U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 06-11-2002.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 29 juni 1994, houdende regels inzake een algemeen stelsel van erkenning van beroepsopleidingen in de Europese Gemeenschappen Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is bij de wet regels te stellen ter uitvoering van richtlijn nr. 92/51/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992 betreffende een tweede algemeen stelsel van erkenning van beroepsopleidingen, ter aanvulling van richtlijn nr. 89/48/EEG (PbEG 1992, L 209);

dat deze regels ten aanzien van onderdanen van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen de toelating moeten waarborgen tot beroepen waarvoor in Nederland een nationaal kort-hoger-onderwijsdiploma dan wel een nationaal diploma ter afsluiting van een beroepsopleiding op niet-hoger-onderwijsniveau wordt vereist, indien deze onderdanen in één van de overige Lid-Staten gerechtigd zijn overeenkomstige beroepen uit te oefenen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage 29 juni 1994 Beatrix De Minister van Onderwijs en Wetenschappen, J. M. M. Ritzen de dertigste augustus 1994 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, voorzover niet anders bepaald, verstaan onder:

Een diploma is een bewijsstuk, dan wel een geheel van bewijsstukken, afgegeven in een Lid-Staat anders dan Nederland door het daartoe bij of krachtens wet in die Lid-Staat bevoegde gezag, waaruit blijkt dat de bezitter voldoet aan de in die Lid-Staat bij of krachtens wet voor de toelating tot een beroep gestelde opleidingsvereisten door middel van:

welke opleidingen door het daartoe bij of krachtens wet in de in de aanhef bedoelde Lid-Staat bevoegde gezag als gelijkwaardig zijn erkend met een opleiding als bedoeld onder a.

Indien in de Lid-Staat waar betrokkene een beroep uitoefent dan wel heeft uitgeoefend, voor de toelating tot dat beroep geen diploma als bedoeld in artikel 2 is vereist, geldt als diploma in de zin van deze wet een bewijsstuk, dan wel een geheel van bewijsstukken,

en

Indien in de Lid-Staat waar betrokkene een beroep uitoefent dan wel heeft uitgeoefend, voor de toelating tot dat beroep geen certificaat als bedoeld in artikel 4 is vereist, geldt als certificaat in de zin van deze wet een bewijsstuk, dan wel een geheel van bewijsstukken,

dan wel

en

Onze Minister die het aangaat geeft per gereglementeerd beroep regels ten aanzien van de aanvraag tot het verkrijgen van een EG-verklaring, de aanpassingsstage en de proeve van bekwaamheid. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de documenten die bij de aanvraag moeten worden gevoegd alsmede op de beoordeling van de aanpassingsstage en de proeve van bekwaamheid.

De bevoegde autoriteit beslist over de aanvraag binnen vier maanden nadat zij de aanvraag heeft ontvangen.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Deze wet wordt aangehaald als: Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen.

De onder Bijlage A van de richtlijn vermelde overgangsrichtlijnen zijn:

Gepubliceerd in PbEG 117 van 23 juli 1964.

Richtlijn van de Raad van 7 juli 1964 betreffende de overgangsmaatregelen op het gebied van de anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden van be- en verwerkende nijverheid behorende tot de klassen 23 tot en met 40 van de ISIC (Industrie en Ambacht); richtlijn 64/427/EEG.

Gepubliceerd in PbEG 117 van 23 juli 1964.

Gepubliceerd in PbEG L 260 van 22 oktober 1968.

Richtlijn van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende de overgangsmaatregelen op het gebied van de anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden in de levensmiddelenindustrie alsmede bij de vervaardiging van dranken (klassen 20 en 21 CITI); richtlijn 68/366/EEG.

Gepubliceerd in PbEG L 260 van 22 oktober 1968.

Gepubliceerd in PbEG 56 van 4 april 1964.

Richtlijn van de Raad van 25 februari 1964 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor de werkzaamheden van tussenpersonen in handel, industrie en ambacht; richtlijn 64/224/EEG.

