U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-10-2008.

Regeling · BWBR0007512

Loodsplichtbesluit 1995

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 16 augustus 1995, houdende nadere regels met betrekking tot de loodsplichtLoodsplichtbesluit 1995Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 20 februari 1995, nr. J-10.970/95, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken, Stafafdeling Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 10, tweede lid, aanhef en onderdeel a, en derde lid, 11, 12, 31, tiende lid, en 36, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet;

De Raad van State gehoord (advies van 20 juni 1995, no. W09.95.0080);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 11 augustus 1995, nr. J-13.389/95, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken, Stafafdeling Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage16 augustus 1995BeatrixDe Minister van Verkeer en Waterstaat,A. Jorritsma-Lebbinkde eenendertigste augustus 1995De Minister van Justitie,W. Sorgdrager

Onverminderd artikel 2, tweede lid, is de kapitein van een Rijnschip, een Denemarkenvaarder of een binnen/buiten-schip, indien het geen zeeschip met gevaarlijke lading betreft, vrijgesteld van de loodsplicht, indien het schip in het register is opgenomen, uitgezonderd op de in de bijlage bij dit besluit onder I., X. en XI. aangegeven scheepvaartwegen.

Onverminderd artikel 2, tweede lid, is de kapitein van een zeeschip vrijgesteld van de loodsplicht:

De kapitein die verplicht is gebruik te maken van de diensten van een loods, meldt zich tijdig volgens de bij ministeriële regeling in overeenstemming met de regionale loodsencorporatie vast te stellen regels bij het voor de betreffende scheepvaartweg, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, aangewezen samenwerkingsverband van registerloodsen, waarin krachtens artikel 15, eerste lid, onderdeel b, 2°, van de Loodsenwet is voorzien, onder opgave van de daarin bij ministeriële regeling aangegeven noodzakelijke inlichtingen.

Vervallen

De kapitein treft op verzoek van de loods de nodige maatregelen teneinde de loods in staat te stellen zijn functie uit te oefenen.

De kapitein voorziet de loods aan boord, op redelijk verzoek, kosteloos van behoorlijke voeding en van een behoorlijke slaapplaats.

De kapitein ondertekent het ingevulde voor hem bestemde gedeelte van het door de loods verstrekte loodscertificaat, bedoeld in artikel 9 van het Voorschriftenbesluit registerloodsen.

Vervallen

Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven aan kapiteins, gericht op de communicatie en het verstrekken van inlichtingen, ten behoeve van het loodsen vanaf de wal of vanaf een ander schip.

Overtreding van de bij of krachtens de artikelen 2, 3, 9 tot en met 13, 15, 18 en 18a, eerste en tweede lid, gestelde regels is een strafbaar feit.

Vervallen

Vervallen

Na inwerkingtreding van dit besluit berust de regeling van de minister van Verkeer en Waterstaat van 18 augustus 1988, nr. S/J 31.408/88 (Stcrt. 168), houdende regels met betrekking tot de kapiteinsverplichtingen bij het loodsen op afstand, op artikel 18 van dit besluit.

Het Loodsplichtbesluit wordt ingetrokken.

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Dit besluit wordt aangehaald als: Loodsplichtbesluit 1995.

De scheepvaartwegen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, en 5 van het Loodsplichtbesluit 1995 zijn de navolgende:

I. Westereems – Borkum

het gedeelte van de territoriale zee en het daarbij aansluitende gedeelte van de Eemsmonding als bedoeld in het Eems-Dollardverdrag dat ligt binnen het gebied dat begrensd wordt door een lijn die loopt van de Grote Kaap op Rottumeroog, gelegen op 53°32'39" N en 6°34'39" E, naar 53°34'.7 N en 6°21'.9 E, vandaar naar 53°34'.9 N en 6°13'.7 E, vandaar naar 53°37'.1 N en 6°19'.5 E, vandaar naar 53°39'.0 N en 6°27'.1 E, vandaar naar 53°37'.5 N en 6°31'.2 E, vandaar naar de grote lichttoren van Borkum, gelegen op 53°35'22" N en 6°39'48" E, vandaar naar 53°34'.75 N en 6°38'.80 E, vandaar naar 53°32'.55 N en 6°43'.70 E, vandaar naar 53°31.90 N en 6°42'.80 E, vandaar naar 53°34'.20 N en 6°37'.75 E, en vandaar naar de Grote Kaap op Rottumeroog, voor zover dit gedeelte op Nederlands grondgebied ligt, onverminderd artikel 40 van het Eems-Dollardverdrag;

