Ministeriële regeling · BWBR0006750

Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding 1994

Wijzigingen Officiële bron
Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding 1994Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding 1994De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

handelend mede namens de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en de Minister van Economische Zaken;

Gelet op de artikelen 15, vierde lid, van de Landbouwkwaliteitswet, alsmede de artikelen 6, 11 en 15 van het Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding;

Gezien het advies van: - het Produktschap voor Zuivel d.d. 8 april 1994, - het Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (COKZ) d.d. 8 april 1994, - de Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO) d.d. 5 april 1994, - de Vereniging van Nederlandse Fabrikanten van Kinder- en Dieetvoedingsmiddelen d.d. 5 april 1994, - de Werkgroep Medische Ontwikkelings Samenwerking (WEMOS) d.d. 31 maart 1994;

Besluit:

's-Gravenhage17 juni 1994De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, J.DGabor's-Gravenhage, 21 juni 1994De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, H.d'Ancona's-Gravenhage, 20 juni 1994De Minister van Economische Zaken, J.E.Andriessen

Deze regeling verstaat onder:

minister:

Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

besluit:

Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding;

Codex Alimentarius volledige zuigelingenvoeding:

Codex Alimentarius Standaard voor volledige zuigelingenvoeding (CODEX STAN 72–1981);

Codex Alimentarius opvolgzuigelingenvoeding:

Codex Alimentarius Standaard voor opvolgzuigelingenvoeding (CODEX STAN 156–1987);

COKZ:

de Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel;

bestuur:

centraal bestuur van het COKZ.

Vormen van behandeling als bedoeld in artikel 1, derde lid, van het besluit zijn:

Grondstoffen welke bij de bereiding van zuigelingenvoeding worden gebezigd of bestemd zijn om te worden gebezigd, voldoen aan de navolgende eisen:

Geen ander produkt dan volledige zuigelingenvoeding mag worden voorgesteld als geschikt om gedurende de eerste vier tot zes levensmaanden volledig aan de voedingsbehoeften van normale gezonde zuigelingen te voldoen.

Opvolgzuigelingenvoeding voldoet aan het bepaalde in het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen en wordt voorts van de volgende aanduidingen voorzien:

De gebezigde aanduidingen op zuigelingenvoeding zijn zodanig dat de nodige voorlichting wordt geven omtrent het juiste gebruik van de produkten en vrouwen er niet van worden weerhouden borstvoeding te geven, met dien verstande dat:

De in de in artikelen 14, 15, 16, en 17 vermelde voorschriften, verboden en beperkingen zijn eveneens van toepassing op de aanbiedingsvorm van de betrokken produkten, en met name op de vorm, het uiterlijk of de verpakking ervan en op de gebruikte verpakkingsmaterialen.

Zuigelingenvoeding, welke zodanig is samengesteld of bereid, dat zij mede geschikt is voor zuigelingen wier assimilatieproces of stofwisseling is verstoord, mag worden voorzien van aanduidingen waaruit het bijzondere karakter van de zuigelingenvoeding blijkt. Met betrekking tot deze aanduiding moet worden voldaan aan het bepaalde in het Warenwetbesluit Produkten voor bijzondere voeding, behoudens de verplichting tot het bezigen van de Nederlandse taal.

Voor de vaststelling of zuigelingenvoeding aan het bij het besluit of bij deze regeling bepaalde voldoet, wordt gebruik gemaakt van de in bijlage IX opgenomen methoden van monsterneming en onderzoek, dan wel, indien in voorkomend geval geen methoden zijn opgenomen, van de voor dit doel door de directeur van het Rijks Kwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwprodukten goedgekeurde methoden.

De Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop het Besluit houdende wijziging van het Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding in werking treedt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding 1994.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van bijlage IX, die ter inzage wordt gelegd in de bibliotheek van het ministerie van Landbouw te 's-Gravenhage, Natuurbeheer en Visserij. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

De aangegeven waarden hebben betrekking op het gebruiksklare produkt.

(Eiwitgehalte = stikstofgehalte × 6,38) voor koemelkeiwit.

(Eiwitgehalte = stikstofgehalte × 6,25) voor fracties van soja-eiwit en partiële eiwithydrolysaten.

Onder ‘chemische index’ wordt verstaan de laagste waarde van de verhouding tussen de hoeveelheid van elk essentieel aminozuur van het onderzochte eiwit en de hoeveelheid van het overeenkomstige aminozuur van het referentie-eiwit.

7

De volgende nucleotiden mogen worden toegevoegd:

De totale nucleotide-concentratie mag maximaal 1,2 mg/100 kJ (5 mg/100 kcal) zijn.

De aangegeven waarden hebben betrekking op het gebruiksklare produkt.

(Eiwitgehalte = stikstofgehalte × 6,38) voor koemelkeiwit,

(Eiwitgehalte + stikstofgehalte × 6,25) voor soja-eiwitisolaten.

7

De volgende nucleotiden mogen worden toegevoegd:

De totale nucleotide-concentratie mag maximaal 1,2 mg/100 kJ (5 mg/100 kcal) zijn.

L-arginine en zijn waterstofchloride

L-cystine en zijn waterstofchloride

L-histidine en zijn waterstofchloride

L-isoleucine en zijn waterstofchloride

L-lysine en zijn waterstofchloride

L-cysteïne en zijn waterstofchloride

L-methionine

L-fenylalanine

L-threonine

L-tryptofaan

L-tyrosine

L-valine

L-carnitine en zijn waterstofchloride

Taurine

Cytidine-5'-monofosfaat en zijn natriumzout

Uridine-5'-monofosfaat en zijn natriumzout

Adenosine-5'-monofosfaat en zijn natriumzout

Guanosine-5'-monofosfaat en zijn natriumzout

Inosine-monofosfaat en zijn natriumzout

Choline

Cholinechloride

Cholinecitraat

Cholinebitartraat

Inositol

Het gehalte aan essentiële en semiessentiële aminozuren van moedermelk, uitgedrukt in mg per 100 kJ en 100 kcal, is als volgt:

De aminozuur samenstelling van caseïne en moedermelkeiwit (g/100 g eiwit) is als volgt:

Als referentie gelden de volgende gehaltes aan mineralen van koemelk, uitgedrukt per 100 g vetvrije droge stof en per g eiwit:

Ligt ter inzage bij de secretaris van het Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel, te Leusden.