Wet · BWBR0007286
Wet voorkoming misbruik chemicaliën
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ter uitvoering van richtlijn 92/109/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 december 1992 inzake de vervaardiging en het in de handel brengen van bepaalde stoffen die worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen (PbEG L 370) en in verband met de uitvoering van verordening (EEG) nr. 3677/90 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 december 1990, houdende maatregelen om te voorkomen dat bepaalde stoffen worden misbruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen (PbEG L 357) noodzakelijk is bij de wet regelen te stellen ten aanzien van de vervaardiging en het in de handel brengen van bepaalde chemicaliën alsmede ten aanzien van de op het terrein van in-, uit- en doorvoer te verlenen vergunningen en de sanctionering van de overtreding van de bepalingen van de verordening;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage16 maart 1995BeatrixDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,E. Borst-EilersDe Staatssecretaris van Economische Zaken,A. van Dok-Van Weelede zestiende mei 1995De Minister van Justitie,W. SorgdragerIn deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a.
Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
- b.
Verordening nr. 273/2004: verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren (PbEU L 47);
- c.
Verordening nr. 111/2005: verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad van 22 december 2004 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren (PbEU L 22);
- d.
Verordening nr. 3677/90: verordening nr. 3677/90 (EEG) van de Raad van 13 december 1990 houdende maatregelen om te voorkomen dat bepaalde stoffen worden misbruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen (PbEG L 357);
- e.
Uitvoeringsverordening: verordening (EG) nr. 1277/2005 van de Commissie van 27 juli 2005 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake drugsprecursoren en van Verordening nr. 111/2005 van de Raad houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren (PbEU L 202).
Het is verboden te handelen in strijd met voorschriften gesteld bij of krachtens:
- a.
de artikelen 3, tweede en derde lid, en 8 van Verordening nr. 273/2004, de artikelen 6, eerste lid, 8, eerste lid, 9, 12, eerste lid, en 20 van Verordening nr. 111/2005.
- b.
artikel 7, eerste lid, van Verordening nr. 111/2005 en artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsverordening;
- c.
de artikelen 3, eerste en zesde lid, 4, 5 en 7 van Verordening nr. 273/2004 en de artikelen 3, 4, 5, 14, tweede lid, en 22 van Verordening nr. 111/2005 en de artikelen 3, 10, tweede, derde en vierde lid, en 27 van de Uitvoeringsverordening.
De beslissing op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in Verordening nr. 273/2004 en Verordening nr. 111/2005 geschiedt door Onze Minister.
Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de speciale vergunning en registratie als bedoeld in artikel 3, tweede en zesde lid, van Verordening nr. 273/2004.
Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor de behandeling van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid een kostendekkende vergoeding is verschuldigd. De hoogte van deze vergoeding kan per categorie van vergunningen of precursoren verschillend worden vastgesteld.
Indien er een redelijk vermoeden bestaat dat geregistreerde stoffen bestemd zijn voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen, verbiedt Onze Minister het binnen of buiten het grondgebied van de Gemeenschap brengen van deze stoffen.
Het is verboden te handelen in strijd met een verbod als bedoeld in het eerste lid.
Onze Minister kan een verbod als bedoeld in het eerste lid opheffen.
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast:
- a.
de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane;
- b.
de buitengewone opsporingsambtenaren van de Belastingdienst / Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst – Economische controledienst van het Ministerie van Financiën;
- c.
de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Op de in het eerste lid, onder a, bedoelde ambtenaren zijn de hoofdstukken 2 en 3 van de Douanewet van overeenkomstige toepassing met uitzondering van artikel 10 van hoofdstuk 2.
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Vervallen
Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet voorkoming misbruik chemicaliën.