Gepubliceerd in PbEG 56 van 4 april 1964

Richtlijn van de Raad van 25 februari 1964 betreffende de overgangsmaatregelen op het gebied van de werkzaamheden in de groothandel en van de werkzaamheden van tussenpersonen in de handel, industrie en ambacht; richtlijn 64/222/EEG.

Gepubliceerd in PbEG 56 van 4 april 1964.

Gepubliceerd in PbEG L 260 van 22 oktober 1968

Richtlijn van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende de overgangsmaatregelen op het gebied van anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden welke onder de kleinhandel ressorteren (ex groep 612 CITI); richtlijn 68/364/EEG.

Gepubliceerd in PbEG L 260 van 22 oktober 1968.

Gepubliceerd in PbEG L 267 van 10 december 1970.

Richtlijn van de Raad van 30 november 1970 betreffende de overgangsmaatregelen op het gebied van anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden welke onder de groothandel in steenkool ressorteren en van de werkzaamheden van tussenpersonen op het gebied van steenkool (ex groep 6112 CITI); richtlijn 70/523/EEG.

Gepubliceerd in PbEG L 267 van 10 december 1970.

Gepubliceerd in PbEG L 307 van 18 november 1974.

Richtlijn van de Raad van 4 juni 1974 betreffende de overgangsmaatregelen op het gebied op het gebied van de werkzaamheden welke onder de handel in en de distributie van giftige stoffen ressorteren en de werkzaamheden die beroepsmatig gebruik van die produkten meebrengen met inbegrip van de werkzaamheden van tussenpersonen; richtlijn 74/556.

Gepubliceerd in PbEG L 307 van 18 november 1974.

Gepubliceerd in PbEG L 260 van 22 oktober 1968.

Richtlijn van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende de overgangsmaatregelen op het gebied van de anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden welke onder de persoonlijke diensten ressorteren (ex klasse 85 CITI):

Gepubliceerd in PbEG L 260 van 22 oktober 1968.

Gepubliceerd in PbEG L 26 van 31 januari 1977.

Gepubliceerd in PbEG L 213 van 21 juli 1982.

Gepubliceerd in PbEG L 218 van 27 juli 1982.

Gepubliceerd in PbEG L 167 van 30 juni 1975.

Gepubliceerd in PbEG L 167 van 30 juni 1975.

De onder Bijlage B van de richtlijn vermelde overgangsrichtlijnen zijn:

Het betreft hier de rubrieken 1 tot en met 7 van de hier boven aangegeven richtlijnen, met uitzondering van de onder rubriek 6 genoemde richtlijn 74/566/EEG.

Opmerking:

Er moet op gewezen worden dat de verschillende in deze bijlage vermelde richtlijnen in de loop der jaren diverse malen zijn gewijzigd c.q. aangevuld, onder meer in verband met de toetreding van een aantal nieuwe Lid-Staten tot de Gemeenschap.

In Duitsland

In Italië

de opleidingen voor

In Luxemburg

de opleidingen voor

In Nederland

in Oostenrijk

- speciale basisopleiding kinder- en jeugdzorg (`spezielle Grundausbildung in der Kinder- und Jugendlichenpflege'),

- speciale basisopleiding psychiatrische gezondheids- en ziekenzorg (`spezielle Grundausbildung in der psychiatrischen Gesundheits- und Krankenpflege')

overeenkomende met opleidingen met een totale duur van ten minste dertien jaar, waarvan

