Ministeriële regeling · BWBR0007587

Aanpassing indicatoren ongebruikelijke transacties

Wijzigingen Officiële bron
Regeling houdende aanpassing van de indicatoren aan de hand waarvan wordt beoordeeld of een transactie moet worden aangemerkt als een ongebruikelijke transactie in de zin van de Wet melding ongebruikelijke trans-actiesAanpassing indicatoren ongebruikelijke transactiesDe Minister van Financiën en de Minister van Justitie;

Gelet op artikel 8, eerste lid, van de Wet melding ongebruikelijke transacties;

Na overleg met het meldpunt bedoeld in artikel 2 van de Wet melding ongebruikelijke transacties;

Gehoord de Begeleidingscommissie bedoeld in artikel 14 van de Wet melding ongebruikelijke transacties;

Besluiten:

Deze regeling zal met de daarbij behorende bijlagen en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën, G.ZalmDe Minister van Justitie,W.Sorgdrager

De indicatoren vastgesteld in bijlage A bij de Ministeriële Regeling van 20 januari van 1994 worden ingetrokken. Met betrekking tot de transacties bedoeld in artikel 1 van die Ministeriële Regeling worden de indicatoren vastgesteld zoals opgenomen in bijlage A bij deze regeling.

Met betrekking tot de transacties bedoeld in artikel 2 van de Ministeriële Regeling van 20 januari 1994 worden de indicatoren die zijn opgenomen in bijlage B bij die regeling toegepast met inachtneming van de volgende aanpassingen:

Met betrekking tot de transacties bedoeld in artikel 3 van de Ministeriële Regeling van 20 januari 1994 worden de indicatoren die zijn opgenomen in bijlage C bij die regeling toegepast met inachtneming van de volgende aanpassingen:

De indicatoren vastgesteld in bijlage D bij de Ministeriële Regeling van 20 januari 1994 worden ingetrokken. Met betrekking tot de transacties bedoeld in artikel 5 van die Ministeriële Regeling worden de indicatoren vastgesteld zoals opgenomen in bijlage D bij deze regeling.

De indicatoren vastgesteld in bijlage E bij de Ministeriële Regeling van 20 januari 1994 worden ingetrokken. Met betrekking tot de transacties bedoeld in artikel 6 van die Ministeriële Regeling worden de indicatoren vastgesteld zoals opgenomen in bijlage E bij deze regeling.

Met betrekking tot de transacties bedoeld in artikel 7 van de Ministeriële Regeling van 20 januari 1994 worden de indicatoren die zijn opgenomen in bijlage F bij die regeling toegepast met inachtneming van de volgende aanpassingen:

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 1995.

A

Voor alle indicatoren geldt:

Deze bijlage behoort bij de Ministeriële Regeling van 29 september 1995.

De Minister van Financiën,G.ZalmDe Minister van Justitie,W.Sorgdrager

Voor alle indicatoren geldt:

Deze bijlage behoort bij de Ministeriële Regeling van 29 september 1995.

De Minister van Financiën,G.ZalmDe Minister van Justitie,W.Sorgdrager

Voor alle indicatoren geldt:

Deze bijlage behoort bij de Ministeriële Regeling van 29 september 1995.

De Minister van Financiën,G.ZalmDe Minister van Justitie,W.Sorgdrager
A.Transacties die aan politie of Justitie worden gemeld:

transacties die in verband met witwassen aan politie of Justitie worden gemeld, moeten ook aan het meldpunt worden gemeld.

B.Storting door cliënt:

contante storting door cliënt in Nederland ten gunste van een creditcardrekening boven f 25.000.

C.Gebruik van creditcards:

gebruik van de creditcard in verband met een transactie boven f 25.000 bij een aangesloten bedrijf in Nederland.

A.Vermoedelijke witwastransacties:

transacties waarbij aanleiding is om te veronderstellen dat ze verband kunnen houden met witwassen.

B.Ontduiken grensbedrag:

herhaaldelijke voorkeur van de cliënt voor transacties onder het grensbedrag waarbij er aanleiding is om te veronderstellen dat deze daarmee melding wil voorkomen.