U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2004.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 23 december 1994, houdende vaststelling van de Wet belastingen op milieugrondslagWet belastingen op milieugrondslagWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is belastingen op grondwater, afvalstoffen en uranium-235 in te stellen en deze te zamen met de in de Wet milieubeheer opgenomen verbruiksbelastingen van brandstoffen te vervatten in één wet belastingen op milieugrondslag;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage23 december 1994BeatrixDe Minister van Financiën,G. ZalmDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,M. de BoerDe Staatssecretaris van Financiën,W. A. F. G. Vermeendde negenentwintigste december 1994De Minister van Justitie,W. Sorgdrager

Krachtens deze wet worden de volgende belastingen geheven:

Onder de naam grondwaterbelasting wordt een belasting geheven ter zake van het onttrekken van grondwater.

De belasting wordt geheven van de houder van een inrichting.

De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip van onttrekking.

Vrijgesteld zijn de volgende onttrekkingen van grondwater:

De in artikel 6, tweede lid, bedoelde vermindering bedraagt per kubieke meter geïnfiltreerd water € 0,1495.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Onder de naam belasting op leidingwater wordt een belasting geheven op leidingwater.

De belasting wordt geheven van degene die de levering verricht.

Het tarief bedraagt € 0,144 per kubieke meter.

De belasting wordt geheven van de houder van een inrichting.

De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop:

Vervallen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De belasting wordt geheven van degene die de kolen aflevert of gebruikt.

De belasting wordt geheven per eenheid brandstof, uitgedrukt in kilogram.

De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de aflevering of het gebruik van de kolen plaatsvindt.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Als uitslag wordt mede aangemerkt het gebruik van halfzware olie, gasolie en vloeibaar gemaakt petroleumgas bestemd voor het aandrijven van motorrijtuigen op de weg of van pleziervaartuigen, voor andere doeleinden dan voor het aandrijven van motorrijtuigen op de weg of van pleziervaartuigen.

In afwijking van artikel 36e, eerste lid, wordt de belasting bij toepassing van artikel 36d geheven van degene die de halfzware olie, de gasolie of het vloeibaar gemaakt petroleumgas gebruikt.

De belasting wordt voor halfzware olie, gasolie, vloeibaar gemaakt petroleumgas en aardgas geheven per eenheid brandstof, uitgedrukt in L, kilogram of m3, en voor elektriciteit en overige gassen per eenheid energie-inhoud, uitgedrukt in kWh onderscheidenlijk gigajoule.

Vervallen

Vervallen

Bij of krachtens op voordracht van Onze Minister, mede namens Onze Minister van Economische Zaken, Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt voorzien in een regeling op grond waarvan, onder daarbij te stellen voorwaarden, vrijstelling van de belasting wordt verleend ter zake van de levering van zakelijk verbruikte elektriciteit bij een verbruik boven de 10 000 000 kWh per verbruiksperiode van 12 maanden per aansluiting, voor het gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksperiode van 12 maanden per aansluiting dat hoger is dan 10 000 000 kWh, indien de verbruiker in het kader van met Onze Minister van Economische Zaken, Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer of Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gemaakte afspraken verplichtingen op zich heeft genomen ter verbetering van de energie-efficiëntie.

Vervallen

Onze Ministers zenden binnen twee en een half jaar na de inwerkingtreding van de bepalingen inzake de grondwaterbelasting en de afvalstoffenbelasting aan de Staten-Generaal een verslag over de uitvoerbaarheid van deze bepalingen alsmede over de mogelijk in de praktijk gebleken negatieve milieu-effecten en economische problemen.

Onze Minister zendt in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer uiterlijk 1 juli 2002 aan de Staten-Generaal een verslag over de uitvoering en de werking van artikel 36p alsmede over de wenselijkheid van handhaving van de desbetreffende regeling.

De inwerkingtreding van deze wet wordt bij wet geregeld.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet belastingen op milieugrondslag.