In Oostenrijk

de opleidingen voor

overeenkomende met opleidingen met een totale duur van ten minste veertien jaar, waarvan gedurende ten minste vijf jaar een opleiding in een gestructureerd kader wordt gevolgd, verdeeld in een leerlingenopleiding van ten minste drie jaar, gedeeltelijk in het bedrijf en gedeeltelijk aan een instelling voor beroepsonderwijs, en een periode van praktijkervaring en opleiding afgesloten met een beroepsexamen dat het recht verleent het beroep uit te oefenen en leerlingen op te leiden;

de opleidingen voor

overeenkomende met opleidingen met een totale duur van dertien jaar, waarvan gedurende vier jaar een opleiding in een gestructureerd kader wordt gevolgd, verdeeld in een leerlingenopleiding van twee jaar, en een periode van praktijkervaring en opleiding gedurende twee jaar, afgesloten met een beroepsexamen dat het recht verleent het beroep uit te oefenen en leerlingen op te leiden;

overeenkomende met opleidingen met een totale duur van dertien jaar, waarvan gedurende vijf jaar een beroepsopleiding in een gespecialiseerde school wordt gevolgd, afgesloten met een examen.

In Denemarken

de opleidingen voor

overeenkomende met een opleidingscyclus met een totale duur van veertien jaar, waarvan gedurende ten minste vijf jaar een beroepsopleiding wordt gevolgd, verdeeld in een door de instelling voor beroepsonderwijs verzorgde theoretische opleiding van twee en een half jaar en een praktische opleiding van twee en een half jaar in het bedrijf, afgesloten met een erkend examen dat betrekking heeft op de ambachtelijke activiteit en het recht verleent de titel "Mester" te voeren;

overeenkomende met een opleidingscyclus met een totale duur van twaalf en een half jaar, waarvan gedurende drie en een half jaar een beroepsopleiding wordt gevolgd, verdeeld in een door de instelling voor beroepsonderwijs verzorgde theoretische opleiding van een semester en een praktische opleiding van drie jaar in het bedrijf, afgesloten met een erkend examen dat betrekking heeft op de ambachtelijke activiteit en het recht verleent de titel "Mester" te voeren;

overeenkomende met een opleidingscyclus met een totale duur van dertien en een half jaar, waarvan gedurende vier en een half jaar een beroepsopleiding wordt gevolgd, verdeeld in een door de instelling voor beroepsonderwijs verzorgde theoretische opleiding van twee jaar en een praktische opleiding van twee en een half jaar in het bedrijf, afgesloten met een erkend examen dat betrekking heeft op de ambachtelijke activiteit en het recht verleent de titel "Mester" te voeren.

In Duitsland

de opleidingen voor

In Luxemburg

de opleidingen voor

overeenkomende met een opleidingscyclus met een totale duur van veertien jaar, waarvan gedurende ten minste vijf jaar een opleiding in een gestructureerd kader wordt gevolgd, gedeeltelijk in het bedrijf en gedeeltelijk aan de instelling voor beroepsonderwijs, afgesloten met een examen dat met succes moet worden afgelegd om een als ambachtelijk beschouwde activiteit als zelfstandige of als werknemer in loondienst met een vergelijkbaar verantwoordelijkheidsniveau uit te mogen oefenen

In Oostenrijk

de opleidingen voor

overeenkomende met opleidingen met een totale duur van ten minste veertien jaar, waarvan gedurende ten minste vijf jaar een opleiding in een gestructureerd kader wordt gevolgd, verdeeld in een leerlingenopleiding van ten minste drie jaar, gedeeltelijk in het bedrijf en gedeeltelijk aan een instelling voor beroepsonderwijs, en een periode van praktijkervaring en beroepsopleiding van ten minste twee jaar, afgesloten met een examen voor meesterkwalificatie dat het recht verleent het beroep uit te oefenen, leerlingen op te leiden en de titel "Meister" te voeren;

de opleidingen voor meesterkwalificaties op het gebied van landbouw en bosbouw, namelijk

overeenkomende met opleidingen met een totale duur van ten minste vijftien jaar, waarvan gedurende ten minste zes jaar een opleiding in een gestructureerd kader wordt gevolgd, verdeeld in een leerlingenopleiding van ten minste drie jaar, gedeeltelijk in het bedrijf en gedeeltelijk aan een instelling voor beroepsonderwijs, en een periode van praktijkervaring van drie jaar, afgesloten met een examen voor de desbetreffende meesterkwalificatie dat het recht verleent leerlingen op te leiden en de titel "Meister" te voeren.

