Wijzigingen Officiële bron
Wet van 31 mei 1995, houdende balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvestingWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is voorschriften te geven, strekkend tot structurele wijziging en vereenvoudiging van verleende geldelijke steun ten behoeve van de volkshuisvesting;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage 31 mei 1995 Beatrix De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, D. K. J. Tommel de tweeëntwintigste juni 1995 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

Voor de toepassing van deze wet wordt de contante waarde berekend met een rentepercentage van 6,75 procent en met dien verstande dat wordt uitgegaan van maanden van dertig dagen en jaren van driehonderdzestig dagen.

Een krachtens deze wet gegeven beschikking treedt in werking dertien weken na de bekendmaking daarvan.

Vervallen

Vervallen

Een ieder is verplicht aan Onze Minister gegevens en bescheiden te verstrekken voor zover dat voor de uitvoering van deze wet redelijkerwijs nodig is.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de uitvoering van deze wet welke regels in elk geval betrekking kunnen hebben op:

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Onze Minister zendt één jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens ieder jaar tot het jaar volgend op de definitieve afwikkeling van de op grond van deze wet aan toegelaten instellingen uit te keren bijdragen, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. In het verslag wordt in ieder geval aandacht besteed aan de aanwending door de toegelaten instellingen van de op grond van artikel 7 verleende aanvullende bijdragen ten behoeve van huurmatiging alsmede aan de voortgang van de financiële afwikkeling.

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Schaal van de huurstijgingspercentages bedoeld in artikel 7

Toepassing van de schaal:

A

Voor de bepaling van het aantal woningen dat op 1 januari 1993 in eigendom toebehoorde aan een gemeente of toegelaten instelling dan wel het aantal woningen bedoeld in artikel 7, vierde lid, onderdeel b, wordt:

B

Voor de bepaling van het aantal woningen dat tot stand is gekomen met geldelijke steun, verleend met toepassing van de Beschikking geldelijke steun huurwoningen 1975, de Regeling geldelijke steun huurwoningen in proefgemeenten normkostensysteem 1986 of de Regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988, wordt:

Het percentage van de woningvoorraad is het totale bezit onder B gedeeld door het totale bezit onder A, beide aantallen zoals bedoeld in artikel 7, eerste, tweede en vierde lid. Het percentage wordt op de gebruikelijke wijze afgerond waarbij 40,5 procent wordt 41 procent enz..