Ministeriële regeling · BWBR0006837

Samenwerkingsregeling bestrijding terroristische misdrijven

Wijzigingen Officiële bron
Samenwerkingsregeling bestrijding terroristische misdrijvenSamenwerkingsregeling bestrijding terroristische misdrijvenDe Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse zaken,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gelet op artikel 48 van de Politiewet 1993;

Gezien het advies van de Raad voor het Korps landelijke politiediensten, van 10 mei 1994;

Besluiten:

's-Gravenhage25 juli 1994De Minister van Justitie a.i., De Minister van Binnenlandse Zaken, D.IJ.W. deGraaff

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.de landelijk officier van justitie:

de ambtenaar van het openbaar ministerie die is aangewezen als waarnemend officier van justitie voor alle arrondissementen voor het geven van leiding aan de opsporing van terroristische misdrijven;

b.verantwoordelijke politiefunctionaris:

de korpschef, bedoeld in artikel 24 onderscheidenlijk 38 van de Politiewet 1993 dan wel de districtscommandant van de Koninklijke marechaussee;

c.de Dienst Bijzondere Recherchezaken:

het onderdeel van de Divisie Centrale Recherche Informatie van het Korps landelijke politiediensten dat is belast met de in artikel 2 genoemde werkzaamheden.

De verantwoordelijke politiefunctionarissen zorgen ervoor dat gegevens waarvan kan worden aangenomen dat zij van belang zijn voor de voorkoming en opsporing van terroristische misdrijven, onverwijld ter kennis worden gebracht van de Dienst Bijzondere Recherchezaken.

Wanneer aan de hand van ter beschikking staande gegevens kan worden vastgesteld dat een terroristisch misdrijf in voorbereiding is, dan wel is gepleegd, zorgt het hoofd van de Dienst Bijzondere Recherchezaken, in overleg met de verantwoordelijke politiefunctionaris, dat het plan ter voorkoming van het misdrijf dan wel ter opsporing van de dader of de daders wordt opgesteld en voorgelegd aan de landelijk officier van justitie.

Ter aanvulling van ontvangen gegevens en ook overigens zorgt het hoofd van de Dienst Bijzondere Recherchezaken ervoor dat in concrete gevallen op gerichte wijze informatie wordt ingewonnen. Hiertoe onderhoudt de dienst contacten met personen, diensten en instanties die over terzake van belang zijnde gegevens beschikken of kunnen beschikken.

Indien en zolang ten aanzien van een dreigend terroristisch misdrijf geen verantwoordelijke politiefunctionaris kan worden aangewezen, wordt de Dienst Bijzondere Recherchezaken door de landelijk officier van justitie, onder verstrekking van de nodige aanwijzingen voor de opsporing, met het desbetreffende onderzoek belast.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1994.

Deze regeling wordt aangehaald als:

Samenwerkingsregeling bestrijding terroristische misdrijven.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.