Ministeriële regeling · BWBR0006740

Regeling spaarloon politie

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Binnenlandse zaken tot vaststelling van bepalingen met betrekking tot het gebruik van de mogelijkheid van spaarloon als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel h, onder 2°, van de Wet op de loonbelasting binnen de sector PolitieRegeling spaarloon politieDe minister van Binnenlandse Zaken,

Besluit:

's-Gravenhage15 juni 1994 De Minister van Binnenlandse Zaken,Voor deze, De plv. directeur Politie, L. vanKampen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Bij het in artikel 2 bedoelde verzoek doet de ambtenaar opgave van tenminste de volgende gegevens:

Het bevoegde gezag stort het op het salaris van de ambtenaar ingehouden spaarbedrag onmiddellijk op het door de ambtenaar opgegeven bank- of gironummer van de financiële instelling ten gunste van de spaarloonrekening van de ambtenaar respectievelijk ten gunste van de afgesloten levensverzekering.

Het is de ambtenaar niet toegestaan rechtstreeks stortingen op zijn spaarloonrekening te verrichten.

Voor het opnemen van spaarbedragen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen b en c, heeft de ambtenaar een schriftelijke machtiging van het bevoegde gezag nodig.

Het is de ambtenaar niet toegestaan het tegoed op zijn spaarloonrekening respectievelijk de afgesloten levensverzekering op enigerlei wijze in onderpand te geven of zijn rechten hierop over te dragen.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juni 1994.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling spaarloon politie.