Wijzigingen Officiële bron
Wet van 9 juni 1994, houdende regels ter zake van de gemeentelijke basisadministratie van persoonsgegevens Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevensWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, ter bevordering van de doelmatige voorziening van persoonsgegevens, in het bijzonder bij de vervulling van publiekrechtelijke taken, regels te stellen ter zake van de gemeentelijke basisadministratie van persoonsgegevens, en dat daarbij ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer uitvoering dient te worden gegeven aan artikel 10, tweede en derde lid, van de Grondwet;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage 9 juni 1994 Beatrix De Minister van Binnenlandse Zaken, D. IJ. W. de Graaff-Nauta De Minister van Justitie, A. Kosto de twaalfde juli 1994 De Minister van Justitie, A. Kosto

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Het college van burgemeester en wethouders van elke gemeente is de verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens over de bevolking in een geautomatiseerde basisadministratie van persoonsgegevens.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke van de algemene gegevens, bedoeld in artikel 34, eerste en tweede lid, worden aangemerkt als authentieke gegevens.

Een ingeschrevene aan wie door een afnemer een gegeven wordt gevraagd, waarop artikel 3b, eerste lid, van toepassing is, behoeft dat gegeven niet mede te delen, behoudens voor zover het gegeven noodzakelijk wordt geacht voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van betrokkene.

Vervallen

Vervallen

Het college van burgemeester en wethouders kan met machtiging van Onze Minister technische en administratieve werkzaamheden laten verrichten door een bewerker die voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen omtrent de deugdelijke uitvoering van zijn werkzaamheden, de beveiliging van de gegevensbestanden en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Indien uit een onderzoek als bedoeld in artikel 20, tweede lid, blijkt dat de verzending of de ontvangst van berichten, op de in het onderzoek opgenomen onderdelen niet voldoet aan de regels, bedoeld in artikel 16, is de afnemer of de derde verplicht binnen een door Onze Minister te stellen termijn aan de regels te voldoen.

De artikelen 49 en 50 van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn van overeenkomstige toepassing.

De inschrijving in een basisadministratie geschiedt op grond van de geboorteakte, de aangifte van de betrokkene of ambtshalve.

Op grond van de geboorteakte, opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand in Nederland, waarop als geboorteplaats een plaats in Nederland is vermeld, geschiedt de inschrijving van het kind dat niet reeds is ingeschreven en waarvan ten minste één der ouders op de geboortedatum van het kind als ingezetene is ingeschreven. De inschrijving geschiedt in de basisadministratie waar de moeder als ingezetene is ingeschreven, dan wel in de basisadministratie waar de vader als ingezetene is ingeschreven, indien de moeder niet als ingezetene is ingeschreven.

Degene die is ingeschreven in een basisadministratie, blijft na zijn vertrek uit Nederland of na zijn overlijden ingeschreven in de basisadministratie van de gemeente waarin hij bij dat vertrek of bij dat overlijden was ingeschreven.

Bij algemene maatregel van bestuur worden gevallen bepaald waarin het college van burgemeester en wethouders een afschrift van een beslissing als bedoeld in artikel 85 om op grond van artikel 37, tweede lid, een gegeven betreffende een vreemdeling niet in de basisadministratie op te nemen, toezendt aan de korpschef in de zin van de Vreemdelingenwet 2000.

Op de persoonslijst van een persoon worden geen gegevens over zijn kind opgenomen indien:

De datum van ingang of beëindiging van de rechtsgeldigheid van een gegeven over de burgerlijke staat van de ouder, de echtgenoot, de eerdere echtgenoot, de geregistreerde partner, de eerdere geregistreerde partner of het kind, wordt slechts op de persoonslijst van de ingeschrevene opgenomen, indien die datum ligt na de datum waarop de familierechtelijke betrekking met de ingeschrevene is ontstaan.

Gegevens over het verblijfsrecht van de vreemdeling worden ontleend aan mededelingen daarover van Onze Minister van Justitie aan het college van burgemeester en wethouders.

Bij de inschrijving op grond van artikel 25 worden de gegevens omtrent het adres ontleend aan de persoonslijst van de moeder, dan wel, indien deze niet als ingezetene is ingeschreven, aan de persoonslijst van de vader.

De gegevens over het gebruik van de geslachtsnaam van de echtgenoot, de eerdere echtgenoot, de geregistreerde partner of de eerdere geregistreerde partner worden opgenomen op schriftelijk verzoek van de daartoe krachtens artikel 9 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bevoegde ingeschrevene, dan wel op grond van een rechterlijke uitspraak als bedoeld in artikel 9 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

Met betrekking tot de ingeschrevene die geen ingezetene is, worden geen nieuwe algemene gegevens opgenomen, tenzij deze feiten betreffen die zich hebben voorgedaan in de tijd dat hij nog ingezetene was, of die bij algemene maatregel van bestuur zijn bepaald.

Omtrent de beslissing dat een opgenomen algemeen gegeven onjuist is of, indien het een gegeven over de burgerlijke staat betreft, in strijd is met de Nederlandse openbare orde, omtrent een onderzoek naar die onjuistheid of strijdigheid, alsmede omtrent het van toepassing zijn van artikel 53, wordt een aantekening geplaatst bij de desbetreffende gegevens.

Vervallen

De griffier van het betrokken gerecht zendt van een in kracht van gewijsde gegane uitspraak als bedoeld in artikel 9 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek een afschrift aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van inschrijving van de onbevoegd verklaarde, dan wel indien deze gemeente onbekend is aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Gravenhage.

Onze Minister van Buitenlandse Zaken doet van de in artikel 32 bedoelde aanwijzing, of van de beëindiging van de aanwijzing, mededeling aan het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen verplichtingen worden geregeld tot verschaffing aan het college van burgemeester en wethouders van de gegevens, bedoeld in artikel 34, eerste lid, onder b.

De ingezetene is verplicht zo spoedig mogelijk aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van inschrijving alle feiten betreffende zijn burgerlijke staat en nationaliteit die zich buiten Nederland hebben voorgedaan, ter kennis te brengen en aan het college, desverlangd in persoon, de inlichtingen te geven en de geschriften over te leggen die noodzakelijk zijn voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisadministratie. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders legt hij van een geschrift een door een beëdigde vertaler vervaardigde Nederlandse vertaling over.

De ingezetene is verplicht op verzoek van het college van burgemeester en wethouders over feiten betreffende zijn burgerlijke staat en nationaliteit, desverlangd in persoon, de inlichtingen te verschaffen en de geschriften over te leggen die noodzakelijk zijn voor de bijhouding van de basisadministratie. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders legt hij van een geschrift een door een beëdigde vertaler vervaardigde Nederlandse vertaling over.

Degene ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders het redelijke vermoeden heeft dat hij in gebreke is met het doen van een aangifte als bedoeld in de artikelen 65 tot en met 68, is verplicht om op verzoek van het college van burgemeester en wethouders, desverlangd in persoon, ter zake de inlichtingen te geven en de geschriften over te leggen die noodzakelijk zijn voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisadministratie.

De verplichtingen, vermeld in de artikelen 65, 66 en 68 tot en met 72, rusten op:

Het hoofd van een instelling of bedrijf waar personen verblijf plegen te houden, de instellingen, bedoeld in artikel 67 daaronder begrepen, doet, indien de instelling of het bedrijf ter zake door het college van burgemeester en wethouders is aangewezen, op door het college van burgemeester en wethouders te bepalen tijdstippen aan het college van burgemeester en wethouders mededeling van de personen die naar redelijke verwachting in de instelling of het bedrijf voor onbepaalde tijd verblijf zullen houden dan wel gedurende drie maanden ten minste twee derden van de tijd zullen overnachten.

