Regeling · BWBR0006702
Besluit ex artikel 21 Bankwet 1948 (10)
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën, Centrale Directie Wetgeving, Juridische en Bestuurlijke Zaken, van 25 mei 1994, nr. WJB 97/754;
Overwegende dat het wenselijk is dat De Nederlandsche Bank N.V., in het algemeen belang, de werkzaamheden verricht, welke voor haar als toezichthouder zijn verbonden aan het Besluit particuliere participatiemaatschappijen;
Gelet op artikel 9 van de Bankwet 1998;
Gezien het advies van de Bankraad;
Hebben goedgevonden en verstaan:
’s-Gravenhage2 juni 1994BeatrixDe Minister van Financiën,W. Kokde veertiende juni 1994De Minister van Justitie,A. KostoWij verlenen Onze goedkeuring aan het verrichten door De Nederlandsche Bank N.V. van de werkzaamheden, welke voor haar als toezichthouder zijn verbonden aan de uitvoering van het Besluit particuliere participatiemaatschappijen.
Het koninklijk besluit van 29 juni 1981, Stb. 402, wordt ingetrokken.
De goedkeuring die bij het in het eerste lid genoemde besluit is verleend blijft gehandhaafd ten aanzien van de werkzaamheden die De Nederlandsche Bank N.V. verricht overeenkomstig de bepalingen van de Garantieregeling particuliere participatiemaatschappijen 1981 die van toepassing blijven ten aanzien van participaties die gemeld zijn vóór 1 april 1994.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1994.
Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad en in de Staatscourant zal worden geplaatst.