Ministeriële regeling · BWBR0007100
Regeling rijonderricht motorrijtuigen
Gelet op de artikelen 2, 3, 7, 8, 9, 12, 27 en 29 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 en artikel 5 van het Besluit rijonderricht motorrijtuigen;
Besluit:
's-Gravenhage14 december 1994De minister van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-LebbinkIn deze regeling wordt verstaan onder:
wet:Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993;
besluit:Besluit rijonderricht motorrijtuigen;
certificaat rijinstructeur:het certificaat bedoeld in artikel 7 van de wet;
certificaat bijscholingsdocent:het certificaat bedoeld in artikel 16 van de wet;
instructeursbewijs:instructeursbewijs afgegeven krachtens artikel 3 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen (Stb. 1974, 346).
Als instituut bedoeld in artikel 2 van de wet wordt aangewezen het Examencentrum van de Stichting VAM gevestigd te Nieuwegein eveneens bekend als INNOVAM Examencentrum.
De examens voor rijinstructeurs voor de categorieën A, B, C en D als bedoeld in artikel 2 van de wet bestaan uit twee gescheiden delen die elk afzonderlijk worden beoordeeld.
Met inachtneming van artikel 7 van het besluit omvat het eerste examendeel de volgende onderdelen:
IA
algemene kennis van wetten en regels*;
kennis van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990*;
veiligheid*;
verkeerstheorie*;
relatie tot ander verkeer*;
mobiliteit, doorstroming en milieuaspecten*;
techniek en onderhoud van motorvoertuigen*;
IB
theorie bij het geven van instructie en het begeleiden van leerlingen*;
verschillen tussen leerlingen*;
beoordeling van leerlingen*;
onderwijskundige hulpmiddelen*;
IC
verkeersinzicht (aan de hand van voorgelegde verkeerssituaties)*;
praktijk in voertuigbeheersing en gedrag in het verkeer met een voertuig van de betrokken categorie (rijproef).
Met inachtneming van artikel 7 van het besluit omvat het eerste examendeel voor rijinstructeurs voor de categorieën C en D het onderdeel kennis van de regelgeving inzake vakbekwaamheid van bestuurders*.
Met inachtneming van artikel 7 van het besluit omvat het tweede examendeel de volgende examenonderdelen:
IIA
het geven van een theorieles in groepsverband;
IIB
het geven van een praktijkles in een lesauto.
De in artikel 3:1 met * gemerkte examenonderdelen worden schriftelijk afgenomen met behulp van een meer-antwoorden-keuze toets.
De overige examenonderdelen worden mondeling (practisch) afgenomen op de wijze als omschreven in het examenreglement.
De examens voor rijinstructeurs voor de categorie E bij B, E bij D en E bij C bestaan uit de volgende examenonderdelen:
- I.
voertuig/verkeersbeheersing;
- II.
het geven van een praktijkles in een lesauto.
Beide onderdelen worden mondeling(practisch) afgenomen op de wijze als omschreven in het examenreglement.
Het examen voor bromfietsinstructeurs omvat dezelfde examenonderdelen als die, opgesomd in artikel 3:1, met uitzondering van verkeersinzicht (aan de hand van voorgelegde verkeerssituaties), praktijk in voertuigbeheersing en gedrag in het verkeer (rijproef) alsmede het geven van een praktijkles in een lesauto.
Bij de examens kunnen examenonderdelen samengevoegd worden.
De aanvrager van het tweede deel van een examen aan wie niet eerder een instructeursbewijs of een certificaat rijinstructeur is afgegeven, dient bij de aanvraag in het bezit te zijn van een van de volgende documenten:
een geldig certificaat EMS risico EHBO kernvaardigheden; of
een geldig certificaat ZVE-opleidingen module verkeer; of
een geldig certificaat Eerste Hulp voor rij-instructeurs Rij-instructeursopleiding Nieuwegein; of
een geldig certificaat Eerste hulp voor rijinstructeurs (EHRI), of
een geldig certificaat Eerste Hulp voor rij-instructeurs MOOA.
De aanvrager van het tweede deel van een examen voor de categorie A, B, C en D dient bij die aanvraag in het bezit te zijn van een aan hem door een trainingsinstituut voor de beheersing van noodmanoeuvres verstrekt certificaat ‘noodmanoeuvres’ dat niet ouder is dan een jaar.
Met inachtneming van artikel 8 van het besluit omvat de toets de volgende onderdelen:
- I.
Inhoudsdeskundigheid
algemene kennis van wetten en regels
maatschappelijke criteria
verkeerstheorie
- II.
