Ministeriële regeling · BWBR0007096
Regeling slepen
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;
Gelet op artikel 14, tweede lid van het Luchtverkeersreglement;
Besluit:
's-Gravenhage13 december 1994 De Minister van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-LebbinkIn deze regeling wordt mede verstaan onder:
a.sleep:een door een luchtvaartuig d.m.v. een sleepkabel voortgetrokken sleepnet, doel voor richt- en schietoefeningen of een zweefvliegtuig;
b.sleepkabel:het geheel van onderdelen dat de verbinding vormt tussen het luchtvaartuig en de sleep.
Voor vluchten waarbij een zweefvliegtuig of een sleepnet wordt gesleept, of waarbij voor militaire doeleinden wordt gesleept, gelden de volgende regels:
- a.
de vlucht wordt uitgevoerd als VFR-vlucht;
- b.
boven Nederlands grondgebied tot 200 m buiten de kustlijn bedraagt de minimum vlieghoogte 425 m boven de grond of het water;
- c.
de sleep en de sleepkabel worden zodanig ontkoppeld dat het luchtverkeer en personen of zaken op het aardoppervlak niet in gevaar worden gebracht.
De regeling van de Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst van 27 oktober 1982, nr LVB/L 25429, Stcrt 1982, 231 wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1995.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling slepen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.