II. Borkum – Eemshaven

het gedeelte van de Eemsmonding als bedoeld in het Eems-Dollardverdrag dat ligt tussen de lijn die loopt van de grote lichttoren van Borkum, gelegen op 53°35'22" N en 6°39'48" E, vandaar naar 53°34'.75 N en 6°38'.80 E, vandaar naar 53°32'.55 N en 6°43'.70 E, vandaar naar 53°31'.90 N en 6°42'.80 E, vandaar naar 53° 34'.20 N en 6°37'.75 E, en vandaar naar de Grote Kaap op Rottumeroog, gelegen op 53°32'39" N en 6°34'39" E en de lijn die de posities van het oostelijk havenhoofd van de Eemshaven met het dichtstbijzijnde punt gelegen op de buitengrens van de Eemsmonding verbindt, voor zover dit gedeelte op Nederlands grondgebied ligt, onverminderd artikel 40 van het Eems-Dollardverdrag;

III. Eemshaven – Delfzijl

het gedeelte van de Eemsmonding als bedoeld in het Eems-Dollardverdrag dat ligt tussen de lijn die de posities van het oostelijk havenhoofd van de Eemshaven met het dichtstbijzijnde punt gelegen op de buitengrens van de Eemsmonding verbindt en de lijn die de posities van het oostelijk havenhoofd van Delfzijl met de lichttoren te Knock verbindt, voor zover dit gedeelte op Nederlands grondgebied ligt, onverminderd artikel 40 van het Eems-Dollardverdrag;

IV. Rede van Texel

het gebied tussen meridianen van 4°44'.0 E en 4°50'.0 E, aan de noordzijde begrensd door de zuidkust van het eiland Texel, en vervolgens door de parallel 53°00'.0 N, en aan de zuidzijde door de noordkust van het vasteland van de provincie Noord-Holland en voorts de Veerhaven en de buitenhaven tot aan de sluis van het Noordhollandsch Kanaal;

V. Den Helder – Kornwerderzand

de bevaarbare scheepvaartwegen op de Waddenzee van Den Helder via de Texelstroom, de Doove Balg en de Boontjes naar Kornwerderzand;

VI. Harlingen – Kornwerderzand

de bevaarbare scheepvaartweg op de Waddenzee van Harlingen over de Boontjes naar Kornwerderzand;

VII. Den Helder – Den Oever

de bevaarbare scheepvaartwegen op de Waddenzee van Den Helder via het Malzwin en de Wierbalg of het Visjagersgaatje naar Den Oever;

VIII. Harlingen – Vlierede

de bevaarbare scheepvaartwegen op de Waddenzee van de Vlierede als bedoeld in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onder A., onderdeel I., onder 2., via de Vliestroom, de Blauwe Slenk en de Pollendam naar Harlingen;

IX. Waddenzee overig

de bevaarbare scheepvaartwegen op de Waddenzee het Inschot, het Scheurrak, de Omdraai, het Zuidoostrak, het Molenrak en het Verversgat;

X. aanloop Noordzeekanaal

het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied dat begrensd wordt door een lijn die loopt van de positie 52° 27'.9 N en 4° 32'.0 E naar 52°27'.8 N en 4°31'.0 E, vandaar naar 52°26'.0 N en 4°27.8 E, vandaar naar 52°26'.9 N en 4°19'.3 E, vandaar naar 52° 31'.9 N en 4°20'.9 E, vandaar naar 52°30'.7 N en 4°31'.2 E, en vandaar naar 52°28'.1 N en 4°32'.6 E;

XI. aanloop Maasmond

het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied dat begrensd wordt door een lijn die loopt van de positie 51°59'.7 N en 4°2'.9 E, langs de kust naar de positie 51°58'.2 N en 4°0'.5 E, vandaar naar 51°58'.4 N en 3°46'.6 E, vandaar naar 52°4'.9 N en 3°45'.2 E, vandaar naar 52°5'.7 N en 3°51'.0 E, vandaar naar 52°4'.6 N en 3°58'.9 E en vandaar naar 51°59'.7 N en 4°2'.9 E.