U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 04-10-2002.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 11 november 1994, houdende regels ter uitvoering van artikel 142, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering betreffende de bekwaamheid en betrouwbaarheid, beëdiging en instructie van, alsmede het toezicht op buitengewoon opsporingsambtenaren, het grondgebied waarvoor de opsporingsbevoegdheid geldt, de beëindiging van de opsporingsbevoegdheid en enige andere onderwerpenBesluit buitengewoon opsporingsambtenaarWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op voordracht van Onze Minister van Justitie van 22 april 1994, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 436121/94/6;

Gelet op artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering, artikel 17, derde lid, Wet economische delicten, en artikel 3, hoofdstuk 2, afdeling 1, van de Invoeringswet Politiewet 1993;

De Raad van State gehoord (advies van 30 augustus 1994, nummer W03.94.0246);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 28 oktober 1994, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 461681/94/6,

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage11 november 1994BeatrixDe Minister van Justitie,W. Sorgdragerde zesde december 1994De Minister van Justitie,W. Sorgdrager

De buitengewoon opsporingsambtenaar die beschikt over:

is bevoegd op het grondgebied, vermeld in die akte, de opsporingsbevoegdheden uit te oefenen ter zake van de feiten die in die akte zijn vermeld en daarvan ambtsedig proces-verbaal op te maken als bedoeld in artikel 152 Wetboek van Strafvordering.

De titel van opsporingsbevoegdheid is de rechtsgrond die de bevoegdheid tot opsporen bepaalt van de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder a, b of c, dan wel artikel 142, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De titel, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder a en b, en de aanvullende bevoegdheid op grond van artikel 142, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering worden overeenkomstig dit hoofdstuk verleend.

Een aanvraag tot het verlenen van een akte van opsporingsbevoegdheid, het doen van een aanwijzing, dan wel het toekennen van aanvullende opsporingsbevoegdheid bevat in ieder geval de volgende gegevens:

Op elke aanvraag ingevolge dit hoofdstuk wordt zo spoedig mogelijk, in elk geval binnen 4 maanden na ontvangst van de aanvraag, beslist.

Onze Minister verleent de akte van opsporingsbevoegdheid, waarin staan vermeld het grondgebied en de strafbare feiten waarvoor de opsporingsbevoegdheid geldt.

In de beschikking wordt het hoogste aantal personen vermeld dat op grond van de aanwijzing beëdigd kan worden als buitengewoon opsporingsambtenaar. Een afschrift van de beschikking wordt aan het College van procureurs-generaal gezonden.

Indien Onze Minister ingevolge artikel 14 heeft beslist tot aanvulling van de opsporingsbevoegdheid, past hij tevens zo spoedig mogelijk de akten van beëdiging van de betrokken buitengewoon opsporingsambtenaren aan.

In het proces-verbaal van opsporingshandelingen of in enige andere schriftelijke verslaglegging van de uitoefening van bevoegdheden vermeldt de buitengewoon opsporingsambtenaar zijn standplaats en het nummer van zijn akte van beëdiging.

De buitengewoon opsporingsambtenaar volgt bij de opsporing de door of namens het bevoegde gezag, bedoeld in artikel 148 van het Wetboek van Strafvordering, gegeven aanwijzingen op, tenzij artikel 80, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen of artikel 203 van de Wet inzake de douane van toepassing is. Hij verstrekt het bevoegd gezag de gewenste inlichtingen.

De toezichthouder ziet er op toe dat de buitengewoon opsporingsambtenaar zijn taak bij de opsporing naar behoren vervult en de opsporingsbevoegdheden alsmede de politiebevoegdheden op juiste wijze uitoefent. Hij ziet eveneens toe op een goede samenwerking met de politie.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 april 1994.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.

Bij aanvaarding van de aanwijzing tot buitengewoon opsporingsambtenaar legt de desbetreffende persoon de navolgende eden (verklaringen en beloften) af:

Diploma NPA;

Politiediploma A of B;

Diploma Herziene primaire opleiding;

Diploma surveillant van politie;

Diploma Koninklijke Marechaussee;

Diploma reservepolitie;

Diploma onbezoldigde opsporingsambtenaren van politie van de Politieopleidingsinstituten (LSOP);

Diploma onbezoldigd ambtenaar van gemeentepolitie van de Gemeentepolitie Amsterdam, Rotterdam, 's-Gravenhage, Utrecht of Arnhem;

Diploma onbezoldigd ambtenaar van Rijkspolitie, district 's-Gravenhage;

Diploma onbezoldigd ambtenaar van politie, Stichting Politie vormingscentrum te Vaassen (gem. Epe);

Diploma Nederlands Instituut voor Opleiding van Opsporingsambtenaren te Tienhoven (gem. Maarssen);

Diploma politiestudiecentrum Amsterdam;

Diploma onbezoldigde opsporingsambtenaren, instituut Minerva te Naarden;

Diploma Stichting docentenkollektief Zuid-Holland;

Diploma opsporingsfunctionaris sociale zekerheid, Stichting opleiding sociale verzekering;

Het bewijs van het gevolgd hebben van een van de navolgende opleidingen van de Stichting Opleiding Sociale Verzekering:

cursus Centrale Opleiding Opsporingsfunctionarissen SV, de DIVOSA-opleiding sociaal rechercheur en bijzonder controleur en de cursus Centrale opleiding opsporing sociale zekerheidsfraude;

Diploma HAMIL of OBD van de Bestuursacademies;

Diploma milieuopleiding van het Centraal Instituut Vorming en Opleiding Bestuursdienst;

Diploma opleidingscentrum Algemene Inspectiedienst Ministerie van LNV;

Het bewijs van het gevolgd hebben van de opleiding milieudelicten ten behoeve van inspectiejuristen en coördinatoren van de Nederlandse Politieacademie;

Diploma handhaving milieuwetgeving van Nieuw Rollecate of de Rijkshogeschool te Deventer;

Diploma vierjarige dagopleiding milieukunde met bijvak handhaving milieuwetgeving;

Het bewijs van het gevolgd hebben van de basisopleiding ambtenaar Algemene Inspectiedienst en onbezoldigd ambtenaar Algemene Inspectiedienst;

Diploma Scheepvaartmeester A en B;

Het bewijs van het gevolgd hebben van de cursus onbezoldigd opsporingsambtenaar van gemeentepolitie van het havenbedrijf Rotterdam;

Diploma opsporingsambtenaar Wet verontreiniging oppervlaktewater;

Diploma opleiding opsporingsfunctionaris Dienst Omroepbijdragen;

Het bewijs van het gevolgd hebben van de basisopleiding Marine beveiligingskorps;

Diploma Agent spoorwegpolitie;

Het bewijs van het gevolgd hebben van de opleiding keurmeester van de Keuringsdienst van Waren;

Diploma Nederlandse vereniging van jachtopzichters;

Vakbekwaamheidsdiploma van de opleiding personeel openbare reinigingsbedrijven.