Wijzigingen Officiële bron
Regeling van 6 juni 1995Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

De Voorzitter,H. D. Tjeenk WillinkDe Griffier,Chr. L. Baljé

Overal in dit reglement betekent:

Over de toelating van leden die benoemd zijn verklaard na periodieke aftreding of ontbinding beslist, voor zover mogelijk, de Kamer die op de dag der benoeming zitting heeft.

Nadat de Kamer een Voorzitter heeft benoemd, gaat zij over tot de benoeming van een eerste en een tweede Ondervoorzitter.

De Voorzitter leidt met inachtneming van dit reglement de werkzaamheden van de Kamer.

De Voorzitter handhaaft de orde tijdens de vergaderingen van de Kamer. Hij draagt zorg voor het juist stellen van punten, waarover de Kamer moet besluiten. Hij stelt de uitslag van gehouden stemmingen vast.

De Voorzitter draagt zorg voor het ten uitvoer leggen van alle besluiten door of vanwege de Kamer genomen. Hij vertegenwoordigt de Kamer naar buiten.

De Voorzitter roept het College samen zo dikwijls hij het nodig oordeelt. Op verzoek van ten minste vier leden van het College roept hij het eveneens samen.

Indien advisering vanwege het spoedeisend karakter der aangelegenheid zijns inziens niet mogelijk is, besluit de Voorzitter zonder tevoren het advies van het College te hebben ingewonnen.

Leden die geen deel meer uitmaken van de in het vorig artikel bedoelde fracties, dienen dat aan de Voorzitter kenbaar te maken. Zij kunnen tezamen of ieder afzonderlijk nieuwe fracties vormen. Hiervan moet aan de Voorzitter kennis worden gegeven. Artikel 25 is op deze nieuwgevormde fracties van overeenkomstige toepassing.

Beraadslagingen omtrent de persoon, bedoeld in artikel 26 eerste lid, vinden plaats achter gesloten deuren.

De Huishoudelijke Commissie bepaalt de taken en bevoegdheden van de Griffier en verleent de Griffier de benodigde mandaten en machtigingen. Zij kan bepalen dat de Griffier zijn taken en bevoegdheden aan andere ambtenaren ter griffie kan opdragen.

De Griffier heeft de leiding van de ambtelijke organisatie.

De Huishoudelijke Commissie oefent hierop toezicht uit.

Bij afzonderlijke regeling, vast te stellen door de beide Kamers der Staten-Generaal, wordt de instelling en aansturing van een griffie voor de interparlementaire betrekkingen geregeld.

De Kamer besluit over opheffing van een vaste of bijzondere commissie. Een bijzondere commissie die zich van haar taak gekweten heeft houdt ook zonder daartoe strekkend besluit op te bestaan, tenzij de Kamer anders heeft besloten.

Leden en plaatsvervangende leden hebben gelijkelijk toegang tot de vergadering van de commissie en worden op gelijke wijze geconvoceerd. Beslissingen worden door de leden van de commissie genomen, met dien verstande dat bij afwezigheid van een lid diens plaatsvervanger in diens bevoegdheden treedt.

De commissie kan werkzaamheden aan subcommissies uit haar midden opdragen. Hiervan wordt bericht gegeven aan de Voorzitter. Een subcommissie bestaat uit ten minste drie leden.

Naast hetgeen in een officieel schriftelijk of mondeling uitgebracht verslag wordt geopenbaard, wordt hetgeen in de vergadering van de commissies is besloten in beknopte vorm openbaar gemaakt. De vergadering is openbaar, tenzij de commissie anders besluit.

Nadat de Voorzitter een voorstel aan een commissie heeft toevertrouwd, schrijft hij daarover een inbrengvergadering uit zoals bepaald bij artikel 40, tweede lid, tenzij artikel 55 toepassing vindt.

De leden van de commissie brengen tijdens de inbrengvergadering datgene ter tafel, wat zij in het verslag opgenomen willen zien. De opmerkingen moeten ter beoordeling van de commissie in duidelijk verband staan met het ter tafel liggend voorstel. Ook de overige leden kunnen op dezelfde voet opmerkingen maken.

Het staat ieder vrij om tijdens een inbrengvergadering beknopte, ondertekende, ook naar het oordeel van de commissie met het voorstel verband houdende nota’s bij de commissie in te leveren.

Dergelijke nota’s worden bij het verslag van de commissie gevoegd, tenzij bij de commissie tegen de bewoordingen van de nota overwegende bezwaren bestaan.

Zo de Voorzitter het verzoek, bedoeld in het eerste lid van het voorgaande artikel, inwilligt, worden onder vermelding van deze toestemming de verslagen achter elkaar gevoegd, en opgenomen in een op het voorstel/de voorstellen betrekking hebbend Kamerstuk. Over de volgorde der verslagen in het Kamerstuk beslist de Voorzitter.

De commissie aan wie het onderzoek van een voorstel is toevertrouwd kan met de minister die verantwoordelijk is voor het ingediende voorstel in schriftelijk of mondeling overleg treden. Een mondeling overleg is openbaar tenzij de commissie anders besluit.

De commissie aan wie het onderzoek van een voorstel is toevertrouwd kan in een vergadering personen horen van wier oordeel zij kennis wenst te nemen. Een dergelijke vergadering is openbaar tenzij de commissie anders besluit. Ook kan de commissie om schriftelijk commentaar vragen van personen en instellingen.

Tijdens de inbrengvergadering wordt aantekening gehouden van alle vragen en opmerkingen welke ter tafel worden gebracht.

Een verslag, dan wel een nader voorlopig verslag als bedoeld in artikel 59, tweede lid bevat vragen en opmerkingen naar aanleiding van de memorie van antwoord. De commissie kan nieuwe onderwerpen aanroeren, indien zich, haars inziens, na de vaststelling van het voorlopig verslag, nieuwe feiten hebben voorgedaan.

Nadat het antwoord van de minister op een nader voorlopig verslag is ontvangen, kan de commissie slechts een eindverslag of een verslag uitbrengen, tenzij zij van de Kamer verlof verkregen heeft om een volgend nader voorlopig verslag uit te brengen.

Over een door de Kamer in behandeling genomen voorstel, niet zijnde een voorstel van wet, brengt een commissie een verslag of een eindverslag uit.

Een bespreking in de commissie, zoals bedoeld in artikel 67, tweede lid, vindt eveneens plaats indien één of meer leden van de commissie het verzoek doen over het opnemen van bepaalde onderwerpen of vragen in het concept-verslag overleg te plegen.

Het College van Senioren wordt, indien het zelf daartoe de wens te kennen geeft of één of meer leden van de commissie daar om verzoeken, voor het geven van advies in de besprekingen zoals bedoeld in artikel 68 betrokken.

De toehoorders mogen de voortgang en de orde van de vergadering op geen enkele wijze verstoren. Zij nemen daartoe stilte in acht en onthouden zich van tekenen van goed- of afkeuring.

Het maken van beeld- en geluidopnamen is verboden behoudens tevoren verkregen toestemming van de Voorzitter.

Indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is, is de Voorzitter ten aanzien van alle aanwezigen in het Kamergebouw bevoegd maatregelen te nemen teneinde hen het gebouw te doen verlaten.

Vervallen

De Griffier draagt zorg dat de daarvoor in aanmerking komende van regeringswege ontvangen dan wel van de Kamer uitgaande stukken worden gedrukt. Dit kan geschieden voordat van hun inkomen in de vergadering is kennis gegeven.

Zodra de Voorzitter enig onderwerp aan de orde heeft gesteld of het voornemen daartoe aan de leden heeft kenbaar gemaakt, kunnen de leden zich ter griffie laten inschrijven op de sprekerslijst.

De Voorzitter verleent het woord aan ministers, personen die zij hebben aangewezen om zich in de vergadering te doen bijstaan, de Gevolmachtigde Ministers en de bijzondere gedelegeerden wanneer zij dit verlangen, echter niet dan nadat de spreker die aan het woord is zijn rede heeft beëindigd.

De Voorzitter kan een spreker, die zijn plicht tot geheimhouding schendt onmiddellijk het woord ontnemen. Indien hij de spreker vermaant op de overeenkomstige wijze als bedoeld in het eerste lid van artikel 94 en de spreker voortgaat met zijn plicht tot geheimhouding te schenden, wordt de spreker het woord ontnomen.

Besluiten van de Voorzitter genoemd in de artikelen 94 tot en met 96 zijn besluiten betreffende de handhaving van de orde, als bedoeld in artikel 19, tweede lid.

Indien een lid de voor zijn fractie beschikbare spreektijd overschrijdt, kan de Voorzitter hem het woord ontnemen.

