Ministeriële regeling · BWBR0007355
Examenreglement brandweerduiker 1995
Gelet op artikel 15, eerste lid, van de Brandweerwet 1985;
Besluit:
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage21 april 1995De Minister van Binnenlandse Zaken, H.F.DijkstalIn deze regeling wordt verstaan onder:
a.de opleiding:de opleiding brandweerduiker, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1, van het Besluit rijksexamen brandweeropleidingen;
b.de module:elke onderwijseenheid over een samenhangend deel van de leerstof, die zowel presentatie, verwerking als toetsing omvat en die flexibel programmeerbaar is in het systeem, waarvan het een onderdeel is;
c.het module-examen:elk examen ter afsluiting van een module, dat bestaat uit een schriftelijk deel, een praktisch deel, een projectopdracht of een combinatie daarvan;
d.het studiepunt:de eenheid, waarin de omvang van de module wordt uitgedrukt en die gemiddeld tien contact- of zelfstudie-uren vertegenwoordigt;
e.de vrijstelling:een door het bestuur van het Nederlands bureau brandweerexamens, genoemd in artikel 18g, eerste lid, van de Brandweerwet 1985, afgegeven verklaring, inhoudende dat de kandidaat voor de betreffende module over de vereiste kennis en vaardigheden beschikt.
De opleiding bestaat uit drie modulen:
- a.
brandweerduiker theorie (verplichte module);
- b.
brandweerduiker praktijk I (verplichte module);
- c.
brandweerduiker praktijk II (verplichte module).
De modulen brandweerduiker theorie en brandweerduiker praktijk II omvatten vier studiepunten.
De module brandweerduiker praktijk I omvat twee studiepunten.
Tot het module-examen brandweerduiker praktijk I wordt toegelaten degene die in het bezit is van het certificaat van of de vrijstelling voor de module brandweerduiker theorie.
Tot het module-examen brandweerduiker praktijk II wordt toegelaten degene die in het bezit is van:
- a.
het certificaat van de module brandweerduiker praktijk I dat niet ouder is dan vijftien maanden, dan wel
- b.
de vrijstelling van de module brandweerduiker praktijk I, waarbij als voorwaarde geldt dat de periode tussen de datum van afgifte van het diploma of het certificaat op grond waarvan de vrijstelling is verleend en het module-examen brandweerduiker praktijk II niet langer is dan vijftien maanden.
Het module-examen brandweerduiker theorie bestaat uit een schriftelijk deel.
Het schriftelijk deel bestaat uit het beantwoorden van vragen over de onderwerpen, bedoeld in deel A van de bij deze regeling behorende bijlage.
Het cijfer voor het module-examen brandweerduiker theorie is gelijk aan het afgeronde cijfer voor het schriftelijk deel, waarbij een half punt of meer naar boven wordt afgerond en minder dan een half punt naar beneden wordt afgerond.
Het module-examen brandweerduiker praktijk I bestaat uit een praktisch deel.
Het praktisch deel bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in deel B van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.
Het cijfer voor het module-examen brandweerduiker praktijk I is gelijk aan het afgeronde cijfer behaald voor het praktisch deel, waarbij een half punt of meer naar boven wordt afgerond en minder dan een half punt naar beneden wordt afgerond.
Het module-examen brandweerduiker praktijk II bestaat uit een praktisch deel.
Het praktisch deel bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in deel C van de bij deze regeling behorende bijlage.
Het cijfer voor het module-examen brandweerduiker praktijk II is gelijk aan het afgeronde cijfer voor het praktisch deel, waarbij een half punt of meer naar boven wordt afgerond en minder dan een half punt naar beneden wordt afgerond.
Overeenkomstig artikel 9, vijfde lid, van het Algemeen brandweerexamenreglement 1994 wordt het diploma brandweerduiker afgegeven, indien de kandidaat in het bezit is van certificaten of vrijstellingen van de modulen, bedoeld in artikel 2, waarvan het certificaat of de vrijstelling van de module brandweerduiker praktijk II niet ouder is dan vijftien maanden.
Overeenkomstig het gestelde in artikel 6.3, derde lid van de Arbeidsomstandighedenregeling is het diploma brandweerduiker geldig gedurende twee jaar na afgifte.
Verlenging van de geldigheid van het diploma voor de duur van twee jaar wordt verleend op basis van een verklaring van de korpsleiding van het korps waar betrokkenen werkzaam is en waaruit blijkt dat de aanvrager beschikt over voldoende relevante en actuele kennis en beroepservaring.
Vervallen
Vervallen
Het Reglement voor het examen ter beoordeling van de kennis en de bekwaamheid van het personeel van de brandweer inzake het optreden als duiker bij de brandweer wordt ingetrokken.