Onderwijsdeskundigheid
theorie bij het geven van instructie en het begeleiden van leerlingen
De toets wordt schriftelijk afgenomen.
Het toezicht zal in het algemeen steekproefsgewijs worden verricht.
De rijksgecommitteerden zijn bevoegd alle gebeurtenissen en beraadslagingen met betrekking tot de examens en de toets bij te wonen en kennis te nemen van alle daarop betrekking hebbende stukken.
De rijksgecommitteerden brengen telkenmale onverwijld van het door hen verrichte toezicht rapport uit aan de minister.
De commissie van beroep doet de minister een voorstel voor een reglement van orde. Het secretariaat wordt gevoerd door een door de minister aangewezen ambtenaar.
Als diploma van een militaire rijinstructeur als bedoeld in artikel 8 van de wet wordt aangewezen het Diploma militair rijinstructeur.
Als diploma van een politie rijinstructeur als bedoeld in artikel 8 van de wet wordt aan gewezen het Diploma voor het examen Politie Rij-instructeur van het Politie Verkeersinstituut te Apeldoorn.
Als diploma van een politierij-instructeur bedoeld in artikel 8 van de wet wordt aangewezen het Diploma Hulpinstructeur Politierijopleidingen van het Politie Verkeersinstituut te Apeldoorn.
Het certificaat rijinstructeur en het bewijs van ontheffing bedoeld in artikel 5, tweede lid van het besluit zijn overeenkomstig de modellen in de bijlage van deze regeling.
De certificaten bijscholing ten behoeve van respectievelijk de Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer, de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer en de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer zijn overeenkomstig het model in de bijlage bij deze regeling.
Een ontheffing als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het besluit, wordt verstrekt aan degene die met goed gevolg het eerste deel van het examen heeft afgelegd.
Van de ontheffing mag uitsluitend gebruik worden gemaakt, wanneer het gegeven rijonderricht geschiedt in aanwezigheid en onder supervisie van een rijinstructeur die beschikt over een voor dat rijonderricht geldig certificaat rijinstructeur of instructeursbewijs.
De tarieven voor de verschillende onderdelen van de examens en de herexamens voor rij-instructeurs bedragen:
Deel I | Tarief |
examenonderdeel I A: | € 120,08 |
inhoudsdeskundigheid | |
examenonderdeel I B: | € 120,08 |
onderwijsdeskundigheid | |
examenonderdeel I C: | € 291,60 |
verkeersinzicht en rijproef | |
Examenonderdeel I C: | € 215,00 |
bijzondere verrichtingen | |
herexamen IC: | € 90,66 |
verkeersinzicht | |
herexamen IC: | € 215,64 |
rijproef |
Deel II | Tarief |
examenonderdeel II A | € 242,59 |
theoretische les | |
examenonderdeel II B | € 215,64 |
voor categorie B | |
praktische les | |
(60 minuten) | |
Examenonderdeel II B | € 291,60 |
voor andere categorieën | |
dan II B: Praktische les | |
(90 minuten) |
Het tarief voor het examen voor bijscholingsdocent bedraagt € 401,87.
Het tarief voor de applicatietoets bedraagt:
tarief | |
gehele toets | € 120,08 |
onderdeel inhoudsdeskundigheid | € 60,04 |
(herexamen) | |
onderdeel onderwijsdeskundigheid | € 60,04 |
(herexamen) |
In geval van verhindering wegens ziekte van de kandidaat zal het examengeld worden gereserveerd voor een volgend examen dan wel worden terugbetaald, mits bij een verzoek daartoe een verklaring van een arts is gevoegd waarin van de ziekte blijkt.
Het instituut is bevoegd ook in andere gevallen van verhindering of in geval van annulering het betaalde examengeld geheel of gedeeltelijk terug te betalen.
Voor het verstrekken van een ontheffing als bedoeld in artikel 5 van het besluit wordt geen tarief in rekening gebracht.
Het bedrag dat verschuldigd is bij het verzoek om behandeling van een beroep door de commissie van beroep luidt € 34,03.
Dit bedrag dient bij elk beroep dat ingesteld wordt te worden betaald.
Indien naar het oordeel van de commissie sprake is van een ander geval dan een van die genoemd in artikel 3, derde lid, onderdelen a en b, van de wet, wordt het bedrag onverwijld terugbetaald.
Het tarief voor de afgifte van een certificaat rijinstructeur of certificaat bijscholingsdocent bedraagt € 16,66.
