U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 12-03-2013.
Wijzigingen Officiële bron
Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994De Staatssecretaris van Financiën,

Gelet op de artikelen 6, 7, 8, 13, 14, 19, 39, 40, 47a, 62 en 71 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 31 van de Wet op de loonbelasting 1964 en de artikelen 11 en 14 van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen OB69, OB97, OB101, OB140, MB1, MB3, MB4, MB5, MB6, MB7, MB9 en MB11, die ter inzage worden gelegd bij de Directie Wetgeving Directe Belastingen van het Ministerie van Financiën.

De Staatssecretaris van Financiën,M.J.J. van Amelsvoort.

Als staat als bedoeld in artikel 5b, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, en onderdeel b, van de wet en als bedoeld in artikel 5c, onderdeel d, van de wet wordt aangewezen elke mogendheid waarmee in de relatie met Nederland voor de heffing van inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, schenkbelasting en erfbelasting zonder beperkingen of voorbehouden de uitwisseling is geregeld van gegevens, inlichtingen en gegevensdragers.

De in de artikelen 2 en 3 omschreven verplichtingen gelden mede voor de in de artikelen 43 en 44 van de wet bedoelde personen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Aan de verplichting, bedoeld in artikel 54 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, wordt voldaan door het duidelijk, stellig en zonder voorbehoud invullen, ondertekenen en inleveren of toezenden van het door de inspecteur uitgereikte of toegezonden meldingsbiljet.

De aangifte, bedoeld in artikel 10, van de Wet op de dividendbelasting 1965, wordt gedaan binnen drie jaren na afloop van het kalenderjaar waarin de opbrengst ter beschikking is gesteld.

Van de verplichting de in de uitnodiging tot het doen van aangifte gevraagde gegevens en bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan in te leveren of toe te zenden, kan de inspecteur ontheffing verlenen ingeval degene die is uitgenodigd tot het doen van aangifte, op een binnen de door de inspecteur ingevolge artikel 9, eerste tot en met derde lid, van de wet gestelde termijn ingediend verzoek opnieuw is uitgenodigd tot het doen van aangifte.

Indien een voorlopige aanslag inkomstenbelasting is of zal worden vastgesteld en een relevante wijziging optreedt in de omstandigheden die van belang zijn voor de opgelegde of op te leggen voorlopige aanslag, doet de belastingplichtige daarvan zo spoedig mogelijk op de door de inspecteur aangewezen wijze mededeling aan de inspecteur. Deze mededeling wordt geacht een verzoek om herziening als bedoeld in artikel 9.5, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 te zijn.

Een verzoek tot vaststelling van een voorlopige aanslag voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting alsmede een verzoek tot herziening als bedoeld in artikel 9.5, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, onderscheidenlijk artikel 27, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, van een dergelijke voorlopige aanslag wordt op de door de inspecteur aangegeven wijze langs elektronische weg gedaan, ingeval het verzoek wordt gedaan door een administratieplichtige als bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de wet die binnenlands belastingplichtige is.

Vervallen

In afwijking van artikel 28, eerste lid, is het tijdvak waarover de loonbelasting moet worden betaald:

De inspecteur bepaalt zo spoedig mogelijk doch binnen vijf werkdagen na de ontvangst van een terugmelding als bedoeld in artikel 21d, eerste lid, onderdeel a, van de wet of het ontstaan van een situatie als bedoeld in artikel 21d, eerste lid, onderdeel d, van de wet, of de aantekening ‘in onderzoek’ al dan niet wordt geplaatst.

De inspecteur vermindert ambtshalve een inkomensgegeven dat op een te hoog bedrag is bepaald zodra hem dat is gebleken, tenzij:

Voor de toepassing van artikel 38, tweede lid, van de wet, worden van de staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte aangewezen: IJsland, Noorwegen en Liechtenstein.

De werknemer die niet in Nederland woont en buiten Nederland in dienstbetrekking staat tot een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon, is, in afwijking in zoverre van artikel 2, derde en vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 7.2, zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, vrijgesteld van loonbelasting onderscheidenlijk inkomstenbelasting indien:

Vervallen

Vervallen

Aan de verplichting, bedoeld in artikel 47b, tweede lid, van de wet, wordt voldaan uiterlijk op het moment waarop de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 53, tweede en derde lid, van de wet, door een administratieplichtige als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 aan de inspecteur worden verstrekt.

Vervallen

De Uitvoeringsbeschikking Algemene wet inzake rijksbelastingen 1964 wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 1994.

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994.

Vervallen