U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-08-1995.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 31 mei 1995, houdende wijziging van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en van enkele andere wetten inzake samenvoeging van de schoolsoorten onderwijs aan blinde kinderen en onderwijs aan slechtziende kinderen tot de schoolsoort onderwijs aan visueel gehandicapte kinderenWijzigingswet Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, enz.Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs te wijzigen teneinde de schoolsoorten onderwijs aan blinde kinderen en onderwijs aan slechtziende kinderen samen te voegen tot de schoolsoort onderwijs aan visueel gehandicapte kinderen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage31 mei 1995BeatrixDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,T. Netelenbosde zevenentwintigste juni 1995De Minister van Justitie,W. Sorgdrager

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Titel IV, afdeling 3, van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de ter uitvoering daarvan vastgestelde bepalingen zijn van toepassing op nevenvestigingen als bedoeld in artikel X, met dien verstande dat het bevoegd gezag een verzoek om een voorziening indient bij de gemeente waarin de nevenvestiging waarvoor de voorziening wordt gewenst, is gelegen.

Voor de datum van inwerkingtreding van deze wet ingediende verzoeken om een voorziening als bedoeld in Titel IV, afdeling 3, van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en voor die datum op grond van artikel 93a, vierde lid, artikel 95, zesde lid, of artikel 98 van die wet ingediende verzoeken, van een bevoegd gezag van een school waaruit een instelling als bedoeld in artikel X is ontstaan, worden, indien daarop na de datum van inwerkingtreding van deze wet wordt beslist, geacht te zijn gedaan door het bevoegd gezag van de instelling en ten behoeve van de instelling.

De afrekeningen van de vergoedingen voor de periode voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van deze wet ten behoeve van een school genoemd in artikel X, dienen te geschieden overeenkomstig de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de ter uitvoering daarvan vastgestelde voorschriften zoals die golden voor het jaar waarop de afrekening betrekking heeft.

De Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de ter uitvoering daarvan vastgestelde voorschriften en overgangsregelingen zoals luidend op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing op geschillen met betrekking tot hun toepassing die op die dag aanhangig waren of na die dag binnen de beroepstermijn aanhangig zijn gemaakt met betrekking tot de scholen, genoemd in artikel X.

Voor de toepassing van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de ter uitvoering daarvan vastgestelde voorschriften wordt onder het aantal leerlingen van een instelling, bedoeld in artikel X, verstaan het aantal leerlingen van de hoofdvestiging en de nevenvestiging of nevenvestigingen van de instelling te zamen, tenzij in bedoelde voorschriften anders is bepaald.

Indien het bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs dat in de periode voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel J, van deze wet de verplichting, bedoeld in artikel 108a, eerste lid, van de Wet op het basisonderwijs niet is nagekomen, aantoont dat daardoor op grond van artikel 108a, derde lid, van de Wet op het basisonderwijs zoals luidend voor die inwerkingtreding een korting zou plaatsvinden die lager is dan de korting op grond van laatstgenoemd artikellid, zoals luidend na die inwerkingtreding, vindt die lagere korting plaats.