U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2010.

Ministeriële regeling · BWBR0007049

Regeling handel levende dieren en levende producten

Wijzigingen Officiële bron
Regeling handel levende dieren en levende productenRegeling handel levende dieren en levende productenDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Handelende in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op Richtlijn nr. 90/425/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 224), Richtlijn nr. 90/675/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 december 1990 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG L 373), Richtlijn nr. 91/496/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1991 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en tot wijziging van de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG en 90/675/EEG (PbEG L 268), Richtlijn nr. 64/432/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121), Richtlijn nr. 72/462/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen, geiten, van vers vlees of van vleesproducten uit derde landen (PbEG L 302), Richtlijn nr. 90/426/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen (PbEG L 224), Richtlijn nr. 90/539/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 oktober 1990 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren (PbEG L 303), Richtlijn nr. 91/68/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in schapen en geiten (PbEG L 46), Richtlijn nr. 88/407/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1988 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van runderen en de invoer daarvan (PbEG L 194), Richtlijn nr. 90/429/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van varkens en de invoer daarvan (PbEG L 224), Richtlijn 89/556/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 september 1989 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in embryo's van als huisdier gehouden runderen en de invoer daarvan uit derde landen (PbEG L 320), Richtlijn nr. 92/65/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG geldt (PbEG L 268), Richtlijn nr. 94/28/EG van de Raad van de Europese Unie van 23 juni 1994 tot vaststelling van de beginselen inzake de zoötechnische en genealogische voorschriften voor de invoer uit derde landen van dieren, alsmede van sperma, eicellen en embryo's en tot wijziging van Richtlijn 77/504/EEG betreffende raszuivere fokrunderen (PbEG L 178) en Richtlijn nr. 94/42/EG van de Raad van de Europese Unie van 27 juli 1994 tot wijziging en bijwerking van Richtlijn 64/432/EEG inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 201) alsmede op de daarop gebaseerde regelgeving van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132);

Gelet op de artikelen 10, 11, 12, 13, 77, 81, 94, eerste lid, 107 en 108 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, op artikel 19 van de Landbouwwet, op artikel 2 van het Besluit uitvoer dieren en producten van dierlijke oorsprong en op de artikelen 2, 4 en 8 van het Besluit inzake het in de handel brengen van dieren en producten en de toepassing van maatregelen met betrekking tot in Nederland gebrachte dieren en producten;

Besluit:

's-Gravenhage30 november 1994 De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, J.J. vanAartsen

Het bewijsstuk, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a, wordt slechts afgegeven indien op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek is gebleken dat voldaan wordt aan, voor zover van toepassing, de artikelen 2.6 tot en met 2.15, en aan:

Runderen, varkens alsmede schapen en geiten zijn geïdentificeerd en geregistreerd overeenkomstig hetgeen hieromtrent in de tweede afdeling van de hoofdstukken 3, 4 en 7 is gesteld, geregistreerde paarden en fok- en gebruikspaarden, bedoeld in artikel 5.1, zijn geïdentificeerd overeenkomstig hetgeen hieromtrent in de tweede afdeling van hoofdstuk 5 is gesteld, honden en katten zijn geïdentificeerd overeenkomstig hetgeen hieromtrent in de tweede afdeling van hoofdstuk 8 is gesteld en de overige dieren zijn geïdentificeerd en geregistreerd overeenkomstig artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van richtlijn 90/425/EEG.

De dieren of producten zijn afkomstig van een bedrijf, centrum of instelling, waarop regelmatig een controle door de keuringsdierenarts wordt verricht, teneinde na te gaan of aan de onderhavige regeling wordt voldaan.

De dieren of producten zijn niet afkomstig van een bedrijf, centrum, instelling, zone of gebied, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, subonderdelen i tot en met iv, van richtlijn 90/425/EEG.

De dieren of producten behoeven niet in het kader van een programma tot uitroeiïng van niet in bijlage C bij richtlijn 90/425/EEG vermelde ziekten te worden vernietigd en er geldt ook overigens geen verbod om de desbetreffende dieren of producten in Nederland in de handel te brengen.

De partij wordt vervoerd met daarvoor geschikte vervoermiddelen die voorafgaand aan het vervoer van de betreffende partij zijn gereinigd en ontsmet.

De handelaar is ingeschreven in het in artikel 2.62, eerste lid, bedoelde register, terwijl die inschrijving niet is getroffen door een beslissing als bedoeld in artikel 2.62, derde lid.

Raszuivere dieren, hybride varkens en producten hiervan gaan vergezeld van de zoötechnische documenten die bij of krachtens het Fokkerijbesluit zijn voorgeschreven voor het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van raszuivere dieren, hybride varkens en producten hiervan, bestemd voor een lid-staat.

Indien de partij op grond van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.5, geschikt is bevonden om anders dan in doorvoer buiten Nederland te worden gebracht, wordt zij onmiddellijk na het onderzoek, langs de kortste weg naar het transportmiddel vervoerd, waarmee zij buiten Nederland zal worden gebracht en wordt zij zo spoedig mogelijk, rechtstreeks, buiten Nederland gebracht.

Het bewijsstuk, bedoeld in artikel 2.16, eerste lid, onderdeel a, eerste gedachtenstreepje, wordt slechts afgegeven, indien op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek, dat onmiddellijk vóór het brengen van de partij buiten Nederland heeft plaatsgevonden, is gebleken dat voldaan wordt aan de artikelen 2.19, 2.20, tweede lid, en 2.21, en dat tenminste wordt voldaan aan hetgeen in:

De bewijsstukken, bedoeld in artikel 2.16, eerste lid, onderdeel a, tweede gedachtenstreepje, worden slechts afgegeven, indien op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek is gebleken dat voldaan wordt aan de artikelen 2.19, 2.20, 2.21 en aan:

Runderen, varkens, schapen en geiten, zijn geïdentificeerd en geregistreerd overeenkomstig hetgeen hieromtrent in de tweede afdeling van de hoofdstukken 3, 4 en 7 is gesteld, geregistreerde paarden en fok- en gebruikspaarden, bedoeld in artikel 5.1, zijn geïdentificeerd overeenkomstig hetgeen hieromtrent in de tweede afdeling van hoofdstuk 5 is gesteld, honden en katten zijn geïdentificeerd overeenkomstig hetgeen hieromtrent in de tweede afdeling van hoofdstuk 8 is gesteld en de overige dieren zijn geïdentificeerd en geregistreerd overeenkomstig artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van richtlijn 90/425/EEG.

Artikel 2.15 is van overeenkomstige toepassing.

De dieren zijn geïdentificeerd en geregistreerd overeenkomstig artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van richtlijn 90/425/EEG en, voor zover van toepassing, richtlijn 2008/71/EG en verordening 1760/2000/EG.

Indien dieren tijdens het vervoer naar de plaats van bestemming in Nederland dan wel naar de plaats waar zij weer buiten Nederland worden gebracht, zijn gestorven of afgemaakt, zijn de kadavers vernietigd volgens de ter zake geldende wettelijke voorschriften.

Het verbod, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, derde gedachtenstreepje, geldt niet ter zake van het brengen in Nederland van dieren die via Nederland voor het eerst in de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is worden gebracht en zijn verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land, mits voldaan wordt aan, voor zover van toepassing, verordening 282/2004/EG, verordening 318/2007 en de artikelen 2.35 tot en met 2.41 en aan:

Het verbod, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, derde gedachtenstreepje, geldt niet ter zake van het in Nederland brengen van dieren die via Nederland voor het eerst in de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is worden gebracht on:

Indien de dieren bestemd zijn voor een derde land:

Met betrekking tot de partij is door de minister een Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst als bedoeld in verordening 282/2004/EG afgegeven.

Indien de dieren voor een lid-staat dan wel een derde land zijn bestemd en tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied zijn gestorven of afgemaakt, worden de kadavers vernietigd volgens de ter zake geldende wettelijke voorschriften.

Een partij als bedoeld in artikel 2.43, tweede lid, wordt na het verlaten van de inspectiepost in verzegelde en lekvrije voertuigen of containers rechtstreeks vervoerd naar de inrichting van oorsprong waar het certificaat, bedoeld in artikel 2.43, tweede lid, onderdeel b, is afgegeven.

Degene die voornemens is een partij producten in te slaan in of uit te slaan uit een douane-entrepot, een ruimte voor tijdelijke opslag of een vrij entrepot geeft hiervan uiterlijk tot 14.00 uur op de werkdag voorafgaand aan de dag van in- of uitslag melding aan de VWA binnen wiens kring de opslagfaciliteit is gelegen, onder vermelding van de naam en het adres van de opslagfaciliteit, de dag van in- of uitslag en de aard en hoeveelheid van de producten.

