Ministeriële regeling · BWBR0007580

Klachtenregeling rassendiscriminatie Binnenlandse Zaken

Wijzigingen Officiële bron
Klachtenregeling rassendiscriminatie BiZaKlachtenregeling rassendiscriminatie Binnenlandse ZakenDe Minister van Binnenlandse Zaken,

Overwegende dat het wenselijk is de klachtenregeling als bedoeld in onderdeel 21 van de Code ter voorkoming en bestrijding van rassendiscriminatie binnen het Ministerie van Binnenlandse Zaken nader te regelen;

Gelet op onderdeel 21 van de Code ter voorkoming en bestrijding van rassendiscriminatie binnen het Ministerie van Binnenlandse Zaken;

Besluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage28 september 1995 De Minister van Binnenlandse Zaken,H.F.Dijkstal

In dit besluit wordt verstaan onder:

a.de minister:

de Minister van Binnenlandse Zaken;

b.het ministerie:

het Ministerie van Binnenlandse Zaken;

c.Klager:

de persoon die zich wendt tot de vertrouwenspersoon, dan wel een klacht over rassendiscriminatie indient bij de klachtencommissie;

d.beklaagde:

de persoon tegen wie de klacht is gericht;

e.rassendiscriminatie:

uitlatingen die beledigend zijn over ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming; dergelijk gedrag heeft het doel de werkprestaties van een persoon aan te tasten en/of een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving te creëren, dan wel heeft tot gevolg dat de werkprestaties van een persoon worden aangetast en/of een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving wordt gecreëerd.

Deze regeling is van toepassing op een ieder die werkzaam is bij het ministerie.

Een ieder die met rassendiscriminatie wordt geconfronteerd, kan zich wenden tot de vertrouwenspersoon, dan wel een klacht indienen bij de klachtencommissie. De klacht wordt uiterlijk binnen één jaar na de confrontatie ingediend.

De vertrouwenspersoon heeft in ieder geval de volgende taken:

De klachtencommissie brengt jaarlijks aan de minister verslag uit over het aantal behandelde klachten, de aard daarvan en de ter zake gegeven adviezen.

De minister biedt de vertrouwenspersonen en de leden van de klachtencommissie de faciliteiten die nodig zijn voor de uitvoering van de opgedragen taken.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst.

Dit besluit wordt aangehaald als: Klachtenregeling rassendiscriminatie Binnenlandse Zaken.