Ministeriële regeling · BWBR0006926

Mandaatsbesluit politiebevoegdheden

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Minister van Justitie van 19 september 1994, nr. 457711/594/NE, houdende mandaat aan de procureurs-generaal inzake toekenning van politiebevoegdheden aan buitengewoon opsporingsambtenarenMandaatsbesluit politiebevoegdhedenDe Minister van Justitie,

Overwegende, dat de procureurs-generaal in de in artikel 142, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafvordering genoemde gevallen zelfstandig beslissen over toekenning van de opsporingsbevoegdheid aan buitengewoon opsporingsambtenaren;

dat het gewenst is dat de procureurs-generaal in die gevallen eveneens kunnen beslissen over toekenning van de in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 genoemde bevoegdheden (politiebevoegdheden);

Gelet op artikel 142, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafvordering en artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993;

Gezien het verslag van de vergadering van procureurs-generaal van 17 augustus 1994, waarin instemming is betuigd met de mandatering van een deel van de in artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993 omschreven bevoegdheid;

Besluit:

's-Gravenhage19 september 1994 De Minister van Justitie,namens deze,Het hoofd van de Directie PolitieH.P.Wooldrik

Het College van procureurs-generaal, bedoeld in artikel 1, eerste lid, is namens de Minister bevoegd in en buiten rechte op te treden in zaken, betreffende de in artikel 1, eerste lid genoemde beslissingen.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 1994.

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatsbesluit politiebevoegdheden.

Dit besluit wordt gepubliceerd in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad.