansdatum nog niet afgewikkelde bedragen worden in de balans tot uitdrukking gebracht.