Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 15 augustus 1994, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 32b van de Pensioen- en spaarfondsenwetBesluit reken- en procedureregels recht op waarde-overdrachtWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 januari 1994, Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid, Hoofdafdeling Volksverzekeringen en Pensioenen, nr. DGSZ/SV/O/94/0068;

Gelet op artikel 32b, derde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet;

Gezien de adviezen van de Stichting van de Arbeid van 24 juni en 11 oktober 1993 en van de Verzekeringskamer van 24 december 1993;

De Raad van State gehoord (advies van 20 juni 1994, nr. W12.94.0025);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 augustus 1994, Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid, nr. SZ/SV/P/94/3451;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage15 augustus 1994BeatrixDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J. Wallagede dertigste augustus 1994De Minister van Justitie,W. Sorgdrager

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De werkgever informeert de werknemer bij beëindiging en bij aanvang van de deelneming aan de pensioenregeling terstond over zijn recht op waarde-overdracht.

Het overnemende uitvoeringsorgaan vraagt binnen één maand na ontvangst van het verzoek als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aan het overdragende uitvoeringsorgaan een opgave per de overdrachtsdatum van:

Het overnemende uitvoeringsorgaan verstrekt de opgave bedoeld in artikel 5, eerste lid, binnen twee maanden na ontvangst aan rechthebbende onder vermelding van de aanspraken die zullen voortvloeien uit de waarde-overdracht en de wijze waarop de aanspraken in de pensioenregeling ondergebracht bij het overnemende uitvoeringsorgaan worden behandeld.

De waarde van achterblijvende en fictieve aanspraken op nabestaandenpensioen wordt afzonderlijk berekend als fictieve overdrachtswaarde overeenkomstig artikel 9, leden 1 tot en met 4, onderdeel a.

Indien de overdrachtswaarde ongelijk is aan het gefinancierde deel van de aanspraken komt het verschil ten gunste respectievelijk ten laste van de oude werkgever of van het pensioenfonds waar deze de pensioenregeling heeft ondergebracht.

Indien op de dag van het in werking treden van dit besluit de termijn bedoeld in artikel 3, eerste lid, geheel of gedeeltelijk is verstreken, wordt deze termijn verlengd tot twee maanden na de dag van in werking treden van dit besluit.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met de datum waarop de Wet tot wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en enige andere wetten (wettelijk recht op waarde-overdracht en enige andere maatregelen op het aanvullend pensioenterrein) in werking treedt.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit reken- en procedureregels recht op waarde-overdracht.