Ministeriële regeling · BWBR0007588

Regeling radarinstallaties en bochtaanwijzers 1995

Wijzigingen Officiële bron
Regeling radarinstallaties en bochtaanwijzers 1995Regeling radarinstallaties en bochtaanwijzers 1995De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 4A.02 van het Binnenvaartpolitiereglement, alsmede gelet op de artikelen 6 en 19 van het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen.

Besluit:

Deze regeling met de daarbij behorende bijlage zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-Lebbink

In deze regeling wordt verstaan onder:

De stuurstelling van een schip die zodanig is ingericht dat het voeren van het schip op radar door één persoon kan geschieden, moet voldoen aan de voorschriften die zijn vermeld in de bij deze regeling behorende bijlage.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling radarinstallaties en bochtaanwijzers 1995.

Vervallen

De stuurstelling van een schip, die zodanig is ingericht, dat het voeren van het schip op radar door één persoon kan geschieden, moet voldoen aan de volgende voorschriften:

Het radarscherm mag niet buiten de blikrichting van de roerganger vallen. Het radarbeeld moet zonder kap of scherm, ongeacht de buiten de stuurhut heersende verlichtingsomstandigheden, duidelijk zichtbaar zijn. De bochtaanwijzer moet direct boven of onder het radarbeeld zijn geplaatst of hierin zijn geïntegreerd.

Aan boord van schepen moet een interne spreekverbinding aanwezig zijn.

Vanaf de stuurstelling moeten de volgende spreekverbindingen tot stand kunnen worden gebracht:

Op alle punten van deze spreekverbinding dient het luisteren door luidsprekers en het spreken door vast opgestelde microfoons te kunnen geschieden. Met het voorschip en het achterschip van het schip of van het samenstel is een marifoonverbinding toegestaan.

De roerganger moet een schakelaar ’AAN/UIT’ voor de bediening van het alarmsein binnen zijn bereik hebben. Voor dit sein mag geen schakelaar worden gebruikt die, wanneer men hem loslaat, automatisch in de stand ’UIT’ kan terugspringen.

Op schepen en samenstellen, waarvan de lengte meer dan 86 m of de breedte meer dan 22,90 m bedraagt, moet de roerganger de hekankers vanaf zijn plaats kunnen presenteren.