De echtgenoot, de geregistreerde partner en de nabestaanden tot en met de tweede graad van een ingezetene die in het buitenland is overleden, zijn op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar betrokkene is ingeschreven, verplicht aan het college over dat overlijden, voor zover mogelijk, de inlichtingen te geven en de geschriften over te leggen die noodzakelijk zijn voor de bijhouding van de basisadministratie.

Een beslissing van het college van burgemeester en wethouders om:

wordt gelijkgesteld met een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Aan een buitengemeentelijke afnemer wordt geen rechtstreekse toegang verleend tot de basisadministratie.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen beperkingen gesteld worden aan de bevoegdheid tot het systematisch verstrekken van gegevens aan buitengemeentelijke afnemers op andere wijzen dan overeenkomstig het bepaalde in artikel 91.

Indien het voor de vervulling van de taak van een buitengemeentelijke afnemer noodzakelijk is dat aan hem door een andere instantie op systematische wijze persoonsgegevens worden verstrekt, en deze gegevens overeenkomstig de artikelen 88 en 89 uit de basisadministraties aan hem verstrekt kunnen worden, dient de afnemer een verzoek in als bedoeld in artikel 91.

De verstrekking van gegevens aan een buitengemeentelijke afnemer geschiedt kosteloos, onverminderd het bepaalde in en krachtens artikel 5.

Aan een derde wordt geen rechtstreekse toegang verleend tot de basisadministratie.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan een regeling worden getroffen omtrent de verstrekking van algemene, bijzondere en verwijsgegevens aan een verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of in een van de openbare lichamen.

De verstrekking aan de betrokkene van hem betreffende gegevens geschiedt ingevolge artikel 79.

Een beslissing van het college van burgemeester en wethouders op een verzoek als bedoeld in de artikelen 102, eerste lid, 103 en 104 wordt gelijkgesteld met een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

Vervallen

Vervallen

Het college van burgemeester en wethouders houdt gedurende het jaar volgend op de verstrekking aantekening van de verstrekking van gegevens, tenzij de verstrekking van gegevens in de genoemde periode anderszins is te herleiden uit de basisadministratie of van de verstrekking ingevolge artikel 103, derde lid, geen mededeling wordt gedaan.

Indien op grond van de artikelen 79, derde lid, 88, vierde lid, 98, eerste lid, of 99, eerste of derde lid, een gewaarmerkt afschrift wordt verstrekt van gegevens ten aanzien van een vreemdeling op wiens persoonslijst geen actuele gegevens zijn opgenomen over het verblijfsrecht, dan wordt op dat afschrift mededeling gedaan van de niet-opneming op de persoonslijst van actuele gegevens over het verblijfsrecht.

Onze Minister is de verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in een vestigingsregister.

De artikelen 79, 82, 83 aanhef, onder f en slot, 86, 88, 90 tot en met 95, 97 tot en met 105, 109 en 110 zijn van overeenkomstige toepassing op het vestigingsregister, met dien verstande dat Onze Minister in de plaats treedt van het college van burgemeester en wethouders.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de technische en administratieve inrichting en werking en de beveiliging van het vestigingsregister.

Van iedere overeenkomstig artikel 121, derde lid, onder b, ingeschreven persoon, wordt voor het ingevolge artikel 6, tweede lid, bepaalde tijdstip, een persoonslijst aangelegd.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de aanleg van persoonslijsten.

In geval van een eerste inschrijving op grond van artikel 26 van een persoon omtrent wie vóór de inwerkingtreding van dit artikel door een ambtenaar van de burgerlijke stand in Nederland een geboorteakte is opgemaakt waarop als geboorteplaats een plaats in Nederland is vermeld, worden over de betrokkene:

Het gemeentebestuur is bevoegd om op de datum van inwerkingtreding van dit artikel de in het Besluit voorbereiding gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Stb. 1990, 539) bedoelde verwijsgegevens en administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens in de basisadministratie op te nemen, voor zover de in dat besluit bedoelde basisadministratie op die datum deze gegevens bevat.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Bij een eerste inschrijving als bedoeld in deze paragraaf, is het gemeentebestuur bevoegd de gegevens over de gemeente van inschrijving en het adres in die gemeente, alsmede over het verblijf in Nederland en het vertrek uit Nederland, op te nemen overeenkomstig de gegevens in het persoonsregister.

