Ministeriële regeling · BWBR0007061
Regeling indeling politieambtenaren Korps rijkspolitie bij de politieregio Utrecht
Gelet op artikel 3, eerste, derde en vierde lid respectievelijk artikel 5, tweede lid van het Besluit sociaal beleidskader reorganisatie politiebestel;
Besluit:
's-Gravenhage6 december 1994 De Minister voornoemd, Namens de Minister, De wnd. Directeur-Generaal Politie en Criminaliteitsbestrijding, H.A. vanBrummenIn deze regeling wordt verstaan onder:
a.Besluit sociaal beleidskader:het Besluit van 28 juli 1992, zoals vastgesteld op basis van de Wet tijdelijke voorzieningen reorganisatie politiebestel;
b.Executieve ambtenaren afkomstig van het Korps rijkspolitie:diegenen die werkzaam zijn bij het Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie en die tussen de verzelfstandiging van dit instituut per 1 juli 1992 en een datum voor 1 april 1994 niet langer bij een dienstonderdeel van dit Korps waren geplaatst.
De executieve ambtenaren van het Korps rijkspolitie worden ingedeeld bij het regiopolitiekorps Utrecht, voor zover niet reeds daar aangesteld en voorzover niet het dienstverband reeds om andere reden dan de reorganisatie politie is beëindigd.
Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling indeling politieambtenaren Korps rijkspolitie bij de politieregio Utrecht’.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1994.