Wijzigingen Officiële bron
Instelling Onderzoekscommissie Evaluatie ArbeidsvoorzieningswetInstelling Onderzoekscommissie Evaluatie ArbeidsvoorzieningswetDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Overwegende,

  • dat in artikel 121 van de Arbeidsvoorzieningswet (Arbvowet) is voorgeschreven dat de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 4 jaar na de inwerkingtreding aan de Staten-Generaal een verslag moet zenden over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk,

  • dat, aangezien de Arbvowet met ingang van 1 januari 1991 in werking getreden is, dit voorschrift impliceert dat bedoeld verslag na 1 januari 1995 aan het parlement moet worden aangeboden;

  • dat de Arbvowet regels bevat met betrekking tot de instelling en taak van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, een zelfstandig openbaar lichaam onder een tripartite bestuur waarin de overheid, de werkgeversorganisaties en de werknemersorganisaties gezamenlijk verantwoordelijkheid voor het arbeidsvoorzieningsbeleid dragen;

  • dat het, gelet op de nauwe betrokkenheid van zowel overheid als organisaties van werkgevers respectievelijk werknemers bij het functioneren van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, wenselijk is een onafhankelijke commissie in te stellen die het bedoelde verslag uitbrengt;

  • Besluit:

    's-Gravenhage7 juli 1994 De Minister voornoemd, B. de Vries

    Er is een Onderzoekscommissie Evaluatie Arbeidsvoorzieningswet, hierna te noemen de commissie.

    De commissie heeft de volgende taak:

    In de commissie hebben zitting:

    Drs. C. P. van Dijk, tevens voorzitter

    Mevr. Drs. M. W. M. Vos-van Gortel

    Prof. Dr. W. J. Dercksen

    Prof. Dr. S. W. Douma

    Prof. Dr. M. Scheltema.

    Als secretaris van de commissie wordt aangewezen drs. K. Terwan.

    Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.