Deze regeling wordt aangehaald als: Examenreglement brandweerduiker 1995.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 1995.
OPLEIDING: brandweerduiker | |||
Module: brandweerduiker theorie | |||
no. leerdoel | inhoud | gedragsniveau | weegfactor |
Natuurkundige wetmatigheden | |||
1. | Eenvoudige natuurkundige berekeningen maken met betrekking tot (partiële) druk en gewicht. | t | 1 |
2. | Toepassen van natuurkundige principes, waaronder het luchtverbruik, op de duikverrichtingen. | t | 2 |
Tactische aspecten van het brandweerduiken | |||
3. | Samenvattend weergeven van de tactiek van het duiken, dat wil zeggen:
| i | 3 |
4. | Beschrijven hoe onder gegeven omstandigheden gebruik moet worden gemaakt van een boot of vlot. | i | 1 |
Medische aspecten van het duiken | |||
5. | Herkennen van algemene begrippen uit de anatomie en fysiologie. | k2 | 2 |
6. | Preventief, diagnosticerend en handelend optreden wanneer zich medische aandoeningen bij het duiken voordoen. | p | 2 |
Slachtofferhulp | |||
7. | Beschrijven van de manier van handelen bij verdrinking en onderkoeling van slachtoffers. | i | 2 |
Duikmateriaal | |||
8. | De samenstelling, toepassingen en het onderhoud van de brandweerduikuitrusting beschrijven. | i | 2 |
Toepassen van veiligheidsaspecten | |||
9. | Kunnen opzoeken van de hoofdlijnen van de duikwetgeving, inclusief de veiligheidsrichtlijnen. | k1 | 1 |
10. | Aanduiden van de onderstaande inhoud van de registratieverplichting en aangeven hoe deze moet worden uitgevoerd:
| i | 1 |
Inzicht in de te nemen maatregelen bij in nood verkerende duikers | |||
11. | Beschrijven van de te treffen maatregelen (op de wal) in noodsituaties ter redding van de duiker. | i | 2 |
12. | Beschrijven van de handelingen die een stand-by duiker kan verrichten ter redding van een in nood verkerende duiker. | i | 2 |
13. | Beschrijven van de handelingen die een duiker kan uitvoeren indien deze zich in een noodsituatie bevindt. | i | 2 |
OPLEIDING: brandweerduiker | |||
MODULE: brandweerduiker praktijk I | |||
no. leerdoel | inhoud | gedragsniveau | weegfactor |
Zwemtechniek | |||
1. | Blijk geven van een goede beheersing van de zwemtechniek. | m2 | 1 |
Slachtoffers | |||
2. | Bedreven zijn in het vervoeren van het slachtoffer naar en op de wal. | m2 | 3 |
Optreden met en zonder duikuitrusting | |||
3. | Demonstreren van veilig gebruik van de duikuitrusting. | m2 | 3 |
4. | Bedreven zijn in het bewegen onder water met en zonder duikuitrusting. | m2 | 3 |
Handelen in noodsituaties van duikers | |||
5. | Demonstreren van handelingen onder water in noodsituaties (zelfredding). | m2 | 3 |
6. | Een in nood verkerende duiker boven water halen (taak stand-by duiker). | m2 | 3 |
7. | Het treffen van maatregelen ter redding van de duiker. | m2 | 3 |
OPLEIDING: brandweerduiker | |||
Module: brandweerduiker praktijk II | |||
no. leerdoel | inhoud | gedragsniveau | weegfactor |
Veilig optreden met duikuitrusting | |||
1. | Demonstreren van veilig gebruik van de duikuitrusting en uitvoeren van de controle van de duikuitrusting. | m2 | 3 |
Duiktechniek | |||
2. | Uitvoeren van de onderstaande handelingen die deel uitmaken van de tactiek van het duiken:
| t+m2 | 3 |
Communicatie | |||
3. | Communiceren aan de hand van duikspecifieke seinen en signalen. | m2 | 3 |
kennis
k1 =kunnen opzoeken
k2 =kunnen herkennen
k3 =uit het hoofd kunnen noemen
i =inzicht:
kunnen noemen van consequenties/gevolgen
kunnen formuleren in eigen woorden
toepassen: kunnen gebruiken van standaardbegrippen, -principes, -regels, -methoden en -technieken
p =probleem oplossen: kunnen kiezen of ontwikkelen van andere dan standaardbegrippen, -principes, -regels, -methoden en -technieken
m =motorische vaardigheden
m1 =kunnen verrichten van motorische/zintuiglijke vaardigheden
m2 =bedreven zijn in bepaalde motorische/zintuigelijke vaardigheden