Het tarief voor het vervangen van een certificaat rijinstructeur of bijscholingsdocent bedraagt € 16,66.
Vervallen
De instructeursbewijzen bedoeld in artikel 27, tweede lid van de wet behouden hun geldigheid tot de datum vermeld in het volgende opsomming:
- a.
instructeursbewijzen met een afgiftedatum gelegen vóór 1990:
maand van afgifte juli: 1 augustus 1997
maand van afgifte augustus: 1 september 1997
maand van afgifte september: 1 oktober 1997
maand van afgifte oktober: 1 november 1997
maand van afgifte november: 1 december 1997
maand van afgifte december: 1 januari 1998
maand van afgifte januari: 1 februari 1998
maand van afgifte februari: 1 maart 1998
maand van afgifte maart: 1 april 1998
maand van afgifte april: 1 mei 1998
maand van afgifte mei: 1 juni 1998
maand van afgifte juni: 1 juli 1998
- b.
instructeursbewijzen met een afgiftedatum gelegen na 1989:
maand van afgifte juli: 1 augustus 1998
maand van afgifte augustus: 1 september 1998
maand van afgifte september: 1 oktober 1998
maand van afgifte oktober: 1 november 1998
maand van afgifte november: 1 december 1998
maand van afgifte december: 1 januari 1999
maand van afgifte januari: 1 februari 1999
maand van afgifte februari: 1 maart 1999
maand van afgifte maart: 1 april 1999
maand van afgifte april: 1 mei 1999
maand van afgifte mei: 1 juni 1999
maand van afgifte juni: 1 juli 1999
In afwijking van het bepaalde in artikel 11:1 wordt de geldigheid van het instructeursbewijs van degene die de door het instituut afgenomen toets niet heeft afgelegd met goed gevolg, eenmalig verlengd met een periode van zes maanden, mits deze toets is afgelegd vóór de op hem van toepassing zijnde in dat artikel genoemde datum.
De mogelijkheid tot het afleggen van een toets als bedoeld in artikel 9, tweede lid onder b van de wet vangt aan in de eerste of tweede week van mei 1997 en zal tenminste maandelijks worden herhaald.
De gehoudenheid bedoeld in artikel 29 van de wet vangt aan twee maanden voor de datum genoemd in de opsomming gegeven in artikel 11:1.
Het instituut kan zonodig in afwijking van de artikelen 11:1 en 11:2 de geldigheidsduur van het instructeursbewijs van een houder verlengen indien deze aantoont dat hij wegens ziekte verhinderd is geweest de toets waarvoor hij zich had opgegeven, af te leggen.
Een dergelijke verlenging kan zich niet verder uitstrekken dan tot 1 januari 2000.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1995.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rijonderricht motorrijtuigen. Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Model 1A Certificaat voor het geven van rijonderricht (afgegeven tot 1 november 1999)
Model 1B Certificaat voor het geven van rijonderricht (afgegeven m.i.v. 1 november 1999)
Model 2A Certificaat voor het geven van bijscholing (afgegeven tot 1 november 1999)
Model 2B Certificaat voor het geven van bijscholing (afgegeven m.i.v. 1 november 1999)
Model 2C certificaat Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer
Dit certificaat is geldig voor het geven van bijscholing in het kader van de Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer | Certificaat voor het geven van bijscholing als bedoeld in artikel 16 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 |
Certificaatnummer | |
Certificaat Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer | |
Afgegeven aan: | |
Naam: | INNOVAM |
Voornamen: | branche certificatie-instituut |
Geboorteplaats: | |
Geboortedatum: | |
Certificaatnummer: | |
Afgegeven op: | |
Handtekening | |
Houd(st)er: |
Model 2D certificaat Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer
Dit certificaat is geldig voor het geven van bijscholing in het kader van de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer | Certificaat voor het geven van bijscholing als bedoeld in artikel 16 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 |
Certificaatnummer | |
Certificaat Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer | |
Afgegeven aan: | |
Naam: | INNOVAM |
Voornamen: | branche certificatie-instituut |
Geboorteplaats: | |
Geboortedatum: | |
Certificaatnummer: | |
Afgegeven op: | |
Handtekening | |
Houd(st)er: |
Model 3A Bewijs van ontheffing (afgegeven tot 1 november 1999)
Model 3B Bewijs van ontheffing (afgegeven tot 1 februari 2004)
Beide formulieren worden na te zijn ingevuld in de breedte omgevouwen en aan beide zijden gelamineerd.
Model 3C Bewijs van ontheffing (afgegeven m.i.v. 1 februari 2004)
Lijntekening hologram