In Noorwegen

de opleidingen voor

overeenkomende met opleidingen met een totale duur van ten minste veertien jaar, waarvan gedurende ten minste vijf jaar een opleiding in een gestructureerd kader, verdeeld in een leerlingenopleiding van ten minste drie jaar, gedeeltelijk in het bedrijf en gedeeltelijk aan een instelling voor beroepsonderwijs, en een periode van praktijkervaring en beroepsopleiding van twee jaar, afgesloten met een examen voor de desbetreffende meesterkwalificatie dat het recht verleent leerlingen op te leiden en de titel "Mester" te voeren.

In Denemarken

de opleidingen voor

In Duitsland

de opleidingen voor

In Italië

de opleidingen voor

In Nederland

de opleidingen voor

In IJsland

de opleidingen voor

In Noorwegen

de opleidingen voor

overeenkomende met de volgende opleidingen

die erkend zijn in het kader van het Internationale STCW-Verdrag (Internationaal Verdrag van 1978 betreffende normen voor opleiding, diplomering en wachtlopen voor zeevarenden en - voor zover het betreft IJsland en Noorwegen - met meer dienst op zee).

In Noorwegen

de opleiding voor

overeenkomende met negen jaar lager onderwijs, gevolgd door een basisopleiding van twee jaar, aangevuld met praktijkervaring gedurende een jaar en dienst op zee en een gespecialiseerde beroepsopleiding van een jaar.

In Duitsland

de opleidingen voor

In Nederland

de opleidingen voor

In IJsland

de opleidingen voor

overeenkomende met de volgende opleidingen

In Noorwegen

de opleidingen voor

overeenkomende met negen jaar lager onderwijs, gevolgd door een basisopleiding van twee jaar, aangevuld met dienst offshore gedurende ten minste een jaar, en

In Italië

overeenkomend met cyclussen van technisch secundair onderwijs met een totale duur van ten minste 13 jaar, waarvan acht jaar verplicht onderwijs gevolgd door vijf jaar secundair onderwijs, waarvan drie jaar beroepsgericht onderwijs, afgesloten met het examen van het technisch baccalaureaat en aangevuld:

In Nederland

De opleidingen voor

overeenkomend met een onderwijs- en beroepsopleidingscyclus met een totale duur van:

In Oostenrijk

de opleidingen voor

overeenkomende met opleidingen met een totale duur van ten minste vijftien jaar, waarvan acht jaar verplicht onderwijs gevolgd door vijf jaar secundair technisch of commercieel onderwijs, afgesloten met een technisch of commercieel eindexamen, aangevuld met een opleiding in het bedrijf gedurende ten minste twee jaar, afgesloten met een beroepsexamen;

de opleidingen voor

die leiden tot kwalificaties die zijn goedgekeurd als "National Vocational Qualifications" (NVQ), of in Schotland zijn goedgekeurd als "Scottish Vocational Qualifications", en behoren tot de niveaus 3 en 4 van het National Framework of Vocational Qualifications van het Verenigd Koninkrijk.

Deze niveaus komen overeen met de volgende omschrijvingen:

1

Lijst van opleidingen met een bijzondere structuur, als bedoeld in artikel 3, onder b), eerste alinea, derde streepje van de richtlijn 92/51

In het Verenigd Koninkrijk

De gereglementeerde opleidingen die leiden tot kwalificaties die als "National Vocational Qualifications" (NVQ) zijn goedgekeurd, of in Schotland zijn goedgekeurd als "Scottish Vocational Qualifications", en die behoren tot de niveaus 3 en 4 van het National Framework of Vocational Qualifications van het Verenigd Koninkrijk.

Deze niveaus komen overeen met de volgende omschrijvingen:

In Duitsland

de volgende gereglementeerde opleidingen:

In Nederland

de volgende gereglementeerde opleidingen

In Oostenrijk

2