Opslag van een partij die bestemd is voor een derde land en die niet voldoet aan de in deze regeling voor het desbetreffende product gestelde voorschriften voor het brengen op Nederlands grondgebied, vindt slechts plaats in een op grond van artikel 2.50c, derde lid, erkend douane-entrepot of vrij entrepot, mits de minister, hiervoor toestemming heeft verleend.

Uitslag van een partij producten die niet voldoet aan de in deze regeling voor desbetreffende producten gestelde voorschriften voor het brengen op Nederlands grondgebied uit een opslagruimte als bedoeld in artikel 2.50b, is slechts toegestaan indien de partij bestemd is:

Het bewijsstuk, bedoeld in artikel 2.52, wordt slechts afgegeven indien op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek is gebleken dat voldaan wordt aan, voor zover van toepassing, de artikelen 2.54 en 2.55 en aan:

Noch op grond van regelgeving van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, noch op grond van het EER-Verdrag geldt een verbod om de dieren of producten vanuit Nederland in een staat, niet zijnde een lid-staat, die partij is bij het EER-Verdrag te brengen.

Indien de partij op grond van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.53, geschikt is bevonden om anders dan in doorvoer buiten Nederland te worden gebracht, wordt zij onmiddellijk na het onderzoek, langs de kortste weg naar het transportmiddel vervoerd, waarmee zij buiten Nederland zal worden gebracht en wordt zij zo spoedig mogelijk, rechtstreeks, buiten Nederland gebracht.

Er wordt voldaan aan de artikelen 2.35 tot en met 2.41, met dien verstande dat:

Het verbod, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, eerste en tweede gedachtenstreepje, voor zover dit betrekking heeft op het brengen in Nederland van producten uit staten, niet zijnde lid-staten, die partij zijn bij het EER-Verdrag, geldt niet, mits voldaan wordt aan artikel 2.59 en:

Er wordt voldaan aan de artikelen 2.44 tot en met 2.50f, met dien verstande dat:

Het verbod, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, vijfde gedachtenstreepje, voorzover dit betrekking heeft op het brengen in Nederland van producten, genoemd in artikel 1, eerste alinea van richtlijn 92/65/EEG, niet zijnde sperma, eicellen, embryo's en broedeieren, uit staten, niet zijnde lid-staten, die partij zijn bij het EER-Verdrag en de producten zijn bestemd voor een lid-staat, een andere staat die partij is bij het EER-Verdrag dan wel een derde land, geldt niet, mits de betrokken partij voldoet aan de voorschriften van het land van bestemming.

Het onderzoek, bedoeld in de artikelen 2.5, 2.17, 2.18 en 2.53, wordt uiterlijk vóór 14.00 uur op de tweede werkdag voorafgaand aan het tijdstip van de voorgenomen uitvoer aangevraagd bij de VWA op een daartoe beschikbaar gesteld aanvraagformulier. Per aanvraagformulier kan slechts voor één partij een onderzoek worden aangevraagd.

De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7 van verordening 282/2004/EG.

Het in artikel 2.5, 2.17, 2.18 en 2.53 bedoelde onderzoek geschiedt niet op zondagen en algemeen erkende feestdagen. Op maandag tot en met vrijdag geschiedt dit onderzoek uitsluitend tussen 6.00 uur en 18.00 uur en op zaterdag tussen 06.00 uur en 12.00 uur op een door de keuringsdierenarts, na overleg met de betrokken aanvrager te bepalen tijdstip doch niet vóór zonsopgang en na zonsondergang, tenzij op de plaats van onderzoek – ter beoordeling van de keuringsdierenarts – een zodanige verlichting aanwezig is, dat het onderzoek naar behoren kan plaatsvinden.

Een slachthuis als bedoeld in de artikelen 3.14 van hoofdstuk 3, 4.9 van hoofdstuk 4, 5.10 van hoofdstuk 5 en 7.8 van hoofdstuk 7, voldoet aan de volgende voorwaarden:

De vervoerder van runderen voldoet aan artikel 12, eerste lid, onderdeel a, eerste gedachtestreepje, en derde lid, van richtlijn nr. 64/432/EEG.

Als bewijsstuk, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a, wordt met het oog op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van runderen, bestemd voor een lid-staat, vastgesteld het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 5, eerste lid, van richtlijn 64/432/EEG voor de desbetreffende soort runderen is voorgeschreven.

