Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 25 maart 1995, houdende wijziging van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (invoering gewijzigde rechtspositieregeling vormingswerk en landbouwpraktijkonderwijs, aanpassing in verband met decentralisatie arbeidsvoorwaarden HBO, doorwerking Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen (TBA), invoering eindejaarsuitkering voor het onderwijsondersteunend personeel, verlenging overgangsuitkering WW-bodem en diverse wijzigingen in diverse hoofdstukken), van het Rechtspositiereglement academische ziekenhuizen, van het Kaderbesluit rechtspositie HBO (doorwerking TBA), toekenning van een eenmalige uitkering in verband met algemene salarismaatregelen in 1992, toekenning van een eenmalige uitkering als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet stelselwijziging ziektekostenverzekering tweede fase, van het Bezoldigingsbesluit wetenschappelijk onderwijs, van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, van het Rechtspositiereglement Wetenschappelijk Onderwijs en vaststelling van de Seniorenbeleid Onderwijspersoneelregeling (SOP-regeling-HO)Wijzigingsbesluit Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (6)Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van 29 juli 1994, nr. 94028789, directie Arbeidsvoorwaarden en Beroepskwaliteit;

Gelet op de artikelen 20, tweede lid, en 32 van de Wet op het basisonderwijs;

de artikelen 28, tweede lid, en 42 van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;

de artikelen 38, 39, tweede lid, 53 en 61 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

artikel 4.5 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, artikel 14, eerste lid, van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, artikel 125 van de Ambtenarenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 7 december 1994, No. W05.940494);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 20 maart 1995, nr. 95005771, directie Arbeidsvoorwaarden en Beroepskwaliteit; uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage25 maart 1995BeatrixDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen a.i.,E. Borst-EilersDe Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij a.i.,W. Kokde eenendertigste maart 1995De Minister van Justitie,W. Sorgdrager

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 1.

In dit artikel wordt verstaan onder:

Artikel 2.

De betrokkene, bedoeld in artikel 1, onder a, wordt voor de toepassing van dit besluit niet als betrokkene aangemerkt voor de tijd dat hij ingevolge een wettelijke verplichting als militair in werkelijke dienst is voor eerst oefening en in verband daarmee de aan zijn functie verbonden bezoldiging geniet tot een bedrag, dat gelijk is aan het bedrag van het op hem te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage.

Artikel 3.

Artikel 4.

Hij die na zijn ontslag uit hoofde van ziekte aan hoofdstuk 5 van het Rechtspositiereglement academische ziekenhuizen, dan wel aan daarmede overeenkomende voorzieningen in andere rechtspositieregelingen, aanspraak kan ontlenen op bezoldiging of loon, wordt voor de toepassing van dit artikel behandeld alsof hij in dienst is gebleven.

Artikel 5.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

De Seniorenbeleid Onderwijspersoneel regeling wordt als volgt vastgesteld:

Artikel 1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2.

Artikel 3.

Bij vermindering van de werktijd als bedoeld in artikel 2, wordt op het salaris van het personeelslid in de in artikel 2, eerste lid, onder a, b of c, genoemde gevallen een inhouding toegepast ter grootte van: onder a. 5%, onderscheidenlijk 10% van het salaris dat voor hem zou gelden zonder werktijdvermindering op grond van dat artikel;

onder b. 25% van het salaris dat voor hem zou gelden zonder werktijdvermindering op grond van dat artikel;

onder c. 10% van het salaris dat voor hem zou gelden zonder werktijdvermindering op grond van dat artikel.

Artikel 4.

Over de verrekening van extra inkomsten uit arbeid of bedrijf met het salaris van het personeelslid zijn de artikelen 7 en 8 van de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uitt reden van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verrekening van de extra inkomsten niet kan leiden tot een lager bedrag dan het personeelslid zou verdienen, indien hij in deeltijd werkzaam zou zijn in een betrekking met een gelijke omvang.

Artikel 5.

Artikel 6.

Artikel 7.

Deze regeling kan worden aangehaald als Seniorenbeleid Onderwijspersoneel regeling (SOP-regeling-HO).

Artikel 8.

Voor de gewezen betrokkene, bedoeld in artikel I-E19 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneelen artikel 39 van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel van wie het invaliditeitspensioen wordt berekend met inachtneming van een middelsom van berekeningsgrondslagen die geldt voor een diensttijd die eindigt voor 1 januari 1986, wordt de middelsom vermeld in genoemde artikelen, verhoogd met 10%.

De artikelen van de in dit besluit gewijzigde regelingen en besluiten voortvloeiende uit de maatregelen gericht op de terugdringing van het beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen, zoals deze luidden op 31 juli 1993 blijven van toepassing op de ambtenaar of betrokkene in de zin van die regelingen en besluiten voor zover die ambtenaar of betrokkene verkeert in een overeenkomstige situatie, als de situaties als omschreven in hoofdstuk III van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, behoudens het bepaalde in de volgende leden: