Ministeriële regeling · BWBR0007481
Regeling vaststelling bescheiden dierenvervoer
Gelet op artikel 58, eerste lid, onderdeel a, van de wet en de artikelen 3, eerste lid, en 6, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit dierenververvoer 1994;
Besluit
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage13 juli 1995 De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Voor deze:De Secretaris-Generaal,T.H.J.JoustraIn deze regeling wordt verstaan onder:
a.keuringsdierenarts:dierenarts verbonden aan de Voedsel en Waren Autoriteit;
b.besluit:Als ambtenaar als bedoeld in artikel 58, eerste lid, onderdeel a, van de wet wordt aangewezen de keuringsdierenarts.
Het model van het bewijsstuk, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit is het model van het bewijsstuk, bedoeld in artikel 77 dan wel artikel 78 van de wet.
Het model van het certificaat, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit is het model van het bewijsstuk, bedoeld in artikel 3, aangevuld met een onderdeel waarin door de keuringsdierenarts kan worden aangetekend of de dieren geschikt zijn voor de reis, als volgt:
Verklaring betreffende de geschiktheid voor de reis
Ondergetekende verklaart dat de hierboven beschreven dieren bij het inladen geschikt zijn voor de reis.
Naam: ...
Handtekening officiële dierenarts: ...
Het model van de aanvulling van het certificaat, bedoeld in het eerste lid, is van toepassing voorzover daarin niet is voorzien door regelgeving van de Europese Unie.
Vervallen
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop het besluit in werking treedt.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling bescheiden dierenvervoer.