U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 22-02-2006.

Regeling · BWBR0006981

Besluit rangen politie

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 25 oktober 1994, houdende vaststelling van regels ten aanzien van de rangen van de politieBesluit rangen politieWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 1 juni 1994, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Politie, hoofdafdeling Personeel, Onderwijs en Informatievoorziening, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid, nummer EA94/U1612, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, nummer 439825/594/GBJ;

Gelet op artikel 51 van de Politiewet 1993;

De Raad van State gehoord (advies van 27 juni 1994, nummer W04.94.0339);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 10 oktober 1994, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Politie, hoofdafdeling Personeel, Onderwijs en Informatievoorziening, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid, nummer EA94/2256;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage25 oktober 1994BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken,H. F. Dijkstalde tweeëntwintigste november 1994De Minister van Justitie,W. Sorgdrager

Onverminderd het bepaalde in artikel 45 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, gelden voor de ambtenaren van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Politiewet 1993, de volgende rangen:

Aan de voorzitter van het college van bestuur van het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, Politie onderwijs- en kenniscentrum, die is aangesteld als ambtenaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Politiewet 1993 kan voor de duur van zijn voorzitterschap op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij koninklijk besluit de rang van hoofdcommissaris worden toegekend.

Aan de ambtenaar die is aangesteld als ambtenaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Politiewet 1993 voor wie de rang van hoofdcommissaris heeft gegolden, kan voor de resterende duur van deze aanstelling op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij koninklijk besluit de titulaire rang van hoofdcommissaris worden toegekend.

Aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Politiewet 1993, die is aangesteld in een functie waaraan de rang van commissaris is verbonden en die op uitzonderlijke wijze heeft bijgedragen tot de behartiging van de belangen van de Nederlandse politie, kan voor de resterende duur van deze aanstelling op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij koninklijk besluit de titulaire rang van hoofdcommissaris worden toegekend.

De ambtenaar, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Politiewet 1993, die tot en met 31 maart 1994 de rang bekleedde van commissaris van rijkspolitie en die een functie bekleedt die is gewaardeerd op schaal 12 heeft de rang van commissaris.

Vervallen

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1994.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit rangen politie.