Onverminderd artikel 3.3, is op grond van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.5, gebleken dat:

De runderen zijn geïdentificeerd en geregistreerd overeenkomstig het bij of krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren bepaalde en gaan, voor zover de runderen bestemd zijn voor een lidstaat dan wel via het grondgebied van een lidstaat naar een derde land worden gebracht, vergezeld van een paspoort.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In Nederland gebrachte slachtrunderen, bestemd voor Nederland, worden:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Onverminderd artikel 1.1 wordt in dit hoofdstuk verstaan onder:

richtlijn 64/432/EEG:

richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121);

slachtvarkens:

varkens die kennelijk bestemd zijn om te worden geslacht;

fok- en gebruiksvarkens:

varkens, niet zijnde slachtvarkens, die kennelijk bestemd zijn voor de fokkerij, voor de vleesproductie of die bestemd zijn voor tentoonstellingen en manifestaties, culturele en sportieve manifestaties daarvan uitgezonderd;

beslag:

op een bedrijf als een afzonderlijke epidemiologische eenheid gehouden varken of groep varkens met dien verstande dat wanneer er meerdere beslagen op een bedrijf zijn elk beslag een afzonderlijke eenheid vormt met eenzelfde gezondheidsstatus;

handelaar:

natuurlijke of rechtspersoon die al dan niet rechtstreeks varkens voor handelsdoeleinden koopt en verkoopt, een regelmatige omzetsnelheid heeft en die de varkens uiterlijk 30 dagen na aankoop doorverkoopt of van de ene bedrijfsruimte naar de andere, waarvan hij geen eigenaar is, verplaatst en voldoet aan artikel 4.10;

varkensverzamelcentrum:

varkensverzamelcentrum dat op grond van artikel 21, eerste lid, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s erkend is.

De vervoerder van varkens voldoet aan artikel 12, eerste lid, onderdeel a, eerste gedachtestreepje, en derde lid, van richtlijn nr. 64/432/EEG.

Als bewijsstuk, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a, wordt met het oog op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van varkens, bestemd voor een lid-staat, vastgesteld het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 5, eerste lid, van richtlijn 64/432/EEG voor de desbetreffende soort varkens is voorgeschreven, met dien verstande dat ter zake van het gezondheidscertificaat voor fok- en gebruiksvarkens de verklaring in paragraaf V, onderdeel b, eerste gedachtenstreepje, van bijlage F, van richtlijn 64/432/EEG vervalt.

Op grond van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.5, is gebleken dat voldaan wordt aan:

Onverminderd artikel 4.3. is op grond van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.5, gebleken dat:

Vervallen

De varkens zijn geïdentificeerd en geregistreerd overeenkomstig het bij of krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren bepaalde.

Indien een partij is verzonden vanuit een lidstaat en bestemd is voor Nederland of een lidstaat, gaat zij vergezeld van het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 5, eerste lid, van richtlijn 64/432/EEG voor de desbetreffende soort varkens is voorgeschreven, met dien verstande dat, indien de partij bestemd is voor een Lid- Staat, in voorkomend geval, uit het gezondheidscertificaat blijkt dat voldaan wordt aan de met betrekking tot de in bijlage E (II) van richtlijn 64/432/EEG vermelde ziekten gestelde aanvullende garanties, bedoeld in artikel 9, tweede lid, en in artikel 10, tweede lid, van richtlijn 64/432/EEG.

Vervallen

In afwijking van artikel 41 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s en van artikel 2.26, eerste lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten stelt de aanbieder van varkens afkomstig uit een andere lidstaat de VWA uiterlijk 24 uur voorafgaande aan de aanvoer op het varkensverzamelcentrum schriftelijk in kennis van de aanvoer van die varkens onder vermelding van de aanvoerdatum, de categorie varkens, het aantal varkens en het bestemmingsadres van de varkens.

Vervallen

In Nederland gebrachte slachtvarkens, bestemd voor Nederland, worden rechtstreeks vervoerd naar en geslacht in een slachthuis.

Een handelaar wordt door de minister slechts erkend indien voldaan wordt aan artikel 13, eerste lid, onderdelen a en b van richtlijn 64/432/EEG.

Onverminderd artikel 1.1, wordt in dit hoofdstuk verstaan onder:

richtlijn 90/426/EEG:

richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen (PbEG L 224);

richtlijn 90/427/EEG:

richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 tot vaststelling van zoötechnische en genealogische voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in paardachtigen (PbEG L 224);

beschikking 93/623/EEG:

beschikking (EEG) nr. 93/623 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 oktober 1993 (PbEG 1993, L 298) tot vaststelling van het identificatiedocument (paspoort) dat geregistreerde paardachtigen moet vergezellen;

beschikking 2000/68/EG:

beschikking (EG) nr. 2000/68 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 december 1999 (PbEG 2000, L 23) houdende wijziging van Beschikking 93/623/EEG en tot vaststelling van de identificatievoorschriften voor als fok- en gebruiksdier gehouden paardachtigen;

identificatiedocument:

document als bedoeld in beschikking 93/623/EEG en beschikking 2000/68/EG ten behoeve van de identificatie van respectievelijk geregistreerde paarden en fok- en gebruikspaarden, dat is afgegeven door het bestuur van het Productschap Vee en Vlees op grond van artikel 6 van de Verordening identificatie en registratie paardachtigen (PVV) 2004.

Op grond van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.5, is gebleken dat:

Indien gebleken is dat slachtpaarden voldoen aan artikel 5.3 worden zij zonodig van een merk voorzien.

Geregistreerde paarden en fok- en gebruikspaarden zijn geïdentificeerd door middel van het identificatiedocument.

Vervallen

Vervallen

In Nederland gebrachte slachtpaarden, bestemd voor Nederland, worden rechtstreeks vervoerd naar en geslacht in een slachthuis.

Vervallen

Onverminderd artikel 1.1 wordt in dit hoofdstuk verstaan onder:

richtlijn 90/539/EEG:

richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 oktober 1990 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren (PbEG L 303);

dierenarts:

degene die krachtens de Wet op het wetenschappelijk onderwijs de hoedanigheid van dierenarts heeft verkregen;

bevoegde dierenarts:

dierenarts die door de Minister is belast met het uitvoeren van een aantal uit richtlijn 90/539/EEG voortvloeiende taken;

eendagskuikens:

pluimvee dat nog geen 72 uur oud is en dat, met uitzondering van muskuseenden (Cairina moschata) of kruisingen daarvan, nog niet is gevoerd;

fokpluimvee:

pluimvee van 72 uur en ouder, bestemd voor de produktie van broedeieren;

gebruikspluimvee:

pluimvee van 72 uur en ouder, bestemd om te worden opgefokt voor de produktie van vlees of van voor consumptie bestemde eieren of om in het wild te worden uitgezet;

slachtpluimvee:

pluimvee dat rechtstreeks naar het slachthuis wordt gevoerd om daar zo snel mogelijk, doch uiterlijk 72 uur na aankomst, te worden geslacht;

inrichting:

voorziening of deel van een voorziening die, onderscheidenlijk dat, zich:

beschikking 2003/644/EG:

beschikking (EG) nr. 2003/644 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 8 september 2003 (PbEU L 228) tot vaststelling van aanvullende garanties ten aanzien van Salmonellae voor de verzending naar Finland en Zweden van vermeerderingspluimvee en van voor vermeerderings- of voor gebruikskoppels bestemde eendagskuikens.

In afwijking van artikel 6.3, eerste lid, onderdelen b, c, e en f, is, indien het pluimvee betreft dat bestemd is om in het wild te worden uitgezet, op grond van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.5, gebleken dat voldaan wordt aan artikel 10bis van richtlijn 90/539/EEG en aan artikel 6.3, eerste lid, onderdelen g, h en i.

Indien een partij die is verzonden vanuit een lid-staat en bestemd is voor Nederland of een lid-staat, gaat zij vergezeld van het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 17 van richtlijn 90/539/EEG voor de desbetreffende soort pluimvee of broedeieren is voorgeschreven, met dien verstande dat, indien de partij bestemd is voor Zweden, in afwachting van de met betrekking tot infectieuze bronchitis gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van richtlijn 90/539/EEG en van de met betrekking tot infectieuze rhinotracheïtis van de kalkoen, swollen head-syndrome, infectieuze laryngotrageïtis (ILT), EDS 76 en vogelpokken gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van laatstgenoemde richtlijn, uit het gezondheidscertificaat blijkt dat wordt voldaan aan de voorschriften die Zweden stelt met betrekking tot genoemde ziekten.

Vervallen

In Nederland gebracht slachtpluimvee, bestemd voor Nederland, wordt zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen 72 uur na aankomst op een overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van van verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU L 139 en L 226) erkend slachthuis, zondagen en officieel erkende feestdagen niet meegerekend, geslacht.

Onverminderd artikel 1.1 wordt in dit hoofdstuk verstaan onder:

richtlijn 91/68/EEG:

richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in schapen en geiten (PbEG L 46);

slachtschapen en -geiten:

schapen en geiten, bestemd om hetzij rechtstreeks hetzij via een schapen- of geitenverzamelcentrum naar een slachthuis te worden geleid om daar te worden geslacht;

fokschapen en -geiten:

schapen en geiten, bestemd om rechtstreeks, voor fok- en gebruiksdoeleinden, naar de plaats van bestemming te worden vervoerd;

mestschapen en -geiten:

schapen en geiten, bestemd om rechtstreeks naar de plaats van bestemming te worden vervoerd, om te worden vetgemest voor de slacht;

schapenverzamelcentrum:

schapenverzamelcentrum dat op grond van artikel 2.63, vierde lid, is erkend;

geitenverzamelcentrum:

geitenverzamelcentrum dat op grond van artikel 2.63, vierde lid, is erkend;

handelaar:

natuurlijke of rechtspersoon die al dan niet rechtstreeks dieren koopt en verkoopt voor handelsdoeleinden, die een omzetsnelheid heeft en die de dieren uiterlijk 29 dagen na aankoop doorverkoopt of verplaatst van de ene bedrijfsruimte naar de andere of rechtstreeks naar een slachthuis waarvan hij geen eigenaar is en die voldoet aan artikel 7.9.

De vervoerder van schapen of geiten voldoet aan van artikel 8 quater, eerste lid, onderdeel a, eerste gedachtestreepje, en derde lid, van richtlijn nr. 91/68/EEG.

Als bewijsstuk, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a, wordt met het oog op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van een partij schapen of geiten, bestemd voor een lid-staat, vastgesteld het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 9 van richtlijn 91/68/EEG voor de desbetreffende soort schapen of geiten is voorgeschreven, met dien verstande dat voor het buiten Nederland brengen van een partij schapen of geiten, bestemd voor staten die partij zijn bij het EER-Verdrag, op vorenbedoeld gezondheidscertificaat niet behoeft te zijn aangegeven of de dieren afkomstig zijn uit of zijn aangekocht in derde landen.

Op grond van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.5, is gebleken dat voldaan wordt aan:

Onverminderd artikel 7.3 is op grond van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.5, gebleken dat:

De schapen of geiten behoeven niet in het kader van een programma tot uitroeiing van in bijlage B, rubriek I, van richtlijn 91/68/EEG genoemde ziekten te worden geruimd.

De schapen en geiten zijn geïdentificeerd en geregistreerd overeenkomstig het bij of krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren bepaalde.

Vervallen

Indien een partij is verzonden vanuit een lid-staat en bestemd is voor Nederland of een lid-staat, gaat zij vergezeld van het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 9 van richtlijn 91/68/EEG voor de desbetreffende soort schapen of geiten is voorgeschreven, met dien verstande dat:

Indien een partij schapen of geiten is bestemd voor Nederland of voor een lidstaat komt de partij tot de plaats van bestemming, respectievelijk tot de plaats waar de partij buiten Nederland wordt gebracht, geen enkel moment in aanraking met andere evenhoevige dieren die niet over dezelfde gezondheidsstatus beschikken.

Een vervoerder van een partij schapen of geiten voldoet aan artikel 8 quater, eerste tot en met vierde lid, van richtlijn 91/68/EEG.

Onverminderd artikel 1.1 wordt, voor zover niet uitdrukkelijk anders is bepaald, in dit hoofdstuk verstaan onder:

Als bewijsstuk, bedoeld in artikel 2.4, onderdeel a, wordt met het oog op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van apen, hoefdieren, bijen, honden, katten, fretten en lagomorfen bestemd voor een lid-staat vastgesteld:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Uit een derde land afkomstige, in Nederland gebrachte en voor Nederland bestemde slurfdieren of evenhoevigen, niet zijnde runderen, varkens, schapen of geiten, worden, voor zover zij kennelijk bestemd zijn om te worden geslacht, rechtstreeks vervoerd naar het slachthuis van bestemming, waar zij binnen vijf werkdagen worden geslacht.

Indien de vogels, nertsen, vossen, lagomorfen die zijn bestemd voor Nederland of een lid-staat, die geen gezondheidscertificaat als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van richtlijn 92/65/EEG eist dan wel de dieren, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 92/65/EEG zijn verzonden vanuit een derde land en via het grondgebied van een lid-staat in Nederland worden gebracht, gaan zij vergezeld van de documenten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, eerste en tweede gedachtenstreepje, van richtlijn 91/496/EEG.

Indien honden, katten of fretten zonder handelsoogmerk anders dan in doorvoer buiten Nederland of in Nederland worden gebracht voldoen zij, voor zover van toepassing, aan:

De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, artikel 6, eerste en tweede lid, tweede gedachtestreepje, en artikel 14 van verordening (EG) 998/2003.

Honden, katten en fretten die zonder handelsoogmerk, anders dan in doorvoer in Nederland worden gebracht, worden binnengebracht via een inspectiepost of een douanekantoor als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene douaneregeling.

Ten aanzien van het buiten Nederland brengen van circusdieren, bestemd voor een lidstaat, en het vanuit een lidstaat binnen Nederland brengen van circusdieren, gelden in voorkomend geval de regels, gesteld bij krachtens artikel 23 van richtlijn 92/65/EEG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregelen.

Onverminderd artikel 1.1. wordt in dit hoofdstuk verstaan onder:

richtlijn 88/407/EEG:

richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1988 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van runderen en de invoer daarvan (PbEG L 194);

richtlijn 90/429/EEG:

richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van varkens en de invoer daarvan (PbEG L 224);

richtlijn nr. 2003/43/EG:

richtlijn nr. 2003/43/EG van de Raad van de Europese Unie van 26 mei 2003 houdende wijziging van richtlijn 88/407/EEG tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in diepgevroren sperma van runderen en de invoer daarvan (PbEU L143);

rundersperma:

bewerkt of verdund ejaculaat van als landbouw-huisdier gehouden runderen dat, voor zover afkomstig uit lid-staten, na 31 december 1989 aldaar is verkregen en behandeld;

varkenssperma:

onbewerkt, bewerkt of verdund ejaculaat van als landbouwhuisdier gehouden varkens dat, voor zover afkomstig uit lid-staten, na 30 december 1991 is verkregen en behandeld;

sperma van schapen, geiten of paardachtigen:

onbewerkt, bewerkt of verdund ejaculaat van als huisdier gehouden schapen, geiten of paardachtigen;

instelling, instituut of centrum:

instelling, instituut of centrum als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van richtlijn 92/65/EEG;

runderspermaopslagcentrum:

inrichting waar rundersperma wordt opgeslagen dat bestemd is voor kunstmatige inseminatie.

Als bewijsstuk, bedoeld in artikel 2.4, onderdeel a, wordt met het oog op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van een partij sperma, bestemd voor een lid-staat, vastgesteld:

Op grond van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.5, is gebleken dat voldaan wordt aan:

Onverminderd artikel 9.3 is op grond van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.5, gebleken dat:

Sperma van schapen, geiten of paardachtigen als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 92/65/EEG:

Onverminderd artikel 1.1. wordt in dit hoofdstuk verstaan onder:

richtlijn 89/556/EEG:

richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 september 1989 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in embryo's van als huisdier gehouden runderen en de invoer daarvan uit derde landen (PbEG L 302);

runderembryo:

eerste ontwikkelingsstadium van een als huisdier gehouden rund, dat geschikt is voor transplantatie naar een ontvangerdier, dat niet is verkregen door transfer van celkernen en dat, voor-zover afkomstig uit lid-staten na 31 december 1990 is verzameld, behandeld en opgeslagen;

embryo van varkens, schapen, geiten of paardachtigen:

eerste ontwikkelingsstadium van als huisdier gehouden varkens, schapen, geiten of paardachtigen, dat geschikt is voor transplantatie naar een ontvangerdier en dat niet is verkregen door transfer van celkernen;

teamdierenarts:

dierenarts die overeenkomstig bijlage A van richtlijn 89/556/EEG verantwoordelijk is voor het toezicht op een runderembryoteam;

runderembryoteam:

overeenkomstig artikel 10.9 erkende groep technici of organisatievorm onder toezicht van een teamdierenarts, bevoegd om runderembryo's te verzamelen, te behandelen of op te slaan;

runderembryo-produktieteam:

runderembryoteam, erkend overeenkomstig artikel 10.9 voor de bevruchting in vitro;

embryoteam:

overeenkomstig artikel 10.11 erkende groep technici of organisatievorm, bevoegd om embryo's van schapen, geiten, varkens of paardachtigen te verzamelen, te behandelen of op te slaan;

instelling, instituut of centrum:

instelling, instituut of centrum als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van richtlijn 92/65/EEG.

Als bewijsstuk, bedoeld in artikel 2.4, onderdeel a, wordt met het oog op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van een partij embryo's, bestemd voor een lid-staat, vastgesteld:

Op grond van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.5, is gebleken dat, indien het een partij runderembryo's betreft:

Embryo's van varkens, schapen, geiten of paardachtigen als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 92/65/EEG:

Een embryoteam wordt door de minister voor de toepassing van deze regeling erkend, indien:

Onverminderd artikel 1.1. wordt in dit hoofdstuk verstaan onder:

erkend team:

overeenkomstig artikel 10.11 erkende groep technici of organisatievorm, bevoegd om eicellen te verzamelen, te behandelen of op te slaan;

instelling, instituut of centrum:

instelling, instituut of centrum als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van richtlijn 92/65/EEG.

Als bewijsstuk, bedoeld in artikel 2.4, onderdeel a, wordt met het oog op het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van een partij eicellen, bestemd voor een lid-staat, vastgesteld het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 11, derde lid, derde gedachtenstreepje, van richtlijn 92/65/EEG is voorgeschreven indien het eicellen van schapen, geiten, varkens en paardachtigen betreft.

Op grond van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.5, is gebleken dat:

Indien een partij die is verzonden vanuit een lid-staat en bestemd is voor Nederland of een lid-staat, gaat zij vergezeld van het gezondheidscertificaat dat op grond van artikel 11, derde lid, derde gedachtenstreepje, van richtlijn 92/65 is voorgeschreven indien het eicellen van schapen, geiten, varkens en paardachtigen betreft.

Eicellen als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 92/65/EEG:

In dit hoofdstuk wordt onder communautaire vrijwaringsmaatregel verstaan verordening, richtlijn of beschikking als bedoeld in artikel 249 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vastgesteld krachtens artikel 18 van richtlijn nr. 91/496/EEG, artikel 22 van richtlijn nr. 97/78/EG of artikel 18, tweede alinea, van verordening (EG) nr. 998/2003.

Het is verboden dieren, broedeieren, sperma, embryo’s en eicellen vanuit een derde land, of een deel daarvan, in Nederland te brengen ingeval op grond van een communautaire vrijwaringsmaatregel voor lidstaten een verplichting geldt om:

Een communautaire vrijwaringsmaatregel, of een wijziging daarvan, treedt voor de toepassing van deze regeling in werking met ingang van de dag waarop daaraan uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven, of bij gebreke daarvan, de dag waarop de maatregel is vastgesteld.

De Regeling in- en doorvoer vee, veeproducten e.d., de Regeling doorvoer vee 1992, de Regeling wederinvoer vee 1992, de Regeling invoer vee 1992, de Regeling in- en doorvoer sperma van runderen 1992, de Regeling in- en doorvoer embryo's van runderen 1993, de Regeling in- en doorvoer sperma van varkens 1993, de Regeling in- en doorvoer papagaaien en papagaaiachtigen 1977, de Regeling invoer levende en dode vossen, de Regeling in en doorvoer levende konijnen 1984, de Regeling in- en doorvoer nertsen 1977, de Regeling in- en doorvoer honden en katten, de Regeling in-, uit- en doorvoer circusdieren 1971, de Regeling in-, door- en vervoer pluimvee, vogels en broedeieren 1992, de Regeling in- en doorvoer levende dieren en producten 1993, de Regeling uitvoer vee 1974, de Beschikking vervoer sperma van runderen, de Beschikking vervoer diepgevroren sperma van runderen, de Beschikking vervoer embryo's van runderen, de Beschikking vervoer sperma van varkens, de Regeling vervoer levende dieren en producten 1993, en de Beschikking vervoer pluimvee en broedeieren, de Beschikking vervoer geregistreerde paardachtigen en de Regeling voorschriften slachtkalveren worden ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling handel levende dieren en levende producten.

Deze regeling wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.