De Kamer beslist over schorsing van de beraadslaging op voorstel van de Voorzitter of ten minste vijf aanwezige leden, die daartoe bij voorstel van orde overeenkomstig artikel 88, eerste lid, een voorstel doen. Het voorstel bevat de tijdsduur waarvoor geschorst wordt en wordt door de indieners niet van een toelichting voorzien.

De Voorzitter sluit de beraadslagingen wanneer niemand meer het woord verlangt, of op het tijdstip dat volgens artikel 102 is vastgesteld. Het afleggen van een stemverklaring als bedoeld in artikel 107 geschiedt na de sluiting.

Indien tijdens de beraadslaging over een voorstel moties zijn ingediend wordt hierover gestemd na de stemming over het voorstel, tenzij de Kamer anders besluit.

Voor de stemming stelt de Voorzitter de leden in de gelegenheid korte verklaringen ter motivering van hun stem af te leggen.

Stemmen geschiedt bij zitten en opstaan, tenzij de Kamer op verzoek van een van de leden tot stemmen bij hoofdelijke oproeping overgaat. Indien de uitslag van een stemming bij zitten en opstaan naar het oordeel van de Voorzitter of dat van een van de leden onduidelijk is, wordt hoofdelijk herstemd.

Indien tijdens de stemming blijkt dat het quorum, als bedoeld in artikel 74, niet meer aanwezig is, kan geen uitslag van de stemming worden vastgesteld. Zij wordt beschouwd als niet te zijn gehouden. De Voorzitter sluit, na te hebben geconstateerd dat het quorum niet aanwezig is, de vergadering.

Indien een voorstel zonder stemming is aanvaard, kunnen leden die de wens daartoe te kennen geven in het officiële verslag doen aantekenen dat zij geacht willen worden zich niet met het voorstel te hebben kunnen verenigen. Een dergelijke aantekening wordt niet met redenen omkleed.

Niet, niet behoorlijk of niet duidelijk ingevulde stembriefjes zijn ongeldig.

Voor het tot stand komen van een keuze als in artikel 113 bedoeld, wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht door het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje.

Indien bij de stemming over de vraag wie in herstemming komt (komen), de stemmen staken, of wanneer de stemmen bij eindstemming staken, beslist het lot.

Van elke vergadering als bedoeld in artikel 71 en elke bijeenkomst als genoemd in artikel 75 wordt een officieel verslag gemaakt.

Het officiële verslag bevat:

De onderdelen van het officiële verslag, genoemd in het vorige artikel onder b tot en met f, worden gezamenlijk aangeduid met notulen.

Behoudens de aantekening geacht te willen worden zich niet met het voorstel te hebben kunnen verenigen als bedoeld in artikel 112, worden geen protesten of aantekeningen in het officiële verslag opgenomen.

Indien een lid de woorden die tot een vermaning volgens artikel 94, tweede lid, of artikel 95 hebben geleid terugneemt, worden deze woorden en de daarop volgende reacties in het officiële verslag der vergadering niet opgenomen.

Bij afzonderlijke regeling, vast te stellen door de Kamer, worden voorschriften gegeven over de besluitvorming en over andere onderwerpen met betrekking tot een parlementaire enquête en ander parlementair onderzoek.

Een parlementaire enquête wordt uitgevoerd door een hiervoor in te stellen commissie uit de Kamer, de parlementaire enquêtecommissie.

Ander parlementair onderzoek dan bedoeld in het vorige artikel wordt uitgevoerd door een hiervoor in te stellen commissie uit de Kamer, de parlementaire onderzoekscommissie.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Er is een Commissie voor de Verzoekschriften, wier samenstelling, taak en werkwijze bij afzonderlijk reglement *** worden geregeld.

De Voorzitter stelt in handen van deze commissie de bij de Kamer ingekomen verzoekschriften, behalve die, welke betrekking hebben op de bij de Staten-Generaal aanhangige voorstellen van wet dan wel op onderwerpen, welke het algemeen beleid van de regering betreffen. Een niet in handen van de Commissie voor de Verzoekschriften te stellen adres wordt gesteld in handen van de daarvoor in aanmerking komende commissie(s). Van één en ander wordt aan de Kamer mededeling gedaan.