Een persoon die op de datum van inwerkingtreding van dit artikel op grond van artikel 17, tweede lid, onder b, van het Besluit bevolkingsboekhouding niet in een persoonsregister is opgenomen, wordt gelijkgesteld met een persoon ten aanzien van wie een aanwijzing als bedoeld in artikel 32 van kracht is.

De termijn, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Archiefwet 1995 (Stb. 276), vangt aan bij degene die op de dag van zijn overlijden ingezetene is, op die dag, en bij degene die na vertrek uit Nederland op de dag vallende honderd jaar na de geboorte niet-ingezetene is, op die dag.

Vervallen

De Wet bevolkings- en verblijfregisters (Stb. 1948, I 393) wordt ingetrokken.

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.

curatele;

datum ingang rechtsgeldigheid curatele;

datum beëindiging rechtsgeldigheid curatele.

de aantekening dat het gezag over de ingeschrevene uitsluitend door één ouder wordt uitgeoefend;

de aantekening dat het gezag over de ingeschrevene door beide ouders wordt uitgeoefend;

de aantekening dat het gezag over de ingeschrevene door een ouder en een derde wordt uitgeoefend;

de aantekening dat het gezag over de ingeschrevene door één derde of twee derden tezamen wordt uitgeoefend, dan wel dat over de ingeschrevene tijdelijke of voorlopige voogdij wordt uitgeoefend;

datum ingang rechtsgeldigheid gegeven;

datum beëindiging rechtsgeldigheid gegeven.

nationaliteit of nationaliteiten, dan wel een aanduiding dat de betrokkene geen nationaliteit bezit, of een aanduiding dat de nationaliteit van de betrokkene niet kan worden vastgesteld;

de aantekening dat op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap is vastgesteld dat de betrokkene niet de Nederlandse nationaliteit bezit;

de aantekening dat de betrokkene op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander behandeld wordt;

datum ingang rechtsgeldigheid gegeven;

datum beëindiging rechtsgeldigheid gegeven.

de aantekening over het verblijfsrecht;

datum ingang verblijfsrecht;

datum beëindiging verblijfsrecht;

datum mededeling gegeven.

administratienummer ingeschrevene;

administratienummer ouder;

administratienummer echtgenoot dan wel geregistreerde partner;

administratienummer eerdere echtgenoot;

administratienummer eerdere geregistreerde partner;

administratienummer kind;

data van kracht worden van de administratienummers.

burgerservicenummer ingeschrevene;

datum van kracht worden van het burgerservicenummer.

burgerservicenummer ouder;

burgerservicenummer echtgenoot dan wel geregistreerde partner;

burgerservicenummer eerdere echtgenoot;

burgerservicenummer eerdere geregistreerde partner;

burgerservicenummer kind;

data van kracht worden van de burgerservicenummers.

de aantekening dat de ingeschrevene de eigen geslachtsnaam voert;

de aantekening dat de ingeschrevene de geslachtsnaam van de echtgenoot, de geregistreerde partner, de eerdere echtgenoot of de eerdere geregistreerde partner voert;

de aantekening dat de ingeschrevene de geslachtsnaam van de echtgenoot, de geregistreerde partner vooraf doet gaan aan de eigen geslachtsnaam;

de aantekening dat de ingeschrevene de geslachtsnaam van de echtgenoot, de geregistreerde partner, de eerdere echtgenoot of de eerdere geregistreerde partner doet volgen op de eigen geslachtsnaam;

datum ingang van het gegeven over het naamgebruik;

datum beëindiging van het gegeven over het naamgebruik.

het administratienummer;

datum van kracht worden administratienummer.

het burgerservicenummer;

datum van kracht worden burgerservicenummer.

het administratienummer.

het burgerservicenummer.

gemeente van inschrijving.