Ministeriële regeling · BWBR0006911
Aanwijzing ambtenaren belast met het horen van belanghebbenden
Gelet op de artikelen 86, tweede lid, en 87, vierde lid, van de onteigeningswet (Stb. 1851, 125),
Besluit:
's-Gravenhage7 september 1994 De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, M. deBoerDegene, die op grond van het bepaalde in artikel 84, derde lid, of 85, eerste lid, der onteigeningswet schriftelijk bij de Kroon bedenkingen naar voren heeft gebracht tegen een raadsbesluit tot onteigening dan wel degene, die op grond van artikel 87, derde lid, der onteigeningswet hun zienswijze omtrent een onteigeningsplan bij de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, naar voren heeft gebracht, zal worden gehoord door:
De Directeur Juridische Zaken van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, en/of
J. J. Zeldenrust, mevrouw A. M. Berenschot-Duif, J. Bloemhard, T. van Deijl en A. R. Verbeek, werkzaam bij voornoemde directeur Juridische Zaken, en/of
een van de door de Directeur Juridische Zaken van voornoemd ministerie nader aan te wijzen aldaar werkzame ambtenaren.
Het besluit van 14 augustus 1987 inzake bovenvermeld onderwerp wordt ingetrokken.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag, volgende op die der dagtekening van de Staatscourant, waarin het zal worden geplaatst en werkt terug tot en met 1 september 1994.