Namens de Kamer kan de wens dat het verdrag aan de uitdrukkelijke goedkeuring van de Staten-Generaal zal worden onderworpen te kennen worden gegeven door de Voorzitter. Alvorens hiertoe te besluiten pleegt hij binnen de Kamer zodanig overleg als gewenst moet worden geacht. Hij geeft van zijn ter zake genomen besluit onverwijld kennis aan de minister van Buitenlandse Zaken, aan de leden en aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Indien vijftien of meer leden de bedoelde wens te kennen willen geven, doen zij dit door mededeling daarvan aan de Voorzitter, die hiervan onverwijld kennis geeft aan de minister van Buitenlandse Zaken, aan de leden en aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Indien aan de Staten-Generaal mededeling wordt gedaan van het voornemen tot toetreding of opzegging van een verdrag vindt het bepaalde in de vorige artikelen overeenkomstige toepassing.

De bepalingen in dit hoofdstuk zijn, voor zover de wet of dit reglement niet anders bepalen, van overeenkomstige toepassing op andere stukken die aan de Kamer ter stilzwijgende goedkeuring worden overgelegd.

De Voorzitter geeft aan de Gevolmachtigde Ministers en de bijzondere gedelegeerden de gelegenheid de hun in het bijzonder bij de artikelen 17 en 18 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden toegekende bevoegdheden uit te oefenen.

De Voorzitter verleent het woord aan de Gevolmachtigde Ministers en de bijzondere gedelegeerden wanneer zij dit verlangen, echter niet dan nadat de spreker die aan het woord is zijn rede heeft beëindigd.

Wanneer de Gevolmachtigde Ministers of de daartoe aangewezen bijzondere gedelegeerden gebruik maken van de hun bij artikel 18 van het Statuut toegekende bevoegdheid om te verzoeken de stemming tot de volgende vergadering aan te houden, wordt aan dat verzoek voldaan.

Overigens worden voorstellen van Rijkswet behandeld overeenkomstig de behandeling van voorstellen als bedoeld in artikel 32.

Wanneer de Kamer bij toepassing van artikel 139 aan een lid gelegenheid heeft gegeven om over een aangelegenheid van het Koninkrijk aan één of meer ministers inlichtingen te vragen, stelt de Voorzitter de Gevolmachtigde Ministers in de gelegenheid de behandeling van die interpellatie bij te wonen en daarbij zodanige voorlichting aan de Kamer te verstrekken als zij gewenst oordelen.

Bij afzonderlijke regeling van de Kamer wordt een Gedragscode integriteit Eerste Kamer vastgesteld waarin voorschriften worden gegeven ter bevordering van integer handelen door leden van de Kamer. In deze afzonderlijke regeling wordt tevens een instrumentarium ingevoerd ten behoeve van de naleving en interpretatie van deze Gedragscode.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Ieder lid kan een wijziging voorstellen in het reglement.

Een voorstel kan ook door een aantal leden gezamenlijk of door een commissie als bedoeld in artikel 32 worden gedaan.

De Kamer besluit of zij een voorstel als bedoeld in artikel 157 in behandeling wil nemen.

Wanneer zij het voorstel als bedoeld in artikel 161, derde lid, heeft aanvaard, stelt de Kamer een bijzondere commissie in met de opdracht een voorstel tot algehele herziening op te stellen.

Waar in de volgende artikelen gesproken wordt over voorstellers, is een commissie als in dit artikel bedoeld daaronder begrepen.

De voorstellers zijn gerechtigd om tot aan de eindstemming wijzigingen in hun voorstel aan te brengen.

De voorstellers kunnen niet in de commissie als bedoeld in artikel 160, deelnemen aan het onderzoek van een door hen ingediend voorstel.

Leden, voorstellers en woordvoerders namens de betrokken commissies spreken vanaf het spreekgestoelte.

De Voorzitter onderwerpt de amendementen gelijktijdig met het artikel waarop zij betrekking hebben aan de beraadslaging. Zo nodig komt daarna ook het artikel zelf nog in de beraadslaging.

Elk amendement kan door de indiener of door een der indieners worden toegelicht.

De Kamer kan beslissen dat amendementen door het aanbrengen van andere wijzigingen als vervallen moeten worden beschouwd.

Nadat over alle artikelen is beslist, neemt de Kamer de eindbeslissing over het voorstel in zijn geheel.

De artikelen, gegeven in Hoofdstuk XIII van dit reglement vinden in gevallen waarin niet op andere wijze is voorzien zoveel mogelijk overeenkomstige toepassing.

De Kamer kan te allen tijde besluiten van de bepalingen van dit reglement af te wijken, indien geen der leden zich daartegen verzet en indien de afwijking niet in strijd is met het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Grondwet of een andere wet.

Dit reglement treedt in werking met ingang van 6 juni 1995.

Vervallen